Ahangama - Amman - Amsterdam

Na een regelmatig gebrek aan warm water, komt er nu helemaal geen water meer uit de douche, en ongewassen vertrekken we naar Galle. Omdat nog niet iedereen daar was geweest, blijven we daar weer drie uur. We doden de tijd met lezen en op een terras, waar we het Noord-Hollands (dat 50% van de groep spreekt) onder de loep nemen. Het vreemdste 'woord' dat we leren is 'bennewedrbedat?' (Zijn we er bijna?)
Op de weg terug naar Negombo stoppen we bij een schildpaddenfokcentrum. Bakken vol met schildpadjes van enkele dagen oud zorgen voor de redding van veel dieren die anders ten prooi zouden zijn gevallen aan stropers en roofdieren. Voor de toeristen zijn er natuurlijk ook nog wat zieke en gewonde schildpadden en een donatiebus.
We lunchen op een prachtige plaats aan het meer. Een kreupele ober brengt ons razendsnel eten. Deze keer is Douwe de sigaar wat het eten betreft: hij komt erachter dat er rupsen in zijn macaroni zitten, als hij het bord al half leeg heeft gegeten. Als hij vraagt of hij voor die rupsen extra moet betalen, krijgt hij het gratis. Zo is het natuurlijk onmogelijk om je laatste rupees precies op te maken aan het einde van de reis.
Door een razenddruk Colombo bereiken we vroeg in de avond pas Negombo. Daar eten we en gaan we vroeg naar bed, omdat om we om twee uur zullen vertrekken naar het vliegveld voor onze nachtvlucht naar Amman.

27 juli 2008

Een reis van 22 uur, waar niet veel interessants over te vertellen is. Op het vliegveld van Colombo worden we geholpen door een onverstaanbare straalbezopen douanebeambte en in het vliegtuig naar Amman hebben we eindelijk eens flink last van turbulentie. Om me heen grijpen mensen naar kotszakjes en ik zit met een lach van oor tot oor omdat er van mij weer een kleine wens is uitgekomen.
Bij aankomst in Nederland regent het... we mogen zelfs het vliegtuig niet uit in verband met een onweersstorm rondom Schiphol. Als die over is getrokken, duurt het nog heel lang voor alle bagage terecht is en doodmoe nemen we afscheid van elkaar om de trein te nemen naar huis.

Ahangama

Met de bus maken we vandaag een dagexcursie naar Galle, een stad die over is gebleven uit de tijd van de Nederlandse overheersing hier. Nederlandse architectuur en straatnamen bepalen hier het beeld.
We nemen de tuktuk naar het nieuwe deel van de stad om te winkelen en te internetten. We maken een afspraak met de chauffeur dat hij ons om 11:45 weer ophaalt om terug te brengen. Hij blijft ons echter achtervolgen en begint ons ongevraagd een rondleiding te geven. In de wetenschap dat je hier voor alles moet betalen, proberen we hem af te wimpelen, maar dat laat hij nog niet zo makkelijk gebeuren. Op een teken ontvluchten we hem en we schudden hem af. We verstoppen ons in een steegje bij een internetcafé en kruipen op ons gemak achter de computer. Na een half uur echter: -klopklop- op het raam. Hij was er weer! Hij kwam binnen en beloofde ons buiten op te wachten. We bleven dus tot 11:45 binnen om daarna weer terug te keren naar de oude stad.
's Middags in het zwembad vormen Catharina en ik zwempaar 'de vrolijke orka's' en geven we een voorstelling synchroon kunstzwemmen. We kondigen voor de dag erna al audities aan om ons te versterken tot een trio voor de Olympische Spelen.
's Avonds eten we slecht. Iedereen krijgt het verkeerde en ik zelfs (voor de tweede keer al hier) helemaal niks. Nu komt mij dat wel goed uit, omdat mijn spijsverteringskanaal inmiddels nieuwe afvoerwegen heeft gevonden. Ik heb dus weinig trek. We komen met de manager tot de oplossing dat de pizza's niet betaald hoeven te worden. In bed neem ik een paar droge crackers en hoop ik (alweer) dat mijn ingewanden morgen weer normaal werken.

