Een titelloze dag
Het begon een gewoonte te worden om het dagelijks verslag te beginnen met een grappige opmerking van iemand als titel. De ene helft doet het er nu om, en de andere helft let te erg op zijn woorden. Vandaag dus een titelloze dag.
Bij de ochtendbijeenkomst vertelt de kampleider over een lege bron, waarmee hij een duidelijke steek onder water geeft over ons waterspel van gisteren. Buiten dat is hij ons vandaag gunstig gezind. Hij is begrijpend, aardig en maakt duidelijk dat hij echt iets wil doen voor deze kinderen.
's Ochtends krijgt de helft van de groep computerles en de andere helft van de groep houdt een kringgesprek onder leiding van Ilse en Imke. De Nederlanders en de Roemenen raken met behulp van tolken met elkaar in gesprek en komen dichter tot elkaar. Lindy showt wat taekwondo en ter afsluiting zingen Jayma en Ruud Dezelfde zon om te laten zien hoe we geld hebben ingezameld voor dit project. Een zeer zinvolle besteding van onze morgen.
Na de lunch gaan we vissen. We laden weer achttien mensen in de Vito en gaan op weg naar de roeiboten. Met hengels varen we uit om onze avondmaaltijd bij elkaar te jagen. Sommigen van ons vangen een klein visje, de meesten vangen niks. Lindy vangt een vis, maar schrikt zo erg van een voorbijzwemmende slang, dat ze de vangst weer verliest. Imke vangt een grote vis, maar Dode is zo jaloers dat alle vrouwen in zijn boot vis vangen en hij niet, dat hij die vis overboord gooit. Ruud, Frank en Aura, de kokkin, delen een boot, maar zijn al blij als hun aas nog aan hun hengel hangt als ze hem boven water halen.
Na het eten spelen we nog wat spellen op een stuk grond waar dat niet blijkt te mogen, en verschuiven we stoelen in de zaal waardoor we opnieuw de toorn van de kampleider op onze hals halen. Gelukkig spreekt hij geen Nederlands en kunnen we hem op schuldbewuste toon midden in zijn gezicht zeggen dat hij aan het zeuren is.
In Constanta barstte het al van de insecten, maar hier op het platteland haal je ze werkelijk overal vandaan. Als je een vreemde bult voelt onder je kleren en je voelt met je hand even onder je shirt, dan is de kans groot dat je een beest in je handen houdt dat je nog nooit hebt gezien. Het barst van de muggen, mestkevers en mieren. Uit een stuk taart dat Imke eet, komt zelfs een nog levende vlieg tevoorschijn!
We hebben een nieuw doel gevonden om een deel van ons geld aan te spenderen: in Constanta woont een familie in een huis zonder ramen. Binnen komt nooit licht. We zullen van ons geld een groot raam in dat huis laten zetten.
Omdat het te laat is, kijken we geen film meer en gaan we naar bed voor de laatste nacht van dit kamp
Het begin zit in z'n kont
Voor het ontbijt moeten we gezamenlijk uit de bijbel lezen. De kampleider probeert erin te rammen dat alles goedkomt, als je maar bidt. Hij neemt ons roeiavontuur als voorbeeld en vertelt dat het aan god te danken is dat we uiteindelijk aan wal kwamen, terwijl we dat gewoon zelf gedaan hebben!
Na het ontbijt zou er een discussie zijn over kiezen en consequenties, met de automutilatie van de jongens als voornaamste voorbeeld. Uiteindelijk blijkt de kampleider een nieuwe preek te willen geven met als centrale les: als je tegen god liegt, maakt hij je dood. Hij is lang van stof en neemt de bijbel erg letterlijk.
We doen een spel waarbij we elkaars ballon kapot moeten trappen en spelen met waterballonnen. De jongens genieten zichtbaar, maar omdat we water verspillen, straft de kampleider ons: we mogen ons de hele dag niet wassen!
