Multiple cheating

Het is tijd voor een bekentenis. Al jaren roep ik dat Mulisch´ De ontdekking van de hemel mijn favoriete boek is. De engelenmaker van Stefan Brijs komt in dat rijtje altijd op de tweede plaats. Ik zal nu maar toegeven dat het gelogen is. Al sinds ik kan lezen is er eigenlijk maar één boek dat me kan blijven boeien: de atlas. Uren kan ik kijken naar de vormen van landen, namen van zeeën, neerslagkaarten, Europa Staatkundig en de tijdzones. De enige reden dat ik vroeger op schaken zat, was dat ze daar ook werken met aanduidingen als A2 en C7! Ook al ben ik inmiddels een wandelende atlas, het kaartenboek blijft me intrigeren.

Waarom wil ik dit juist nu opbiechten? Toen ik een jaar of vier was, bekeek ik de kaart van Afrika. Zo veel landen bij elkaar, met zulke rechte grenzen, bergen rivieren, geweldig! En het mooiste vond ik dat ergens in het zuiden van dat continent een land lag met de belachelijke naam Botswana. ´Wie noemt er zijn land nu zo?´ dacht ik. Inmiddels zal bij jullie wel een lampje beginnen te branden. Na zo´n 100 meter niemandsland en wat nieuwe stempels in mijn paspoort, sta ik nu dan eindelijk in het land met die rare naam! En niet alleen het land heeft een rare naam: na het wisselen van mijn Namibische dollars sta ik nu met een handvol pula´s.

We zitten vandaag weer de hele dag in de truck. Als we een tijdje in Botswana zijn, komen we langs het eerste mond- en klauwzeercheckpoint. Die kom je regelmatig tegen in dit land en elke keer moet je de truck uit, je bagage uitladen, al je schoenen daaruit halen (onder politiebegeleiding) en die schoenen vervolgens door een of ander giftig sopje halen om overdracht naar verschillende provincies te voorkomen.

Als we bijna op onze campsite in Maun zijn, is er nog één hindernis te nemen. We passeren een gammele oude brug. In plaats van een nieuwe brug te plaatsen (Botswana is het rijkste land van Afrika!), heeft verkeer en waterstaat iets anders bedacht. Iedereen moet het voertuig uit, behalve de bestuurder. Die brengt het voertuig naar de overkant, waarna de rest wandelend volgt. De brug gaat over een zijstroom van de Okavangorivier die ons al een klein beetje laat zien wat we de komende dagen kunnen verwachten: we gaan enkele dagen volledig back to basic. We zullen onder begeleiding van naburige stamleden de delta intrekken om twee nachten te kamperen op een eiland.

Vanavond upgradet bijna iedereen. Upgraden betekent in kampeertermen dat je een huisje neemt in plaats van je eigen tent en wordt door Ismael eigenlijk als ´cheating´ gezien. Ik heb er tot nu toe nog geen gebruik van gemaakt, maar omdat we twee dagen de wildernis intrekken, kies ik er nu wel voor. Even de tassen herinrichten, even alle apparatuur opladen.

Als ik ben geïnstalleerd, wil ik nog een lekkere douche nemen. Buiten staat een grote op houtvuur gestookte boiler, dus dat moet goedkomen. De douche is inderdaad lekker warm, heet zelfs. In het toiletgebouw zelf tocht het echter zo verschrikkelijk dat een koude wind het douchen zeer onaangenaam maakt. Het blijft natuurlijk wel winter in Afrika. Nadat ik de douche heb uitgedraaid, maakt de snijdende wind dat ik half afgedroogd naar mijn huisje vlucht om in bed te kruipen.

Etosha National Park, the Sequel

´s Nachts slaap ik goed door. Te goed helaas. Rond middernacht zijn er zes leeuwen aan de plas geweest. Ze (nee niet die leeuwen, maar ik weet geen betere zinsconstructie) hebben zelfs geprobeerd om me wakker te maken, maar ik sliep zo vast dat dat niet is gelukt. Gelukkig hebben we vandaag een gamedrive die de hele dag zal duren. Hopelijk heb ik dan meer geluk.

