Eรฉn glaasje port, sjalalalala...
Nederland ligt vol met sneeuw. Op vakantie heerlijk, maar als je afhankelijk bent van het wegennetwerk, ligt dat anders. Wat is het dan fijn om na twee uurtjes Ryanair vol krijsende kleine kinderen en behoorlijk wat turbulentie te landen in een zonnig gebied zonder een vlokje sneeuw. En daarbij: het dertigste land waarin ik voet aan vaste grond zet.
We halen de huurauto af en vertrekken richting Porto. Deze stad staat al slecht aangegeven, want elke buitenwijk heet op de snelwegborden ook gewoon Porto en het centrum staat nergens vermeld, maar ín de stad zelf is het net Oisterwijk: bewegwijzering is een kunst die ze er niet verstaan. We knallen onze auto maar in een parkeergarage en nemen een taxi naar het hostel. Onze chauffeur begint een heel gesprek met ons over zijn verleden. Hij heeft in de diamantindustrie gewerkt, maar is daarmee gestopt omdat het geweld in die ´scene´ hem te veel verwondingen op leverde. Zowel zijn been als zijn schouder waren al ooit zwaar gewond en destijds alleen door een Nederlandse wonderdokter te repareren geweest. Nu was hij al weer jaren taxichauffeur. Dat dat beroep niet veel gezonder is blijkt uit zijn gerochel. Om de zoveel tijd zet hij de taxi stil, doet hij de deur open en spettert er een groene fluim tegen het wegdek. Daarna gaat de deur weer dicht en rijdt hij verder.
Na nog wat omzwervingen, vinden we ons hostel. Films is het thema van dit hostel en elke kamer is ingericht naar een andere film. Wij slapen in The Godfather. We dumpen onze spullen daar en gaan op zoek naar eten. Net als vorig jaar is dat lastig: ze doen hier niet aan tweede kerstdag, dus het is hier gewoon de zondag na Kerst en alles is gesloten. Onderweg passeren we wel de nodige hostels, die allemaal nog hier en daar een gaatje vrij hebben tot oud en nieuw. De gaatjes vallen precies in elkaar en tot 2 januari hebben we onze slaapplekken geregeld. Verder op zoek naar een restaurantje.
Uiteindelijk belanden we in een heel klein tentje gerund door een oude Portugees met een snor. Zijn vrouw maakt alles vers klaar en het kost bijna niks! Bovenaan de kaart staat een gerecht waar ´typisch gerecht uit Porto´ bij staat, dus zonder na te vragen wat het is, bestel ik dat. Voor het eten openen we onze vakantie natuurlijk met de eerste port. Tijdens het bestellen worden we al meteen terecht gewezen dat dit een aperitief is: we mogen het alleen vóór het eten nuttigen. Als we genoten hebben van ons wijntje, kom ik erachter wat ik besteld heb: een schotel van witte bonen, worst en stukken gestoofde koeienmaag. De structuur hiervan is heel vreemd, maar het eten smaakt goed en ik heb een goed begin. Mijn eerste diner in Portugal mag direct op het lijstje van ´vreemde dierlijke gerechten´...
Als nagerecht bestellen we de chocolademousse, die zich ontpopt tot één van de extreemste culinaire orgasmes die ik ooit beleefd heb. Hier gaan we later zeker terugkomen! Als we om de rekening vragen, rekent de eigenaar alles voor ons uit op het tafelkleed. We betalen nog geen dertig euro voor twee driegangendiners inclusief port en een extra drankje.
Na het eten wandelen we terug naar de auto om onze bagage op te halen. Met die bagage nemen we opnieuw een taxi. De rest van de avond spenderen we in het hostel: daar is het portnight: cocktails met port kosten € 1,30 en een gewoon glas port slechts een euro...
Knuppel op een knuppelbrug
Vanochtend hebben we gelukkig alle tijd. We hoeven alleen nog maar onze spullen te pakken en het vliegtuig vertrekt pas om half twee. Acht uur ontbijten we voor de laatste keer met z´n allen. Het heerlijke moment breekt aan dat we voor de laatste keer de huid van onze knokkels moeten slopen met Dettol, de vuiligheid waarmee we ruim drie weken onze handen hebben moeten wassen. Daarna hebben we nog tot elf uur om ons te douchen, onze spullen te pakken en verder helemaal niks te doen.
Als we onze rekening willen gaan betalen in het restaurant, gebeurt er iets zeer ironisch. Op de weg tussen onze tenten en het restaurant ligt een knuppelbruggetje. Zeer gammele en ongelijke houtjes zijn hier samengetimmerd tot een soort van constructie waarmee je veilig het water over zou moeten kunnen komen. Op de bovenste ´trede´ van de brug slaat mijn enkel om en met een pijnkreet verlies ik mijn evenwicht en donder ik naar beneden toe. Val ik op het laatste moment tóch nog van een brug af...