Na de lunch gaan we varen, deze keer gelukkig in een gemotoriseerde boot. Uren varen we door de Donaudelta, tussen de witte reigers, aalscholvers, ijsvogels en pelikanen. Als Dode (uitspraak Dodde) tegen Gabi zegt dat hij een mooie zonnebril opheeft, gooit Gabi zijn bril overboord, wat de nodige hilariteit met zich meebrengt. We passeren een dazennest en worden bestookt door de bewoners ervan. Iedereen in de boot wordt gek en probeert de beesten dood te slaan. Stefan danst hierbij zo vreemd door de boot dat we zelfs hierom kunnen lachen. Stefan en Dode hangen voorover uit de boot en vangen vissen met een emmer en met hun blote handen. Op de terugweg zitten we erg comfortabel met z'n negentienen in een Vitobus.
Terug op het kampterrein blijkt dat de kampleider in een gang slippersporen heeft gevonden als gevolg van het watergevecht. Op onze vraag of we het even zullen opruimen, is zijn antwoord: 'Het zou beter zijn als jullie de rommel niet gemaakt zouden hebben.' Daar kun je iets mee! Later blijkt dat hij alleen de vrouwen iets kwalijk neemt: zij waren het namelijk die het hadden moeten poetsen!
's Avonds spelen we in het bos een door ons voorbereid spel met dierengeluiden. Als we het spel uitzetten, stoeit Lindy met een bol wol, omdat ze het begin niet kan vinden. Behulpzaam tipt Floor: 'Het begin zit in z'n kont!' Het spel kan beginnen en plots is er in het bos een geblaat, gehuil, geknor en geblaf van jewelste. Bogdan en Stefanwinnen het spel, maar de echte grote winnaars zijn de muggen, die weer van voldoende bloed voorzien zijn.
Na wat spelletjes in de kerk en een preek van de kampleider (centrale les: wee je gebeente als je herrie maakt of doucht), laat Frank een flinke dampoe, waardoor iedereen naar bed vlucht.
Ik wil ook een keer de titel zijn!
En daarmee gaat de wens in vervulling die Imke tijdens het ontbijt uitspreekt. Linsey frustreert zich nog steeds over de kubus. Eriks handdoek is inmiddels gelukkig wel droog, al zit hij vol met zand. In alle vroegte nemen we de Maxi Taxi naar Casa Sami, waar we nog een tijd moeten wachten tot alle jongens aanwezig zijn. In de tussentijd vermaakt Frank ons met een poppenkastvoorstelling. Zijn handen veranderen in Erik, Ruud en niet nader te noemen bekenden van ons.
Rond tien uur kunnen we op weg. In drie bussen rijden we naar het kampterrein met elf straatjongens van de leeftijd van onze leerlingen of iets ouder. Op het terrein aangekomen, komen we erachter dat dit een christelijk kamp is. Gezamenlijk uit de bijbel lezen, bidden voor het eten, ofwel help... We slaan ons er respectvol doorheen, waarna we naar het water lopen om te gaan roeien. Onderweg komen we langs een nest ooievaars, die hier veel blijken te zitten. Aan een stroomkabel hangt zelfs een dooievaar.
Het roeien verloopt voor de meesten erg vlot. Bijna alle groepen varen naar het eindpunt om te zwemmen. Ruud en Erik delen een boot met drie straatjongens, die geen Engels spreken. Als een gedeelte van de boot afbreekt, drijven we af door de stroming. De kampleider komt terug en brengt ons zo goed als het gaat terug naar het beginpunt. Onze klunzigheid kost een visser zijn hengel, maar na veel gedoe staan we weer op de kant.
Na een bord macaroni met geitenkaas proberen we de jongens te leren jongleren, zodat ze daar eventueel op straat iets aan kunnen verdienen. Gabi kan het binnen tien minuten en de rest staat onbeholpen met de ballen te gooien. Daarna gaan we voetballen, alleen zijn de Roemeense jongens behoorlijk ontdaan over het feit dat er meisjes in het veld staan en al helemaal omdat onze bikkel Jayma er zelfs op blote voeten staat! Na het douchen verzamelen we in de zaal, waar eerst een Roemeense psalm wordt gezongen en daarna een christelijke film gekeken.