Ismael lijkt haast te hebben. Hij dringt aan op snel vertrekken en racet over de wegen. Alle zebra´s en giraffes die we tegenkomen negeert hij, dus we vermoeden dat hij contact met collega´s heeft gehad, die pas geleden nog leeuwen hebben waargenomen. Na een kwartiertje komt die voorspelling uit! Links van de weg staat een prachtige leeuwin alsof ze poseert voor onze camera´s. We gaan een stukje verderop staan omdat de zon daar beter staat om foto´s te kunnen maken. Daar blijkt in de bosjes nog een leeuwin verstopt te liggen. De twee zoeken elkaar op en beginnen te spelen wat een prachtig tafereel oplevert. Ze zitten heel erg dichtbij. We staan nog lange tijd te kijkennaar het schouwspel, schieten onze camera´s vol en rijden, iets rustiger nu, weer verder.

We ontpoppen ons als echte westerse toeristen. Na een leeuw gezien te hebben, nemen we natuurlijk geen genoegen meer met ´eenvoudige leeuwen´. We willen nu minimaal een luipaard zien, of een leeuw die een ander beest vangt. Helaas jagen leeuwen meestal ´s nachts en zijn luipaarden zeer mensenschuw, dus op beide is de kans erg klein.

Iets verderop komen we langs een enorme kudde zebra´s, vergezeld van een grote groep springbokken. Met beide groepen is iets bijzonders aan de hand. De uitlopers van beide groepen bestaan uit een lange rij dieren, die achter elkaar staan te kijken in de richting van een waterplas. Het is duidelijk dat ze willen drinken, maar dat iets ze tegenhoudt. Dat kan maar één ding betekenen! Als we naar de plas rijden, zien we inderdaad dat er vier leeuwen verborgen liggen in de struiken eromheen. We parkeren de truck en wachten in spanning op de eerste dappere maar domme zebra die het waagt een slokje te gaan nemen. We wachten, en wachten nog wat langer... een leeuw staat op en wandelt een eindje de andere kant op, een andere leeuw wandelt naar de plas om wat te drinken... maar er gebeurt verder helemaal niks. Het lijkt alsof de leeuwen gewoon liggen te genieten van hun macht: alleen omdat zij daar liggen durft geen ander dier in de buurt van het water te komen.

Teleurgesteld druipen we af. We rijden weer verder. Anna vertelt ons dat ze ons best gunt om een slachtpartij te zien, maar dat ze wel hoopt dat we niet te zien zullen krijgen dat een groep leeuwen een giraffe onklaar maakt. Ik zal er later in dit verhaal op terugkomen waarom ze dat hoopt.

Het loopt tegen vier uur. We moeten langzaamaan haast gaan maken om in Namatoni aan te komen, want daar moeten we voor zonsondergang binnen zijn. We doen nog één drinkplaats aan. Ook hier liggen weer leeuwen. We zien vier vrouwtjes liggen endeze keer ook een prachtig mannetje. Ze liggen helemaal voor pampus. Links, aan de overkant van het water staan giraffes en springbokken zenuwachtig te bewegen. De giraffes kijken echter allemaal de andere kant op. Als we heel goed die kant op kijken, zien we daar nog een grote mannetjesleeuw liggen, die af en toe even opstaat. Dan zien we ineens dat er van rechts een giraffe komt. Hij is afgezonderd geraakt van de groep en om terug te komen bij de rest moet de volledig door leeuwen omsingelde plaats doorkruisen.

´Giraffen zijn het zwakste als ze drinken. Hij zet zijn voorpoten helemaal uit elkaar, buigt zijn nek voorover en neemt de eerste slok. En de laatste slok. De leeuwen staan op en snellen ineens allemaal toe. De eerste leeuw neemt een sprong en bijt zich vast in de heup van de giraffe. De heup wordt vakkundig van zijn functie ontdaan. Na enig wankelen slaat de giraffe tegen de grond, en de leeuwen gaan verder met de heup. Terwijl de kolos hevig ligt te bloeden en te spartelen bijten de leeuwen stukken vlees uit het achterlijf, terwijl het beest nog gewoon leeft. Je hoort zijn pijnkreten over de dorre vlakten galmen.´