Om elf uur stappen we allemaal voor het laatst in de truck voor de rit naar het vliegveld van Livingstone. Daar staan 5430 kilometers op de teller die we de afgelopen weken hebben afgelegd. Het onvermijdelijke afscheid van Anna en Ismael nadert. Na hun afscheidsspeech nemen we eerst afscheid van Anna. Ismael, die al eerder had aangegeven nooit afscheid te willen nemen, was spoorloos verdwenen, waardoor we hem uiteindelijk geen afscheidsgroet hebben kunnen geven. Binnen drukt de douanier snel een stempel in onze paspoorten, ongeïnteresseerd, alsof we hem storen bij iets belangrijks. Als we de douane gepasseerd zijn, kijken we terug en vangen we een glimp op van zijn computerscherm: hij was een potje patience aan het spelen. Jammer is wel dat Djoser ons verkeerd heeft voorgelicht over de uitreisbelasting. Die blijkt er helemaal niet te zijn, waardoor ik nu nog met zo´n 140000 achtergehouden Zambiaanse kwacha´s zit, die in Nederland geen bank wil. Toch ruim twintig euro.
We beginnen aan een omslachtige vlucht. Vanuit Livingstone vliegen we eerst terug naar Zuid-Afrika, om daarna pas weer naar het noorden te vliegen. Op het vliegveld van Johannesburg staan we anderhalf uur op dezelfde plaats in de rij, omdat een arrogante Oostenrijker moeilijk staat te doen aan de balie. Hij wil regelen dat hij naast zijn zoon kan zitten, terwijl er alleen nog individuele plaatsen zijn. Terwijl ze achter de balie wat pogingen doen, staat hij uitgebreid tegen iedereen te blaten hoe rijk hij is, dat het zo goed gaat met zijn bedrijf en allerlei andere onzin die we helemaal niet willen weten. Als hij zich lijkt te hebben neergelegd bij het plaatsingsprobleem in het vliegtuig, vermeld hij tussen neus en lippen door aan de baliemedewerker dat hij wapens bij zich heeft. Moet hij daarvoor extra maatregelen nemen? Een nieuwe wachtperiode gaat in...
Om de berg ergernis die hier bij de hele wachtrij uit voortvloeide maar achterwege te laten, springen we nu ineens van het vliegveld naar het vliegtuig. Ik wist al dat ik gescheiden van de anderen zou zitten. Naast mij neemt een Indiër plaats, die meteen zijn hand uitsteekt, zich voorstelt en een gesprek begint dat klinkt alsof het wel eens de hele nacht zou kunnen gaan duren. Het zal toch niet waar zijn, hè? Maar binnen enkele minuten blijkt het een erg interessante man te zijn en we raken in een gesprek dat inderdaad de hele nacht duurt. Hij komt uit India, woont in Zuid-Afrika en is nu op weg naar zijn vrouw in Noorwegen. Hij is cameraman voor National Geographic en doet het licht- en geluidontwerp voor internationale voorstellingen. We hebben dus genoeg om over te praten en als dan ook nog een Olympisch marathonkampioen die hij blijkt te kennen zich bij ons voegt, wordt dit de kortste vlucht die ik ooit heb meegemaakt. Ik haat vliegreizen die langer dan acht uur duren, maar deze elf uur vlogen voorbij. Ondanks het slechte vliegtuig van Lufthansa. Ondanks het gebrek aan beenruimte waardoor mijn pijnlijke voet in de meeste vreemde bochten gedraaid wordt. Aan het einde van de vlucht nodigt de Indiër me uit om de volgende keer als ik in Kaapstad ben op bezoek te komen in zijn grote landhuis aldaar, waar ik zo lang zou mogen blijven als ik wil. We wisselen mailadressen uit en nemen afscheid.
En dan komen de vervelendste dingen van een reis. Wachten op bagage. Langs de douane. Afscheid nemen van de groep. De juiste trein zoeken. Wekenlang zaten we midden tussen de meest tot de verbeelding sprekende dieren en nu staan er alleen maar koeien en schapen in de weilanden langs het spoor. En nu zit ik thuis, met mijn laptopje het laatste verhaal uit te werken. Nou ja, bijna het laatste verhaal dan. Er komt nog een samenvatting van alles wat ik de afgelopen weken over Afrika heb geleerd. Ik begin vast na te denken over mijn reisdoel voor de zomer van 2011...