Het volgende gedeelte schrijf ik even alleen vanuit mezelf, omdat ik niet weet in hoeverre het voor de anderen opgaat. Ik blijf uit beleefdheid zo lang mogelijk zitten, maar als er in de film over 'ware kracht is opstaan uit de dood' wordt gepraat, haak ik af. Gelukkig staan er meer mensen op, dus kan ik onopvallend weglopen om naar bed te gaan. Als deze indoctrinatie nog twee dagen doorgaat, ga ik hier een heel zware dobber aan krijgen.
In bed houden we ons nog lang bezig met het maken van Erik-woordgrappen: Hij gaat als een sperik, strak in het lerik, persiflerik, enz. Als Dragos ook naar bed gaat, zijn we stil en bereiden we ons voor op het ochtendgebed.
Poepen Vivian, dat mag hier!
De dag begint met een uiteenzetting van Erik over Vivians aaibaarheidsfactor. Later op de dag zal blijken dat hij er niet zo ver naast zit.
In Casa Sami wordt vandaag weer hard gewerkt. Imke en Ruud ordenen de kast verder en de rest gaat aan de gang met de oudere jeugd. Er wordt gesjoeld en gekleurd. Indrukwekkend om te zien hoe stoere, getatoeëerde jongens van een jaar of twintig nog echt kind blijken te zijn als ze vrolijk gaan zitten kleuren. Na de lunch barst er een groot gevecht los met waterballonnen. De kinderen genieten enorm en wij ook. Ruud, die zowat als enige nog droog is, omdat hij ijsjes aan het kopen was, wordt bij terugkomst omhelsd door de dankbare, maar vooral natte kinderen.
Op weg naar huis geven Lindy en Berte een show weg door hardop te zingen in de Maxi Taxi, onder begeleiding van hun eigen luchtgitaarspel. Niet alle passagiers lijken even blij hiermee. Gelukkig weet Floor de chauffeur deze keer precies de instructies te geven om hem voor de deur te laten stoppen.
We gaan naar het strand en zwemmen een tijdje in de Zwarte Zee. Als we later bij een restaurant op het terras zitten, gebeurt voor ons het meest aangrijpende tot nu toe: langs de tafels loopt Alin, een van de kinderen met wie we in Casa Sami werken, rozen te verkopen. Hij is lief, beleefd, heel intelligent en een jaar of acht. Hij is zowat de enige van wie we allemaal de naam kennen en we vinden het verschrikkelijk om hem zo te zien. Ineens beseffen we echt voor wie we hier zijn en we kopen voor 60 lei rozen voor hem. Deze jongen mag niet mee op kamp omdat hij van zijn ouders rozen moet verkopen in Mamaia.
In het restaurant ontmoet Vivian haar over weer, die al twee en een half uur op haar wachtte. Iedereen lacht hem uit, behalve Imke en Ruud, die in ware romantiek geloven. Als het loveduo in zee verdwijnt, roept Lindy ze na: 'Poepen Vivian, dat mag hier!' (Poepen betekent zoenen in het Roemeens). De vriend van de ober die er ook bij is, loop naar Lindy en is heel direct: 'I'm trying to hit on you!' Zij doet het af als een 'nice try'.
Terug in ons huis relativeren we alles met een biertje, terwijl Linsey zich frustreert over een Rubik's kubus, onder het voortdurend uitroepen van: 'Baggerheid!' Erik frustreert zich erover dat zijn handdoek nog zeiknat is, omdat hij die in zee heeft laten vallen, terwijl hij nog drijfnat was. Omdat morgen de wekker vroeg gaat, maken we het 's avonds niet te laat. (Kwart voor één)
(Er staan vanaf nu ook foto's op de site!)
Frank, geef me je ballen!