Daarom wilde Anna dus dat we dat niet zouden zien. Ik schrik wakker uit de gedachte hieraan door een zachte tik naast de truck. De leeuwen liggen nog net zo lam als een minuut geleden op de grond en de giraffe heeft na het lessen van zijn dorst zijn familie weer gevonden om weg te gaan. Opnieuw teleurgesteld kijk ik naast de bus, om te zien waarvan ik wakker schrok. Een van mijn reisgenoten heeft het uiteinde van de megalens van haar camera uit de truck laten vallen. Uitstappen is verboden en hier zeker niet aan te raden. De mensen in de auto´s naast ons werpen geamuseerde blikken naar onze truck. Creatief proberen we met bezems, moppen en alle andere lange voorwerpen die we kunnen vinden het ding terug de truck in te krijgen. Niks lukt. Uiteindelijk verzet Ismael de truck een beetje, zodat de lens bij zijn eigen portier ligt, waarna hij razendsnel uitstapt om hem te pakken. Na dit laatste avontuur racen we naar Namatoni waar we exact met zonsondergang aankomen, zodat de poorten na onze binnenkomst worden gesloten.

´s Avonds gaan we nog even kijken bij de waterplas op dit kampterrein, maar na een dag met zo veel leeuwen zijn zes ganzen niet interessant genoeg om er de nacht door te brengen, dus duiken we onze tent in om er niet meer uit te komen tot de volgende morgen.

Die volgende morgen laten we Namatoni achter ons om met een korte gamedrive Etosha te verlaten. In de laatste rit door het park worden we nogmaals getrakteerd op leeuwen. Twee grote mannetjesleeuwen dicht bij het pad deze keer. Ze staan op, poseren, lopen langs onze truck en verdwijnen. Een mooie afsluiter van de drie dagen in dit prachtige park.

600 kilometer moeten er vandaag worden afgelegd. De wegen zijn wat beter dan tot nu toe, maar nog steeds zal dit een dag rijden zijn. Dat betekent dat er in de bus weer veel wordt geyathzeed en helaas nu ook echt, geëzeld. We stoppen bij een supermarkt in Grootfontein om grote inkopen te doen. De komende dagen komen we geen winkels meer tegen, dus we hebben nogal wat in te slaan. Als we uit de Spar komen, worden we met al onze winkelwagens beschermd door de beveiligingsdienst van de winkel. Om ons heen verzamelen zich kinderen die dansen en dingen willen verkopen. De bewakers houden ze door middel van stokslagen op veilige afstand!

We vervolgen onze weg naar Rundu. Anna begint een kapsalon in de bus en vlecht het haar van alle meisjes. Als zij allemaal klaar zijn, roepen ze dat ik ook moet. Natuurlijk laat ik me niet kennen, dus kruip ik ook op de stoel van Anna. Ze maakt vier vlechten in mijn haar die ik de komende dag moet laten zitten. Het ziet er belachelijk uit, maar door al dit tijdverdrijf zijn we inmiddels wel aangekomen op de Rainbow Lodge in Divundu. Het is inmiddels pikdonker, dus het opzetten van de tenten is nog een lastig klusje. Onze tenten staan nog geen 100 meter van een rivier die vol zit met krokodillen. We mogen dus ook niet dichter bij die rivier komen. We kruipen daarom maar lekker bij het kampvuur tussen onze tenten. Het is deze avond steenkoud en wederom is het goed te merken dat het onder de evenaar winter is. Ik kruip er vroeg in en kan eindelijk een keer testen hoe goed mijn slaapzak is!

Etosha National Park

Laat in de middag passeren we de poorten van Etosha National Park. Drie dagen van gamedriving staan voor de deur. Bij een gamedrive rijd je door het park (met een totale grootte van de helft van Nederland) om zo veel mogelijk dieren te spotten. Net voorbij de poorten stuiten we direct op een kleine kudde zebra´s, enkele volwassen dieren met wat jongen. In de verte zitten grote maraboes in de boom en op de grond.