25 juli 2008

Het Olympisch zwemteam is uitgebreid tot een achttal en Patricia neemt de leiding over. Onder het motto: 'Verzuipen is niet erg, als je maar blijft lachen', coacht ze ons naar ongekende hoogte. Gelukkig staat onze klapper, de lotus, op video. Die moet goud op gaan leveren in Beijing.
Na de sportieve prestaties vieren we Mirjams verjaardag met een mooie taart. Na de vervelende ervaringen van gisteren is het eten nu prima en maken we er een gezellige middag en avond van. Mirjam ligt voortdurend in haar deuk (inside joke).
Op het strand staat altijd een oud vrouwtje met doeken te wapperen in de wind. Ze wenkt iedereen en heeft uiteraard als doel de doeken te verkopen. Haar wappermethode, en zeker de kunstige manier waarop ze de doeken in de stormwind opvouwt, werpt vruchten af en ze heeft een geluksdag vandaag.

Embilipitiya

Vandaag een lange busrit voor de boeg. Via kronkelige, misselijkmakende bergweggetjes bereiken we Ella, waar we een prachtig uitzicht hebben over het dal. We zijn al gedaald tot 1008 m, wat samenhangt met een temperatuur van alweer 24 graden.
Bij een nabijgelegen waterval worden wat souvenirs ingekocht en schrikt Charissa van een parasiet. Na nog eens twee uur in de bus komen we in de gruwelijke hitte aan in ons hotel in Embilipitiya (sorry daarvoor, maar nóg moeilijker worden de namen hierna niet meer), waar we direct het zwembad in duiken. Daar leren we dat Ymke gespankt wordt door kabouters en dat de burgemeester van Appingedam handtastelijk is in het plaatselijke zwembad.
's Avonds genieten we van een heerlijk barbecuebuffet waarbij we de slappe lach krijgen door een verhaal over een orka. Op ons verzoek spelen de plaatselijke kermisklanten 'Surangeni', een Srilankaanse tophit, die we van onze gids Nihal hebben geleerd.
Als bijna vast gebruik gaan, nadat iedereen naar bed is gegaan, Ryanne, Leontina en ik nog een uurtje bij elkaar zitten om te bespreken 'wat verder ter tafel komt.' We zien dat er ratten in dit hotel zitten waarna Leontina geen zin meer kan uitspreken zonder het woord 'gadverdamme' erin te gebruiken.

22 juli 2008

Met een jeep op safari om -alweer- olifanten te spotten. Een olifant is eigenlijk net een soort tempel: als je er één ziet, heb je ze allemaal gezien. Naast de olifanten zien we verschillende soorten arenden, herten, ooievaars, krokodillen, buffels en reigers.


Doordat ik vanmiddag te lang bij het zwembad heb gelegen, ben ik erg verbrand. Patricia smeert me nogal hardhandig in met aftersun, wat, in combinatie met nieuwe orkaverhalen, weer tot de nodige hilariteit leidt aan tafel. Natuurlijk draagt ook het gebruikelijke belachelijk maken van andere hotelgasten ook weer zijn steentje bij.

23 juli 2008

De Indische Oceaan! We komen aan in een beachresort voor de laatste drie volle nachten in Sri Lanka. De zee is wild, maar rustiger dan een jaar of vijf geleden: aan alles kun je hier de verwoestende kracht van de tsunami nog zien.
Bij het zwembad proberen Douwe, Charissa en ik met de zelfontspanner een foto te maken van onszelf als we er nét inspringen. Natuurlijk krijgen we alleen foto's waarop we nog op de kant staan of waarop we al onder water zijn. Gelukkig komt Ryanne langs om de foto fatsoenlijk te maken.
's Avonds gaan we naar Unawatuna, waar een of ander religieus feest is. Op weg erheen lokt Nihal ons stiekem het huis van een vriend van hem binnen. Nihal blijkt jarig te zijn en hij trakteert ons op taart en cola. Later op de avond natuurlijk ook op arak.