Victoria Falls
Onze laatste volle dag in Zambia beginnen we in het nationale park rondom de Victoria Watervallen. In de ochtend staat de zon het beste voor goede foto´s en mooie regenbogen over de watervallen. We nemen eerst het wandelpad op een afstandje van de watervallen, van waaruit we een mooi uitzicht hebben over het hele gebied en de passen waardoor het water dat van de waterval afkomt wegstroomt. We wandelen helemaal tot aan de grens met Zimbabwe. Daar worden we meteen lastiggevallen door wat Zimbabwanen die proberen om ons Zimbabwaanse dollars aan te smeren. Niet als betaalmiddel, want ze zijn niks waard, maar als souvenir. Zimbabwe heeft namelijk de briefjes met de hoogste waarden ter wereld. Hij duwt ons een biljet van één triljoen dollar onder onze neus. Negeren blijkt de beste oplossing om van ze af te komen.
We komen langs de brug waar je met een elastiek vanaf kunt springen. Waar ik vanaf wilde springen... Helaas heb ik een collega van tevoren beloofd dat ik niet zou springen als ik bewijs kon vinden dat er ooit iemand zou zijn doodgevallen van die brug. Het bewijs heb ik en nu heb ik grote spijt van mijn belofte. Springen zou me een schuldgevoel opleveren en zoals zo vaak betreur ik mijn goede geweten. Mijn volgende kans zal ik zeker grijpen en zulke domme beloftes maak ik nooit meer! Ik ben jaloers op degenen die nu wel springen! We wandelen maar weer terug naar de ingang van het park.
Van daaruit gaan we naar het pad dat direct langs de watervallen loopt. Ik trek maar vast een poncho aan, want een wandeling langs het water zorgt ervoor dat je zeiknat wordt. Er verstuift zo veel water dat van beneden weer naar boven komt, dat het lijkt of het regent vanaf beneden. Foto´s maken is moeilijk, omdat er op de meeste plaatsenmeer water spat dan goed is voor je camera. Ik ga hier verder niet eens een poging doen hoe indrukwekkend het is om hier te staan, want dat is toch te abstract om te begrijpen voor iemand die er niet geweest is.
We wandelen naar boven om de rivier die het water voor de waterval aanvoert te bekijken. Het is erg raar om te zien hoe klein en rustig die rivier is. Als laatste nemen we het pad helemaal naar beneden, naar de ´boiling pot´. De boiling pot is de plaats waar al het water van de waterval samenkomt en is alleen te bereiken via een pad dat gevormd wordt door ongelijke stenen en in de rotsen uitgehakte trappen. De weg voert ons door een mooi klein regenwoudje, maar als we bijna bij de pot zijn besluiten we terug te keren omdat we om half twaalf een taxi hebben besteld. Onverrichterzake beginnen we aan de slopende terugweg, waarop we drie keer halt houden om even op adem te kunnen komen.
De taxi hadden we zo vroeg besteld, omdat we om twaalf uur worden opgehaald om de watervallen opnieuw te gaan bezoeken, maar deze keer van bovenaf, per helikopter. De hele vlucht duurt maar vijftien minuten en wordt de Flight of angels genoemd. Ik heb nog nooit in een helikopter gezeten, dus het gaat me eigenlijk nog meer om de ervaring van die vlucht dan om de watervallen, maar vanuit dit perspectief is de 110 meter hoge en 1,7 kilometer lange watermuur helemaal imposant. Terwijl de muziek van Robbie Williams over onze hoofdtelefoons klinkt, vliegen we ook nog over het nationale park, waar we een olifant de rivier zien doorkruisen en nog wat andere wilde dieren van bovenaf zien. Nu hebben we dus gamedrives, gamewalks, gameboatrides en een gameflight gehad. Te snel is het kwartier om en we landen weer op het plaatselijke vliegveldje.
´s Avonds hebben we iets speciaals geregeld voor het laatste etentje met de hele groep. We maken een cruise over de Zambezi, waarop we snacks en een maaltijd krijgen. Belangrijker voor de meesten van ons, is dat we daarnaast onbeperkt mogen drinken. Daar maken we goed gebruik van, want de snacks en het eten zijn niet echt lekker en het is nog weinig ook. Bier en wodka vloeien rijkelijk en na twee uur, waarin ik het geluk heb de perfecte nijlpaardfoto, dus met de bek open, te schieten, rollen we van de boot af. We zetten de avond voort in het restaurant, waar we Anna en Ismael alvast bedanken namens ons allen. Daarbij overhandigen we ze hun fooi en ook het yathzeespel, dat we in de truck veelvuldig gebruikt hebben.