Een kleine 25 kilometer vanaf de ingang ligt Okaukuejo, ons kamp voor de komende twee nachten. Na het opzetten van onze tenten gaan we naar de ´waterhole´. Elk kampterrein in het park heeft een waterplas waar de wilde dieren komen baden en drinken. Vanaf veilige plekken kun je de dieren op korte afstand observeren. Het is druk bij de plas. Giraffen en zebra´s verdringen zich rond de plas, in het water staan spring- en gemsbokken, een gnoe wandelt rustig weg om plaats te maken voor een kudde koedoes. Het is een prachtig schouwspel, dat nog veel mooier wordt als we in de verte drie olifanten zien aankomen. Alle dieren wandelen op hun dooie gemak naar de plas. Dat rustige tempo is vooral om goed in de gaten te kunnen houden dat er geen roofdieren op de loer liggen. Er is één dier dat ik vooral heel graag wilde zien en ook dat geluk heb ik meteen de eerste dag. Met de verrekijker zien we een zwarte neushoorn aan komen waggelen.

Ik zit deze avond in de kookploeg, dus helaas moet ik de plas verlaten om wortels en sperzieboontjes schoon te maken en in stukken te snijden. We eten gebakken springbok met verschillende groentes. Hoewel het erg lekker is, werken we het snel naar binnen: we willen terug naar de plas om naar de dieren te kijken en, hopelijk, wat leeuwen te zien.

Met z´n drieën besluiten we onze slaapzakken mee te nemen en naast de drinkplas te slapen, zodat we alles wat er gebeurt kunnen zien. Om de plas hebben zich inmiddels zes neushoorns en vier olifanten verzameld. Hier en daar wandelt een jakhals. Het is prachtig om te zien hoe de dieren met elkaar omgaan. Een neushoorn (die overigens veel kleiner zijn dan ik had verwacht) probeert een enorme olifant te intimideren door er hard opaf te stormen met zijn hoorn op hem gericht. De olifant weert hem handig af door stenen met zijn slurf op te rapen en naar de neushoorn te slingeren. Plotseling begint de grond te schudden. Van behoedzaam de plas naderen is geen enkele sprake meer als er vanuit het niets een kudde van 27 olifanten naar het water stormt. Alle andere dieren zijn verdwenen als de grijze reuzen met hun jongen de poel innemen. We vallen tevreden in slaap omdat we twee leden van de big five na één avond al van onze kaart kunnen afstrepen.

Om vier uur zijn we opnieuw wakker. In onze slaapzakken zitten we langs de plas te turen naar de langswandelende dieren. Het barst er nu van de neushoorns, hier en daar struint een olifant voorbij en tussendoor loopt behoedzaam een giraffe. Tot zes uur genieten we van het schouwspel, maar dan is het tijd voor het ontbijt. We moeten er zo vroeg uit (nou ja, voor de anderen dan) omdat we vroeg vertrekken voor een gamedrive. Omdat het nog zo vroeg is, bestaat het ontbijt uit niet meer dan koffie met wat beschuit.

Tijdens de gamedrive zien we veel dieren die we al hadden gezien, maar nu in grote kudden. Honderden zebra´s en springbokken grazen en drinken langs de weg. We zien impala´s, hartebeesten en veel vogels, zoals de secretarisvogel, grote korhoenders en parelhoenders. We zoeken vooral naar leeuwen en luipaarden, maar vooralsnog blijven de de katachtige roofdieren zich verstoppen voor ons. Ik ben inmiddels misselijk van de honger, dus mijn interesse in de dieren verzwakt een beetje. Ik besluit om die avond deel te zullen nemen aan een night-gamedrive.

We brunchen in Okaukuejo om de knorrende magen van iedereen te stillen. Anna heeft zich goed voor ons uitgesloofd en iedereen smult met name van de heerlijke maisoliebollen. Geïnteresseerd kijkt vanuit de boom een neushoornvogel mee, waardoor we een nieuw dier van ons lijstje kunnen strepen. Een neushoornvogel heeft een grote banaanvormige snavel en is misschien nog wel het meest bekend als ´Zazu´ uit The Lion King. Ismael legt stukjes brood en ei op zijn hoofd en niet veel later zit de vogel op zijn hoofd te eten van onze brunch.