Verder naar het feest: vreselijk! In een enorme menigte mensen voetje voor voetje over straat schuifelen. Hand op de portemonnee en de dames ook op andere zaken, want de -veelal dronken- inboorlingen betasten onze blanke blonde dames maar wat graag op de edele delen. De stoet leidt naar een stoepa die helemaal versierd is met lampjes. Ik snapte ineens wat 'opperste verlichting' betekent.
We eten in een restaurant op het strand waar de stoelen dus helemaal wegzakken in het zand. Het zit vreselijk, maar de haai die ik er eet, is erg lekker.

Nuwara Eliya

Over vandaag heb ik weinig te zeggen: ik was de hele dag ziek. De rest heeft een treinreis gemaakt en aan het einde daarvan pikten we ze met de bus op om naar Nuwara Eliya te gaan. Daar hebben we een theefabriek bezocht.
Nuwara Eliya is helemaal gebouwd in koloniale Engelse stijl. We zitten in een heel chic Engels hotel en de kamers zijn echt asociaal luxe. Gelukkig maar, want ik zal er veel tijd in bed doorbrengen!
Op het moment dat ik dit schrijf, staat de housekeeping aan de deur om een warme kruik te bezorgen. Wat een service!
Hopelijk voel ik me morgen beter, zodat we op ons gemak een beetje door het dorp kunnen wandelen met iedereen die niet meegaat met de dagexcursie naar Horton's Plains.

20 juli 2008

Ik ben een stuk opgeknapt en duik met Douwe, Ymke, Charissa, Mirjam en Patricia het dorp in om een gezellige, drukke Fata-Morgana-achtige markt mee te maken. Het stinkt er, alles ziet er walgelijk uit, vissen liggen levend uitgestald op straat en iedereen spuugt de vreemdst gekleurde substanties op de grond.
Als Ymke en Douwe pinnen, staat er ineens een bedelaar bij ons: een hand opgeheven en met de andere hand heftige gebaren makend in de richting van zijn mond onder uitstoting van: 'Ba! Ba!' Tussen de niet-pinnenden ontstaat het volgende gesprek:
'Kijk, een pantomimespeler!'
'Nee, het is hints, twee woorden!'
'Ba!'
'Ba? Ba-dhuis zul je bedoelen.'
'Als hij goed gaat praten, krijgt 'ie een sticker.'
'En bij drie stickers douchegel!' (Bij Douwe op school krijg je voor drie stickers een gelpen)
'O, kijk, hij heeft kleingeld, misschien kan hij wisselen.'

We komen op dat moment tot de conclusie dat het echt niet kan wat we doen en vol schaamte lopen we verder de markt over. Daar genieten we van Patricia's afdingkunsten. Als een echte Hollander praat ze de laagste prijzen voor elkaar.
De rest neemt een hightea in het hotel. Ik kijk er alleen naar aangezien ik geen thee lust en ze geen high beer hebben. De rest van de dag neem ik de tijd om te lezen en te genieten van deze laatste 'koude' dag. Morgen zal de temperatuur de dertig graden weer overstijgen.

Kandy

We vertrekken vroeg naar het Pinnawela olifantenweeshuis. Zo vroeg omdat we dan de voedertijd mee kunnen maken. Eigenlijk is dit helemaal niet leuk omdat de dieren niet echt liefdevol worden verzorgd. Na het voeren is het baddertijd. Aan zware kettingen worden de dieren naar de rivier geleid. We eten met uitzicht op de olifanten, maar mijn aandacht is meer bij een kraai, die eten van onze tafel steelt door er steeds vlak overheen te scheren.
Hierna stond een bezoek aan de botanische tuinen op het programma. Ymke, Douwe, Charissa en ik hadden geen zin, dus gingen we (met z'n vieren!) in een tuktuk terug naar het hotel. Onderweg werden we aangehouden door de politie omdat dat blijkbaar niet mag, wat even spannende momenten opleverde. Aangezien ons hotel boven op een steile berg ligt, trok de tuktuk het laatste stuk niet meer en moesten we lopen.
We zijn naar een Srilankaanse dansvoorstelling geweest, die me veel deed denken aan Holland's got talent: een theatertje waar steeds mensen met matige acts uit de coulissen kwamen. Na wat bordjesdraaien en vuurlopen was het afgelopen en gingen we door naar de belangrijkste tempel van Sri Lanka: de tempel van de tand. Hier zou een tand van Boeddha liggen. De security doet moeilijk over mijn gps en mijn muggenspray, en als we naast de eigenlijke entree ook nog extra moeten betalen voor de camera's, besluiten Ryanne en ik dat we tempelmoe zijn. We blijven buiten en ervaren de tempel met behulp van de reisgids.
Na lekker eten met een prachtig uitzicht is het tijd om te gaan slapen. Morgen gaan we raften.