De tweede man met minder armen dan gemiddeld
Sneller dan ik had verwacht, staan we ´s ochtends ineens voor de grensovergang naar Zambia. De grens wordt gevormd door een rivier die we met een pont moeten oversteken. De pont biedt plaats aan een vrachtwagen en enkele auto´s. Tot kilometers voor de grens zagen we al vrachtwagens in een lange rij wachten om de oversteek naar Zambia te mogen maken. Degenen die de rij sluiten, zullen hier nog ongeveer een week moeten wachten tot het zover is. Wij rijden overal langs en hoeven slechts de gebruikelijke grensformaliteiten te ondergaan om meteen toegelaten te worden tot het veer.
Het eerste wat we in Zambia moeten doen, is een visum kopen. Ik hoop op een mooie nieuwe sticker in mijn paspoort, maar helaas blijft het bij een simpele stempel waar je vijftig dollar voor moet betalen. Hier wordt al meteen duidelijk dat Zambia veel duurder is dan de andere landen waar we doorheen hebben gereisd. Zij weten goed hoe ze moeten profiteren van toeristen die de watervallen komen bewonderen.
Bij aankomst op de camping krijgen we van Anna een advies: zorg dat je altijd rondwandelt met een stok, want hier zitten fluweelapen die het op je voedsel hebben gemunt. Als je er een tegenkomt, moet je ze bedreigen met de stok, anders zullen zij het heft in eigen hand nemen en jou bedreigen. Op de vraag van iemand uit de truck of je de apen ook echt mag slaan als het nodig is, krijgen we het dubieuze antwoord dat je alles met de apen mag doen, als je ze maar niet misbruikt...
We slapen op deze camping in luxe tenten die iets groter zijn dan onze eigen tenten. In de tent staan twee bedden, een nachtkastje, een lampje en een stopcontact. Je moet deze tenten wel met een hangslot afsluiten, omdat de apen er anders in zullen inbreken. Omdat nog niet alle sleutels beschikbaar zijn, gaan we met een paar mensen lunchen in het restaurant dat bij de camping hoort. Het ziet er daar allemaal erg chic uit, maar het duurt erg lang voor we überhaupt een kaart krijgen en het eten laat nog veel langer op zich wachten. Als het komt, blijkt het ook nog eens erg vet te zijn. Gelukkig is het uitzicht over de Zambezi hier heel mooi!
Na de lunch is het tijd voor een spannende activiteit! Met z´n drieën gaan we deelnemen aan de Lion Encounters. We rijden naar een nationaal park in de buurt, waar leeuwen wonen die redelijk gewend zijn aan de omgang met mensen. Na een briefing met zo´n twaalf veiligheidsregels (raak hun hoofd niet aan, benader ze alleen vanaf de achterkant, ga niet gillen als ze je bijten, etc) waaraan we ons moeten houden wandelen we het park in. Onze gids luistert naar de legendarische naam Vrijdag. Al snel stuiten we op twee leeuwen van negen maanden oud. Ze hebben net een impala gevangen en opgegeten en liggen nu in de zon uit te buiken. Direct worden we in de gelegenheid gesteld om ze aan te raken. Het is spannend om ze voor het eerst aan te raken, maar al snel hebben we het gevoel of we gewoon buitenmaatse poesjes aaien. Als ze zich op hun rug draaien, kunnen we ze zelfs over hun buik aaien. Spinnend liggen ze in het gras. Door de hitte zijn ze helaas niet erg speels, maar de ervaring blijft uniek.
Ook een unieke ervaring beleefde de directeur van een gelijksoortig project in Zimbabwe. Wij hebben dat niet zelf meegemaakt, maar het verhaal is zo mooi, dat ik het jullie niet wil onthouden. De directeur aldaar was slecht voor zijn personeel, een echte beul. Een leeuw die maar niet wilde luisteren en te gevaarlijk bleek voor contact met mensen werd in dat park in een apart gedeelte vastgehouden. Het personeel was de directeur echter zo zat, dat ze zijn lievelingsleeuw ´s nachts vervingen door de gevaarlijke leeuw, die de directeur de volgende dag zijn arm erafbeet. Omdat nooit is uitgekomen wie er verantwoordelijk is voor de verwisseling, is er niemand voor vervolgd. Wel is de directeur sindsdien veel aardiger voor zijn personeel. Helaas heeft de leeuw het niet overleefd: leeuwen eten normaliter geen mensenvlees, maar als ze het eenmaal geproefd hebben, willen ze niks anders meer. Wij schijnen nogal lekker te zijn. Daarom worden leeuwen die ooit mens geproefd hebben afgemaakt.