De middag besteden we op de uitkijktoren en in het zwembad. Sommigen gaan op een middagsafari, maar die laat ik aan me voorbijgaan omdat het echt te warm is inmiddels. Winter, wat het hier officieel wel is, kun je het niet meer noemen. Natuurlijk komt de rest terug met het bericht dat ze leeuwen hebben gezien, maar gelukkig zat er ruim 200 meter tussen en konden ze slechts met goede verrekijkers waargenomen worden.

´s Avonds zitten we met negen mensen van onze groep in een open 4x4-jeep om de dieren die in het donker actief zijn te kunnen spotten. De temperatuur is flink gezakt en het is steenkoud in de auto. Allemaal zitten we ingepakt in dekentjes. Het is spannend om in het donker door het park te rijden op zoek naar leeuwen. We zien woestijnhazen, hyena´s, waaronder één van heel dichtbij, diverse soorten vossen, wilde katten en een uil. Hoewel de opbrengst karig is, was dit toch een mooi avontuur en zijn geld waard. Helaas horen we bij terugkomst op het kampterrein dat daar die avond wel leeuwen gespot zijn door de mensen die niet met ons mee zijn geweest. Als wij naar de waterplas snellen, zien we daar alleen nog een neushoorn. Nu er leeuwen zijn geweest, durven andere dieren zich daar voorlopig niet meer te laten zien.

Close encounters

Gisteren hing er een briefje in de receptie dat wij vandaag om acht uur zouden vertrekken. Eronder stond dat wij om kwart voor negen onze koffers in de truck moesten laden. We zijn inmiddels gewend aan Afrikaanse tijdmetingen, maar kiezen toch maar voor de vroegste optie en staan om acht uur klaar voor vertrek. Dan blijken we ingeparkeerd te zijn. Een grote witte auto verspert ons de weg en de eigenaar is nergens te vinden. Wij worden dus naar de supermarkt gestuurd tot het probleem is opgelost.

Als we een uur gewinkeld hebben, zijn we nog steeds niet teruggeroepen, dus gaan we maar eens poolshoogte nemen voor de jeugdherberg. Daar is een grote ruzie aan de gang. Ismael was het zoeken naar de eigenaar van de auto zat en begon zijn inbrekerskwaliteiten te tonen. De rubberen strips waren al van de auto verwijderd en met een ijzerdraadje probeerde hij het slot voorzichtig open te maken. Dat was het moment waarop de eigenaresse van de auto aan kwam schreeuwen dat het ´not her problem´ was. Zij regelt de zaken verder met de eigenaar van de jeugdherberg, want wij zijn alweer onderweg naar ons volgende reisdoel, Twyfelfontein.

Het zoeken naar bergzebra´s kunnen we staken, want dat gebied zijn we voorbij. Nu betreden we het gebied van de woestijnolifanten. Deze zijn iets kleiner dan de Afrikaanse olifant, maar wel echt wild, omdat ze buiten de nationale parken leven. Onze kans wordt door Anna ingeschat op 45%. Na één bergzebra op honderden meters afstand te hebben gezien, schatten wij die kansen iets lager in. Tot Ismael de truck stilzet. Waarom weten wij nog niet. Opeens zien we een jong mannetje tussen de struiken uitkomen. Een jong en zijn moeder volgen. Nog op een flinke afstand, maar dichtbij genoeg om mooi op de foto te krijgen. Inmiddels zijn er zes olifanten die onze kant opkomen. Het jonge mannetje loopt tot op nog geen drie meter van de truck en begint met zijn oren te klapperen, een teken dat hij aan wil gaan vallen. Ismael, die jarenlang ranger is geweest in nationale parken en het gedrag van dieren perfect aanvoelt, zet de motor van de truck aan en weer uit. De olifant lijkt te snappen dat hij niks van ons te vrezen heeft en hij steekt de weg over, waarna de anderen snel volgen. Precies zoals op de bekende plaatjes lopen ze achter elkaar om aan de andere kant van de weg in de struiken te verdwijnen. Tot nu toe was dit de bijzonderste ontmoeting met wilde dieren die we hebben gehad.