Ofwel, de grote jongleerhype is losgebarsten. Ballen vliegen alle kanten op, omdat iedereen wil leren jongleren. Linsey zelfs 's nachts: ze houdt Imke en Vivian uren uit hun slaap.
Voor Erik worden aan de lopende band nieuwe bijnamen verzonnen. Vandaag kwam daar 'Loerik' bij, omdat hij vanmorgen in de richting van de kamer van Jayma en Lindy loert onder het uitroepen van: 'Wie van die twee heeft er eigenlijk een rood slipje aan?'
Vandaag werken we de hele dag in Casa Sami. We ruimen de kasten op, zoeken kleding uit, koken voor de kinderen, schilderen, scoebidoeën en stoeien met ze. Op een gegeven moment zit zelfs Dragos, een medewerker van Casa Sami, bij ons op de rug. Na een lange, zware dag poetsen we het inloophuis en ploffen we neer in de huiskamer voor een vergadering. Omdat de stoelen in Casa Sami bijna allemaal kapot zijn, kopen we nieuw meubilair van ons sponsorgeld.
Nadat we thuis nog een tijd met onze ballen spelen, gaan we via de pinautomaat naar Mamaia, het uitgaansgebied bij Constanta. Al snel zitten we op een gezellig terras om te eten. Lindy, Berte, Linsey, Vivian en Jayma zitten bij elkaar aan een tafel en bestellen vijfmaal sex on the beach. In eerste instantie alleen de cocktail. Na een paar slokjes gaan de dames los en al snel scoort Vivian de leukste ober van het terras. De lelijkste ober probeert Jayma te versieren. 'I want to do it!' zegt Lindy tegen de overgebleven ober, waarna hij aan de tafel van Ilse, Floor, Imke en Ruud begint te vertellen wat hij voor een rotavond heeft, dat hij moe is en naar huis wil en vooral dat ons eten niet echt lekker is.
Na een mislukte poging om een McFlurry te krijgen, eten we boven nog een stuk watermeloen en wat stukjes kaas die ons inmiddels op de armen groeien. Erik probeert ons met appeltabak te besproeien, maar gooit de dispenser kapot. Zou daar nog een goede bijnaam in zitten?
Erger je niet, maar verbaas je!
Vandaag worden we wakker omdat Jayma in onze slaapkamer vieze liedjes ligt te zingen. Frank probeert haar te verjagen door een slippergevecht met haar aan te gaan. Ook al kun je aan Jayma's wang zien dat ze vaker vecht, toch verliest ze. Even later krijgt ze haar revanche als Frank maar blijft mekkeren over zijn ingescheurde nagel. Na veel gedoe overtuigt Jayma hem ervan dat hij de nagel gewoon moet doorknippen. Zijn pijnschreeuw is zo hard, dat de Roemeense buurvrouw de tuin in komt gelopen. Hoe vaak we haar ook duidelijk proberen te maken, dat we haar niet verstaan, ze blijft in het Roemeens tegen ons praten. Ze verdwijnt om een minuut later terug te komen met de boodschap: 'He goes to work now!'
We gaan vandaag naar Corbu, een stadje bij Constanta waar een huis staat waarin een pleeggezin woont. Daar worden geschikte straatkinderen uit Casa Sami geplaatst. Wij gaan erheen om de familie een barbecue en een dvd-speler aan te bieden. Na een rondleiding door het huis geven we de kinderen de speler. Erik wil indruk maken door Roemeens te praten en terwijl hij het cadeau overhandigt, zegt hij: 'Multumesc', ofwel 'Dank je wel.' Hij wordt hard uitgelachen door de kinderen, die wel erg blij zijn metons cadeau.
De barbecue gaat aan en we maken er een gezellig feest van. Lindy leert ons dat je de schuimkraag van een biertje kunt verkleinen door je vinger er midden in te steken. Als we met de kinderen een typisch Nederlands spel willen spelen, oppert ze het spel 'Chinese muur'. We gaan het spelen en de kinderen zijn erg enthousiast. Als we gaan voetballen kijken ze voornamelijk toe, maar ook dat vinden ze erg leuk. De pleegmoeder is blij met ons, omdat we eens niet alleen geld en eten brengen, maar ook de kinderen bezighouden.