´s Avonds eten we weer in het restaurant waar de service niet is veranderd. Ik bestel de specialiteit van het huis: de Zambezi bream, een hele vis. Wederom wordt dit een vette hap. Als ik hem krijg opgediend, merk ik dat ze de vis gewoon in zijn geheel in de frituur hebben gegooid. De smaak is nogal apart, waardoor ik een groot deel van mijn vis deel met de bedelende kat die rondom onze tafel wandelt. Morgen gaan we eindelijk de Victoria Watervallen bekijken. ´s Morgens van dichtbij in het nationale park en ´s Middags vanuit de lucht, waarvoor we een helikopter hebben afgehuurd.
Zambeziriver! Of nee: Choberiver! Of nee... whatever...
Omdat we deze weg gisteren al 200 kilometer hadden ingekort, hoeven we vandaag nog maar 400 kilometer te overbruggen naar de grensplaats Kasane. Onderweg passeren we een nieuw staaltje interessante toiletarchitectuur. We kunnen kiezen tussen de betaalde wc en de gratis wc, die volgens Anna alleen maar ´iets minder goed is onderhouden´. Ik ben wat toiletten gewend, dus ik ga natuurlijk voor de goedkoopste variant. Als ik binnenkom, heb ik de keuze tussen urinoirs en een gesloten toilet. Gesloten betekent hier op zich niks, want dat wil alleen maar zeggen dat de deur dicht kan. Toch kies ik voor die. Als ik mijn kleine boodschap in het toilet sta te deponeren, besef ik ineens dat ik door het raam naar buiten sta te kijken! Het raam hangt zo laag, dat iedereen die langswandelt en zijn hoofd in deze richting wendt, alles gratis kan zien hangen. Afknijpen dus!
We overnachten daar op een sobere camping aan een rivier. Welke rivier dat is leidt tot de nodige discussie. Sommigen beweren dat het de Choberivier is, sommigen denken dat het de machtige Zambezi is, en nog weer anderen denken dat het geen van twee is. Ismael en Anna verschillen hierover ook van mening, dus worden er uit alle hoeken van de camping gidsen gehaald. De kaart van de omgeving wordt op tafel (nou ja, een blok beton) gelegd en de discussie begint. Het ziet er prachtig uit! In het midden een groepje zwarte gidsen, met daaromheen tien blanken die hier voor het eerst zijn, maar ook denken zich ermee te moeten bemoeien. Helaas komt het juiste antwoord niet boven tafel. De namen staan wel op de kaart, maar ze kunnen het ook niet eens worden over de locatie van de camping op de kaart. Op een gegeven moment blijkt dat ze het zelfs niet eens zijn over welk land er aan de overkant ligt!
De discussie komt niet tot een bevredigend einde, maar we moeten al weer weg. De boot wacht op ons voor een rondvaart over de Choberivier, door Chobe National Park. Hier gaan we waarschijnlijk de eerste buffels van deze reis spotten. De rondvaart is indrukwekkend. Alle dieren zien vanaf het water is toch weer een heel andere ervaring. Ineens steken twee olifanten de rivier over! Het water is zo diep, dat je op een gegeven moment alleen een bult uit het water ziet steken van de rug, een bult van het hoofd en een stuk slurf om te ademen. Helaas is het water niet nog dieper, want olifanten schijnen heel goed te kunnen zwemmen, wat ik graag had willen zien.
Even later komt inderdaad de vierde van de big five ons tegemoet wandelen. Enkele buffels staan te grazen op een eiland, terwijl grote witte vogels rustig om ze heen wandelen. Over grote witte vogels gesproken: plots ontwaren we op de oever een grote witte geelbekooievaar. Hij staat aan de waterkant een dode vogel op te eten. Wij zien echter dat er heel langzaam een krokodil in zijn richting komt gezwommen (zie ook de foto´s van Botswana). ´Die is geslacht!´ denk ik enthousiast. Het pakt echter heel anders uit. In plaats van die ooievaar te pakken, neemt de krokodil hem gewoon de dooie kip af om hem zelf op te kunnen eten. De ooievaar laat dit echter niet op zich zitten, maar achtervolgt de krokodil en begint hem heftig in zijn kop te pikken. De krokodil lijkt verbaasd, waarvan de ooievaar gebruik maakt om de kip te heroveren. ´Nu pakt ´ie hem dan toch!´, maar nee hoor. De krokodil blijkt nogal een mietje te zijn en druipt overwonnen af.
De boot brengt ons nog langs bavianen, ontelbare olifanten, antilopekuddes, ijsvogels, varanen, visarenden en ook een hoop nijlpaarden. Wat zijn dat een prachtige dieren om te zien! Iedereen zit hier klaar met zijn camera om de ultieme foto van ze te maken: een nijlpaard met zijn bek wijd opengesperd. Natuurlijk doen ze dat alleen op de momenten dat eenieders aandacht dusdanig is verslapt, dat er geen mooie en scherpe foto´s gemaakt kunnen worden. De rondvaart eindigt met een zonsondergang (die sommigen al de neus uit beginnen te komen) boven Chobe River, waarna we koers zetten naar de plek om aan te meren.