18 juli 2008

De hele groep wilde per se raften, dus vandaag hebben we vijf uur gereisd om anderhalf uur te kunnen raften. Onze chauffeurs hadden een dagje vrij dus deden ze vrolijk mee. Na het raften kregen we een uitgebreide, heerlijke rijst met curry, die ik eindelijk eens heb gegeten zoals het hoort: allen met gebruikmaking van de rechterhand.
Vandaag is de maandelijkse landelijke feestdag. Bij elke volle maan heeft iedereen vrij en zijn er overal speciale ceremonies voor Boeddha. Wat wel weer vreemd is: boeddhisten mogen altijd gewoon drinken, roken en alles eten, behalve tijdens een feestdag! Dan mogen ze niks! Rare jongens die boeddhisten.
Morgen gaan we met de trein het hooggebergte in, waar het eindelijk een keer minder warm schijnt te zijn!

Polonnaruwa - Dambulla - Kandy

Op veel betere fietsen gingen we vandaag op verkenningstocht in Polonnaruwa. Ook hier stonden weer veel tempels en andere oude gebouwen. Het feit dat we overal onze schoenen moesten uittrekken, en de temperatuur van 34°C zorgden ervoor dat we rond 12:00u stopten met deze bezichtiging. We vonden in het dorp eindelijk een internetcafé waar we een hele tijd hebben doorgebracht. Met Ryanne ben ik erna in een tuktuk teruggegaan naar het hotel. Ook een tuktukrit is weer een aparte aanbevelenswaardige belevenis.
In het hotel bleek weer een bruiloft aan de gang te zijn en vooral de kinderen daarbij vermaakten zich erg met het bekijken van alle blonde, blanke mensen in het zwembad. Na het zwembad wilde ik douchen, maar ik merkte dat het water niet goed wegliep. Omdat Ymke en Douwe een soort stokje uit het putje hadden moeten halen, probeerde ik dat ook maar. Mijn stopje bleek een dikke pad te zijn en voor het eerst in tijden gilde ik nog eens van schrik. Het beest zwerft nu nog ergens door mijn badkamer.
In dit hotel valt voortdurend de stroom uit. Licht en airco zijn vooral erg vervelend om te moeten missen. Een echte aanrader is wel het 'diner bij telefoonlicht' dat we hierdoor noodgedwongen moesten houden.
Voor het licht weer wegvalt, hou ik maar op met schrijven. Ik hoop dat de stroomvoorziening hier me nog een hoofdstukje 'De naam van de roos' gunt. Morgen gaan we met de bus naar Kandy, een grote stad, waarr we een Srilankaanse massage krijgen.