In planning blijken Roemenen geen helden te zijn. Alles gaat op de gok en afspraken worden regelmatig niet nagekomen. Ook is het af en toe vervelend dat ze je eten en drinken blijven opdringen, of zelfs je bord en glas gewoon vullen, ook als je nadrukkelijk duidelijk maakt dat je dat niet wil. Ellen heeft als standaardspreuk voor Nederlanders bedacht: Erger je niet, maar verbaas je! Dit verwoordt het cultuurverschil heel goed.
In de bus terug houdt Linsey een interessante monoloog over vreemdgaan en stoppen we bij de winkel om inkopen te doen voor vanavond en morgen. In het huis wordt er nog flink geregenwormd, een of ander suf dobbelspel. Frank maakt tegelijkertijd veel indruk met zijn perfecte imitatie van Meester De Gankelaar.
Even binnen kijken...
Vandaag is de eerste dag dat we 'gewerkt'hebben met straatkinderen en andere daklozen. Om elf uur zijn we in Casa Sami, waar we brood smeren. De kinderen weten dat ze vanaf twaalf uur sandwiches kunnen komen halen aan het raam van het huis. Met name Jayma, Lindy en Floor vallen erg in de smaak bij de kinderen. We bespreken met Ellen de wensen die er zijn, waarvoor wij ons geld kunnen inzetten. Daarover zullen we jullie later nog op de hoogte houden.
We gaan naar de winkel en kopen heel veel appels en chocoladerepen om uit te gaan delen in de arme wijken. De rest van de middag wandelen we langs alle plaatsen in Constanta waar arme gezinnen en daklozen verblijven. Alle kinderen lijken even vrolijk, maar krijgen helemaal een grote glimlach op hun gezicht als ze een appel en een reep krijgen. Over een grote glimlach gesproken: Als Ruud, zoals zijn Roemeense taalgids het voorschrijft, breedlachend de 'oe' uitspreekt, blijft iedereen in een deuk schieten!
Alle mensen hier zijn gastvrij en hoe weinig ze ook hebben, ze laten trots zien wat ze wél hebben. Ze staan erop dat we binnen komen kijken en alle ruimtes bezichtigen. De huizen, die van binnen echte krotten zijn, zien er van binnen soms nog verbazend gezellig uit. Toch voelt het een beetje als aapjes kijken: de rijke mensen komen even kijken hoe erg de arme mensen het hebben.
We gaan via het station per bus verder en toveren met eenvoudige appels het ene blije gezicht na het andere. De andere kant zien we ook. Sommigen zijn high en verbergen snel het zakje waaruit ze lijm snuiven. Om deze mensen hangt ook een enorme velponlucht.
Nadat Jayma vanochtend al veel sjans had van 'die jongen in het gele T-shirt', bleek vandaag weer Eriks dag: een dakloze vrouw viel helemaal voor hem: liefde op het eerste gezicht. Ze had ons allemaal al de hand geschud en gekust, maar bij Erik bleef ze hangen. Zelfs de wrap die we ze van ons kreeg aangeboden, kon haar aandacht niet meer van hem afleiden. Zelfs in de bus bleef ze ons volgen, onder het uitroepen van 'I love you!'
Tussendoor maken we even een sightseeingtour langs de Zwartezeekust, waar met name het oude casino (googelen!) de moeite waard is. Na de tour splitsen we. De grootste groep gaat voor pizza, vier durfals kiezen voor soharma. Dat is niet wat je denkt! We krijgen een wrap gevuld met friet, kip, groenten en saus. Het is heerlijk!