We eten vandaag drumsticks van de grill. Als die op zijn en de briefing over morgen achter de rug is, is het de beurt aan Team Afwas. Wij hebben vandaag onze laatste corveeronde wat betekent dat wij de afwas voor de hele groep mogen gaan doen. Het zingen van Duitse schlagers blijft deze keer uit, maar toch blijven we de lol erinhouden, al was het maar om erna van een welverdiend biertje te kunnen genieten, het laatste in Botswana!
Druk op de weg
´s Ochtends stap ik uit mijn tent en ik leg de 20 meter naar de rivier af om mijn tanden te poetsen. Aan het water sta ik midden tussen de verse olifantensporen. De reuzen zijn dus nog niet zo lang geleden heel dichtbij ons kamp geweest, terwijl wij nog lekker lagen te slapen.
We ondernemen nog een laatste gamewalk, maar op een olifant in de verte en een giraffe na, levert deze wandeling niet zo heel veel meer op. Terug bij het kampterrein zien we dat het hele kamp is opgeruimd. De Botswanezen hebben onze tenten opgeruimd en al in de mokoro´s geladen. We mogen direct instappen en laten ons weer anderhalf uur door het water palen (het klinkt stom zo, maar peddelen kun je het niet noemen). We genieten van de heerlijk rustgevende boottocht en belanden weer op het strandje waar we een aantal dagen geleden zijn begonnen. We belonen de stamleden met een verdiende fooi waarna we als een voetbalteam na de wedstrijd in een rij langs elkaar lopen om handen te geven. Over voetbal gesproken: gisteren was eindelijk de eerste dag dat daar niet over gesproken is! En gisteren kon ik dat natuurlijk nog niet melden, omdat ik het dan zelf gedaan zou hebben.
De open truck staat alweer klaar voor vertrek. We laden hem vol en stappen in. Gelukkig is het nu veel warmer, dus de slaapzakken zijn niet nodig. We beginnen aan onze weg langs en door de vijvers. Vlak voor de laatste vijver moeten we stoppen. Een jeep heeft zich vastgereden in de modder op de bodem en blokkeert de weg voor onze truck. Behulpzaam als wij zijn rijden we een stuk het water in om met een sleepkabel de jeep eruit te trekken. De eigenaren van de jeep laten zich echter niet helpen als we ze niet duwen! Achteruit vinden ze geen optie. Onze chauffeur verliest al zijn behulpzaamheid en besluit dan toch maar te proberen om de jeep heen te rijden. Van bovenaf zien we dat hij daarvoor plaats tekortkomt, maar voor we hem kunnen waarschuwen, zien we onder luid gekraak de spiegel van de jeep loskomen en de vooruit barsten. In de jeep kijken ze zeer verbaasd door wat ze overkomt. Onze chauffeur rijdt keihard door. Als hij de oever bereikt, stapt hij uit. Wij denken dat hij de schade gaat regelen, maar in plaats daarvan loopt hij een rondje om zijn eigen truck. Onder het mompelen van: ´Mine is fine!´ stapt hij weer in en wij vervolgen onze weg naar Maun.
In Maun staat Ismael op ons te wachten. Hij heeft verschillende salades voor ons klaargemaakt. We lunchen snel en stappen weer op de truck. Vandaag willen we alvast 200 kilometer afleggen, omdat we er anders morgen 600 moeten rijden. We naderen weer een interessante brug. Deze keer is de brug zo smal dat tegenliggers er niet langs kunnen. Als we bijna over de brug heen zijn, worden we klemgereden door een auto die vindt dat hij er eerst doorheen mag. De bestuurder ervan stapt uit en zoekt ruzie. Gelukkig ziet hij ook wel in dat zijn autootje het niet redt tegen onze truck, dus het opstootje is snel gesust: we kunnen verder naar Gweta.
In Gweta slapen we op camping Planet Baobab. Eigenlijk staat deze niet in het programma opgenomen, maar het is hoog tijd dat dat wel gebeurt. Planet Baobab is een mooie camping met goede warme douches, wat erg prettig is na drie dagen in de Okavango Delta. De camping doet zijn naam eer aan: op het kampeerterrein staan diverse enorme baobabs. De bomen zijn groter dan een huis en wat ook mooi meegenomen is, is dat er aan de voet van één van die bomen een geocache verborgen ligt. Nummer één in Afrika is dus eindelijk gevonden. Bij binnenkomst van de camping zag ik al dat er nog een virtual cache voor de ingang op me wacht, maar dat is voor morgenvroeg, als we er toch opnieuw langskomen.