16 juli 2008

In Dambulla zijn grottempels met tientallen boeddhabeelden erin. Bij de ingang staat een 30 meter hoge goudkleurige boeddha: monsterlijke kitsch. Na het neertellen van 1100 rupees jakkeren we de berg weer op. Hoewel het boeddhisme een van de weinige religies is die ik enigszins kan waarderen, alleen al omdat ze niet alleen op aarde lijken te zijn om ketters te bekeren, wil ik ze toch een tip meegeven voor als ze nog eens een godsdienst willen oprichten: bouw toch niet al die tempels boven op een berg! Al die gelovigen, en wij nu dus ook, klauteren dagelijks bij een temperatuur van 34°C naar boven om bij de tempel te kunnen komen. Daar moet toch iets slimmers op te bedenken zijn.
Via een werkplaats waar hout bewerkt wordt tot maskers en andere dingen, komen we in een kruidentuin. We krijgen een rondleiding en een massage met kruidenoliën. Na een hoop reclame voor diverse kruidenaftreksels komen we in een winkel. Als we de prijzen daar zien, blijkt al die kruidenzooi vooral goed te zijn voor de portemonnee van de eigenaar van de tuin.
Met de bus rijden we naar Kandy, de tweede stad van Sri Lanka. We slapen in een mooi hotel met een mooi zwembad, waarboven enorme vliegende honden fladderen. Na het eten en wat geïnternet zitten we met z'n drieën op het dakterras nog gezellig wat te praten, waarna we toch maar gaan slapen: morgen vertrekt de bus om zeven uur stipt!

Anuradhapura - Sigiriya - Polonnaruwa

Vandaag verkenden we op de fiets de stad Anuradhapura en dat was een hele belevenis. Op slechte wegen, op slechte fietsen en aan de linkerkant van de weg trokken we de aandacht van nogal wat inboorlingen. We fietsten van tempel naar tempel, die we allemaal natuurlijk weer alleen met blote voeten mochten betreden. Dat betekende dus weer uren door scherp zand en over gloeiende stenen wandelen. We maakten een boeddhistische mis mee rondom een boeddhaboom en zagen de hoogste stoepa van de wereld.


Omdat het 's middags te heet werd, fietsten we terug naar het hotel om te zwemmen. Toen ik plotseling mijn biertje miste, zagen we nog net een aap de laatste slok opdrinken. De dieren hebben hier sowieso vreemde kuren. Bij het avondeten viel er een gekko bij iemand in het eten vanaf het plafond. Aangezien het onze Belgische medereizigers betrof (die dit jaar een stuk leuker zijn dan de Belgen in Costa Rica), was er trouwens geen sprake van een gekko, maar van een hekko.
Na dagen van rijst met curry dacht ik een lekkere mixed grill te bestellen voor 600 rupees (= 4 euro). Het ging inderdaad om een bord vol gegrild vlees met friet en een gebakken ei, maar bij nadere inspectie bleek het te gaan om lever, hart en knakworstjes! Nu lust ik dat allemaal wel, maar toch verwacht je iets anders bij een mixed grill.
Morgen naar Polonnaruwa en Sigiriya, waar een cache op het programma staat.

Photobucket


14 juli 2008

Onverwacht kwam ik vandaag opeens op een olifant terecht! Op safari door de jungle op de rug van een olifant. Een beetje zielig vond ik het, maar een ervaring was het wel! Later op de dag spotten we ook nog een wilde olifant, dus wat die beesten betreft zat het wel goed vandaag.


De tussenstop was Sigiriya: een berg waar nog resten van vroeger zijn te vinden, toen de bewoners hem ombouwden tot leeuw met behulp van bakstenen en stucwerk. De zware beklimming van deze berg leverde naast een prachtig uitzicht ook een cache op.


Een kort beschrijvinkje van wat tot nu toe eigenlijk de leukste dag was. De groep komt steeds meer tot elkaar, ondanks het behoorlijke leeftijdsverschil. Voor we gaan slapen krijgen we de tip vannacht niet te gaan wandelen buiten: het zou niet voor het eerst zijn dat een toerist bij dit hotel om het leven zou komen door een wilde olifant die 's nachts een ommetje maakt.

Wordt vervolgd... (als ik hier nog ergens aan internet kan komen, want dat is een probleem hier!)