Te voet vervolgen we onze weg, totdat we midden in een onweersbui terechtkomen. Het onweert zo hard dat om ons heen overal auto-alarmen afgaan. We schuilen zo goed als het gaat tot we bij toeval twee taxi's aanhouden, omdat Lindy en Berte hun hand opsteken. Met de taxi gaan we naar huis, waar een nieuw gevecht om de ventilator losbarst. Terwijl Lindy eerlijk vecht, maakt Jayma gebruik van vuile technieken als kontknijpen, halsbijten en nippeltwisten. Als de benedenburen komen klagen, maken ze misbruik van de situatie en verstoppen ze de ventilator.
's Avonds zitten we in het donker bij elkaar. Het onweer duurt voort en de stroom is uitgevallen. We doen een spelletje, vertellen moppen en wisselenonze genantste momenten uit. Zo blijken er mensen in het Louvre per ongeluk in kunstwerken te zijn gaan liggen. Andere fietsen zomaar de Intertoys binnen. De bijbehorende namen zullen we uiteraard geheim houden.
De eerste dag in Roemenië
In de nacht van donderdag op vrijdag, na het schoolfeest, vertrekken we om half drie richting het vliegveld van Keulen voor ons project met zwerfkinderen in Roemenië. Na een voorspoedige vlucht, alleen verstoord door een lastige krijsbaby, komen we aan op het vliegveld van Boekarest. Daar worden we opgewacht door Ellen, die deassistent van Nederlandse bodem is inhet inloophuis. We beginnen aan een lange busrit naar Constanta, waarin we zien dat Roemenië een land is van straatkinderen, straathonden, straatventers, straatprostituees (de vrachtwagenchauffeur voor ons gooit er zo een buiten, waarna ze zich klaarmaakt voor de volgende klant) en zéér schone toiletten langs de snelwegen! (Dat laatste was overigens zonder sarcastische ondertoon). Het verkeer is een chaos en met name rechts inhalen is de normaalste zaak van de Balkan.
We slapen in een studentenhuis dat verborgen ligt in een druivenstruik. Na het lossen van onze bagage vertrekken we naar Casa Sami, het inloophuis. Op dit moment zijn er geen kinderen meer aanwezig, dus krijgen we de grande tour door het gebouw. Het is klein, erg krap, maar heel functioneel ingericht. In overleg maken we het programma voor de komende dagen, waarna we door Ellen bij haar thuis worden uitgenodigd. De dames moeten likeur drinken en de heren jenever, allemaal zelfgestookt. De drank slaat aan, want Frank gooit een glas kapot en Imke en Ruud vallen van de trap.
We doen boodschappen, waarna ons eerste grote avontuur begint: de weg terug naar ons huis vinden zonder begeleiding: veel te vroeg stappen we uit de Maxi Taxi en in haar beste Roemeens vraagt Imke de weg, waarna we nog steeds een uur door de stad dwalen om de weg te vinden. Als we vlakbij ons huis zijn, zegt Erik:'Vinden jullie ook niet dat mijn tas een vreemd geluid maakt?' Als hij binnen zijn tas openmaakt, blijkt dat Frank zijn chocoladedanoontje opengebarsten is in de tas van Erik. Boodschappen, wegenkaarten en zijn scheetkussentje zijn helemaal vochtig en bruin.
Terwijl Erik en Frank alles schoonmaken, vecht de rest uit wie de ventilator op de kamer mag houden. Daarna spelen we nog een spel met letters waarin vooral Imke erg goed blijkt te zijn. Sommigen gaan naar bed. Linsey, Vivian, Frank, Erik en Ruud blijven nog een tijdje op het balkon zitten en discussiëren over de uitspraak van het Roemeens, theorieën over Nine Eleven, je keel wel of niet open kunnen zetten en redenen waarom Duitsers niet ons land binnen gelaten zouden mogen worden. Tegen twaalven gaan we naar bed.
Op deze eerste daghebben we trouwens al twee aanvaringen met de politie gehad. De eerste keer werd ons busje aangehouden voor een inspectie, de tweede keer, toen we de meegebrachte kleren naar het inloophuis aan het brengen waren, werden we aangehouden op verdenking van straatventerij!