Hoofd, schouders, knie en teen
1. Als je onderweg onverhoopt tussen een nijlpaard en het water in geraakt, zal het nijlpaard in paniek raken en naar het water rennen. Onderweg zal het het alleen stoppen om jou doormidden te bijten. De enige kans om te overleven is om van het water weg te rennen.
2. Als je onderweg een leeuw tegenkomt, blijf je stokstijf staan. De leeuw zal al zijn manieren uit de kast halen om je bang te maken, maar je niet aanvallen. Keer hem zeker niet de rug toe, maar wacht tot de leeuw zelf wegloopt.
3. Als je een of meerdere olifanten tegenkomt, benader ze dan altijd tegenwinds, zodat ze je niet ruiken. Alleen dan kun je dichtbij komen, zonder dat ze je zullen vertrappen. Mocht je tussen moeder en kind in komen te staan, begin dan maar gewoon een gat te graven en ga er zelf vast in liggen. (Mijn reisgids zegt trouwens dat je in zo´n geval je auto omver moet werpen als bescherming...)
Deze drie veiligheidsoverwegingen dienen we goed in ons achterhoofd te houden bij de gamewalks die we op ons eiland gaan doen. Dat houdt dus in dat we de dieren in dit gebied te voet gaan benaderen! Op de nodige afstand zien we lepelaars, pelikanen, een krokodil en wat secretarisvogels. Dan stuiten we op een groep zebra´s. Op zich hebben we er daar al zo veel van gezien dat ze niet meer interessant zijn, maar ze te voet benaderen is toch weer iets heel anders. We komen tot op twintig meter afstand van de kudde. De dieren lijken dat als veiligheidsruimte te handhaven. Elke stap die wij nu nog dichterbij zetten, zetten zij van ons af.
We zien het spoor van een eenzame buffel. Omdat deze volgens onze gids erg onvoorspelbaar en agressief kunnen zijn, volgen we het spoor niet. Na wat impala´s en een gnoe stijgt de adrenaline echter alweer snel. We volgden al een tijdje olifantensporen, maar ineens staan we erg dichtbij. Op 150 meter afstand staan twee grote olifanten hele takken van bomen te rukken en op te eten. Het krakende hout maakt een enorm lawaai. We genieten een tijdje van het uitzicht. We draaien ons om om weg te lopen, maar stuiten op een moederolifant met jong. We zoeken naar een vluchtweg, maar zien ons omsingeld door olifanten. Zweet begint nu toch wel een beetje uit te breken. We besluiten stil te blijven staan en te wachten. Zo lang we niet tússen moeder en kind komen, is het niet zeker dat we om zullen komen. Vlak voor onze neus steekt het gezinnetje over naar de andere kudde om de weg voor ons vrij te maken. Snel kiezen we het hazenpad.
Op weg terug naar het kamp ontmoeten we de eerste nijlpaarden. In de verte staan ze aan de overkant van een groot meer. Ze zijn wel herkenbaar als hippo´s, maar daar blijft het ook bij. Als we terugkomen in het kamp, horen we van de achterblijvers dat ook daar olifanten zijn geweest. We vinden de sporen ook op zo´n honderd meter van ons kamp: de bomen zijn neergehaald of op zijn minst zwaar beschadigd.
Ondanks dat het hier winter is, is de temperatuur hier overdag hoog. Daarom houden we in de delta dagelijks een siësta tot een uur of vier. Om vier uur stappen we weer in de mokoro´s voor een ´cruise´ over de Okavango. We spotten nog wel wat dieren, varen zelfs dicht langs badende nijlpaarden, maar vanavond is het ons om de zonsondergang te doen. Na een tijdje gedobberd te hebben, belanden we op een strandje om de zon te gaan bekijken. Het is bijna vaste prik om dit te doen, maar de zonsondergang over de delta is werkelijk de mooiste van de hele reis. De zon spiegelt in het water en trekt een golvende knaloranje lijn in de rivier. Na dit schouwspel stappen we weer in de boten om voordat het donker is en voor de muggen opkomen terug te kunnen zijn op ons ´eigen´ eiland.