Amsterdam - Negombo - Anuradhapura

Op Schiphol verzamelt zich een groep Nederlandse reizigers op weg naar Sri Lanka. Het zijn er erg veel, te veel voor één groep en daar ben ik blij om: er valt nu al een onderscheid te maken tussen 'Djoser'- en 'Fox'-mensen. Wie mijn Costa-Ricadagboek heeft gelezen, snapt wat ik bedoel. Als ik in Colombo labels op de tassen bekijk, blijkt dat ik elke reiziger juist heb ingeschat en al snel blijven alleen de Djosermensen over bij ons groepje. Ik vraag me af wat dit Foxvolk helemaal in Sri Lanka zoekt, een land van culturele en religieuze schatten en een rijke natuur, als je veel goedkoper dezelfde zon kunt aanbidden in Alanya.
Vreemde landen hebben bijzondere manieren van welkom heten, die zich uitdrukken in interessante borden. Na de landing in Amman in Jordanië vertelt het eerste bord ons 'LADIES INSPECTION'. Ernaast is een hokje waarin vrouwen verdwijnen. In Sri Lanka zijn ze nog gastvrijer. Daar zegt het eerste bord: 'POSESSING ILLEGAL DRUGS CARRIES DEATH PENALTY'. Na het afhalen van de bagage zijn ze gelukkig vriendelijker en staan Singalezen klaar om westerse toeristen te begroeten door ze een krans om te hangen van verse bloemen.
We vlogen met Royal Jordanian. Ruime zitplaatsen en heel redelijk eten, en uiteraard halal. Dat het een islamitische luchtvaartmaatschappij betreft, valt vaker op. Zo kun je op een scherm voortdurend volgen in welke richting Mekka ligt en hoever we daarvandaan zijn.
We arriveren in Colombo rond zes uur 's ochtends en het is er al broeierig en 30°C, dus dat belooft wat. Als ik na een bad en een dutje een rondje door het vissersdorp Negombo wandel, wordt me om de paar meter gevraagd of ik soms een tuktuk wil. De opdringerigheid lijkt Srilankanen eigen. Hopelijk is dat anders in de dunbevolktere gebieden.
21:00u.: In bed na een traditioneel Srilankaans buffet. De curry's zijn erg lekker, maar als het zo blijft, zijn mijn smaakpapillen dood als ik terugkom in Nederland. Voor kenners: enigszins vergelijkbaar met KongPaosaus, mits goed uitgesproken. Morgen vertrekken we vroeg naar Anuradhapura, één van de hoeken van de 'culturele driehoek'.

12 juli 2008

Vandaag een literair verantwoord stukje reis: we reden langs uitgestrekte rijstvelden vol arme boeren en waterbuffels, wat aan een wel heel bekend boek deed denken. Met de verfilming daarvan in het achterhoofd, wachtte ik geduldig tot zo'n buffel een tijger zou gaan ombouwen tot een berg braadworst. De enige tijgers in dit land zijn echter Tamils, waarmee de Singalezen, ook nu nog, in hevige burgeroorlog zijn. Daarom lopen er overal, zelfs in hotels, gewapende militairen rond, die, alweer, doen denken aan ons koloniale verleden met hun typische pakjes aan.
We reden langs ananas- en kokosplantages en een 'houtzagerij' waar gewoon nog zes mensen het werk doen van één machine. Van Arbo hebben ze ook nog nooit gehoord, lijkt het door de manier waarop ze met hun messen omgaan.
We stoppen om te lunchen in Kurunegala en maken daar een traditionele Srilankaanse bruiloft mee. Na het zeer christelijke Negombo begint alles langzaamaan het boeddhisme te ademen. Overal staan boeddhabeelden en stoepa's. In Mihintale beklimmen we een berg tot bijna aan de top. Als we het heiligdom boven bereiken, moeten we uit respect op blote voeten verderklauteren over de rotsen. Onbewust overtreden we elke regel: sjaals waaien af waardoor schouders zichtbaar worden, we lopen rechtsom om een stoepa heen en tot overmaat van ramp fotograferen we onszelf met onze rug naar een boeddhabeeld. Boze gezichten alom, maar ook hier geldt: rupees doen wonderen!


Bij het hotel duiken we (de jonge garde dan) meteen in het zwembad, tussen de libellen, wespen en kikkers. We lummelen met een surfboard (waarom bedenkt altijd als ik op vakantie ben iemand dat domme spel?) en na een frisse douche kunnen we eten. Weer curry, minder scherp gelukkig.
Nu lig ik voor het eerst van mijn leven onder een klamboe tegen de malariamuggen in een kamer vol gekko's. Morgen gaan we verder op de fiets.