Na het eten bij het vuur krijgen we een onverwachte traktatie: de stamleden die ons begeleiden in de delta hebben een avondje zang en dans op het programma staan. Ze zingen Afrikaanse liederen en dansen daarbij alsof ze kikkers, luipaarden en andere dieren zijn. Net als de sfeer er goed inkomt, verwachten ze het van ons terug. Lang discussiëren we over onze bijdrage. We beginnen met Zie de maan schijnt door de bomen. Omdat dit goed valt worden we zekerder van onze zaak en met z´n allen zetten we Hoofd, schouders, knie en teen in, inclusief het bijbehorende dansje. De Afrikanen doen meteen mee en vinden het geweldig. Als we klaar zijn, blijkt dat ze vaker Nederlanders over de vloer hebben gehad: ze zetten zelf De vogeltjesdans in en verwachten dat wij het afmaken en meedansen. Omdat blijkbaar alle Nederlandse groepen dat al doen, laten we dat achterwege, maar om de avond compleet te maken zingen de Zweden in onze groep een Zweeds liedje om de Midzomernacht te vieren, waarbij ook zij als kikkers om het vuur heen dansen. Ook nu dansen de Botswanezen al snel mee en lijkt de avond bijna op een feestje.
Na het feestje pakken we alvast de meeste spullen bij elkaar omdat onze tijd in de delta er helaas opzit. Morgen gaan we terug naar Maun om daar onze reis voort te gaan zetten in de richting van Zambia. Natuurlijk gaat ook die reis niet helemaal zonder avonturen...
Okavango Delta
Om zeven uur ´s ochtends staat er een open 4x4-truck voor ons klaar. We laden hem vol met alles wat we nodig gaan hebben de komende dagen: tenten, matrassen, slaapzakken, eten en maximaal een dagrugzak per persoon. Na het inladen gaan we op weg. De ochtenden zijn hier steenkoud en wij zitten gewoon achterin een open vrachtwagen. Aangezien we zo´n 100 kilometer per uur rijden, kruipt iedereen in zijn slaapzak, wat veel lachende gezichten van de mensen langs de weg oplevert.
Na een dik uur rijden slaan we een zandweg in. Dan begint er een soort Camel Trophy. De weg hobbelt en de vrachtwagen schudt alle kanten op. We moeten goed opletten omdat we regelmatig ons hoofd achterover moeten gooien, want lange takken met grote doorns zwaaien door het zitgedeelte van de truck. Ineens stopt de vrachtwagen. We staan voor een vijver en even lijkt onze reis hier te eindigen. De chauffeur laat de motor echter een aantal keer flink ronken en rijdt de vijver in. Tot een dikke meter diepte doorkruisen we de ene na de andere waterpartij om te eindigen bij een brede uitloper van de Okavango. Daar hoor ik van degene die voorin zat dat de chauffeur voortdurend in slaap viel en dat zij moest zorgen dat hij wakker zou blijven door hem met domme vragen pratende te houden...
We zetten onze reis voort in een nieuw vervoermiddel: de mokoro. Mokoro´s zijn bootjes die in hun geheel uit een boomstam worden gehakt. In zo´n boot zit je met z´n tweeën terwijl er iemand achterin staat die met een paal je boot vooruitduwt in het water. Een soort Venetiaanse gondel, alleen wat primitiever. We merken direct dat de delta een vogelparadijs is en we zien de prachtigste soorten voorbij vliegen en zwemmen. Hier en daar komt op de kant een olifant voorbij gewandeld.
Na twee uur varen stranden we op een eiland, waar we onze tenten opzetten. In het midden wordt een kampvuurtje gemaakt met verschillende doeleinden: we hebben alleen water uit de rivier, dus dat moet gekookt worden, op het vuur wordt het eten bereid, en het moet wilde dieren uit ons kamp houden. Het echte werk begint hier dus pas! Vergeleken met dit gebied is Etosha een dierentuin! Hier leeft veel wild (of game in Afrika), waaronder de big five, dus ook leeuwen en luipaarden!
´s Avonds eten we een mix van Nederlands en Namibisch: hutspot met linzencurry. Ik hou helemaal niet van hutspot, maar de linzencurry is erg lekker. We zitten rondom het kampvuur, wat ik al snel opgeef, omdat mijn knieën vandaag erg verbrand zijn in de mokoro. Ze kunnen de hitte van het kampvuur niet aan, dus ik ga voor de derde rang.
Als het bedtijd is, krijgen we een instructie voor de nacht. We doen onze behoeften hier op een bush toilet. Voor de hudoliefhebbers: daar lijkt het op, maar dan nog wat primitiever. gewoon een gat in de grond, dat gegraven is in een zijpaadje van ons kampterrein. Zorgen dat je geen spierpijn krijgt van het krampachtig bukken en goed mikken, anders valt het gewoon in je broek. Als je ´s nachts gaat, dan moet je bij elke stap goed rondschijnen met je zaklamp. Zodra je iets ziet reflecteren, moet je terugkeren en het ophouden, of het gewoon naast je tent doen, anders bestaat de kans dat je verandert in het menu van het plaatselijke wild.