In Twyfelfontein hebben we de keuze: in de tent slapen of in de open lucht met een vuurtje ernaast om de wilde dieren weg te houden. Dat is natuurlijk niet eens de keuze. Met zijn vieren verkiezen we de open lucht en we slapen vannacht onder de sterren. ´s Ochtends zien we de zon opgaan en wat nog veel mooier is: iedereen die hard aan het werk is om zijn tent af te breken, terwijl wij nog lekker in onze slaapzakken liggen.

Twyfelfontein was in de oudheid een belangrijke stad en heet zo omdat er een bron was waar soms wel en soms geen water in zat. Het is tegenwoordig vooral bekend omdat er rotsgravures zijn gemaakt door de oude bewoners. Onze gids van vandaag heet Belinda en is de minst gemotiveerde gids die ik ooit heb meegemaakt. Ze begroet ons niet en wandelt meteen naar een ingestort betonnen huisje. Ze zegt: ´This is the house of the first farmer. The people who lived in here were farmers and they were the first. Ok? Ok!´ Direct sloft ze naar het volgende punt. ´Here you see a giraffe, a zebra, some kudu´s and the round one is... eh... a penguin.´ Maak dat de kat wijs. Ze vertelt monotoon en weet er zelf geen bal van. Al onze vragen worden beantwoord met: ´I don´t know´, dus daar houden we ook maar snel mee op, wat jammer is, want de site is erg interessant. Gelukkig komen er hier en daar nog wat dieren langs gewandeld, maar ook daarover geeft ze de verkeerde informatie. Ineens is ze weg. Bij de uitgang van het park vinden we haar, pratend met de receptioniste. Onze vraag of de rondleiding is afgelopen, is de eerste die ze wel weet te beantwoorden.

Na Twyfelfontein breekt het moment aan waar velen van ons op wachten: we arriveren in Etosha National Park. Drie dagen zullen we doorbrengen met safari´s over de steppen en savannes om the big five en een heleboel andere dieren proberen te gaan spotten. Of dat gelukt is, en hoe, dat is stof voor een heel nieuw verhaal!

Zebra´s en rupsen

Wij verplaatsen ons even een jaar of tien terug. Ik stapte in een auto voor mijn eerste rijles. Mijn eerste gedachte: waarom zitten er bij mijn voeten drie knoppen in plaats van twee als ik alleen maar gas hoef te geven en te remmen? Die gedachte geeft een beetje het verloop van mijn rijlessen weer: 62 lessen later haalde ik mijn examen. Tien jaar later zit ik op een quad in de woestijn en weer blijkt dat ik nogal wat tijd nodig heb om een nieuw vervoermiddel te leren besturen. Ondanks mijn pole position lig ik na twee bochten achteraan, omdat ik ze beide mis. Bij de tweede zit ik vast in het zand en moet ik worden losgetrokken door de instructeur. We racen verder en al snel verlies ik de rest uit het oog omdat ik alleen maar bezig ben met kijken waar ik rijd en hoe ik moet sturen. Gas geven durf ik niet op de hellende zandplateaus. Na een half uur pauzeren en de rest roept uitgelaten hoe gaaf dit is. Ik ben tot dan toe alleen nog maar bang geweest en gefrustreerd dat ik het gevoel met dat ding niet te pakken kreeg.

We drinken wat water en vertrekken opnieuw. Langzaam begin ik mijn quad aan te voelen en de rest bij te houden. Als ik op een gegeven moment besluit om gewoon niet meer bang te zijn, wordt het leuk. Ik let niet meer alleen op de weg voor me, maar ook op de anderen en op de omgeving, die prachtig is, ook al zie je alleen maar zand, zo ver als je kunt kijken. Uiteindelijk neem ik ook de halfpipe-achtige steile zandwanden: zo hard mogelijk recht omhoog rijden om daar te keren en weer recht omlaag te rijden. Deze kunstjes zijn er waarschijnlijk de reden van dat je bij vertrek middels een handtekening je leven waardeloos moet verklaren om mee te mogen. We stoppen op een hoog duin waar we een mooi uitzicht hebben over de Atlantische Oceaan om daarna staand op onze quads via hobbelige wegen waar je nog wat kleine sprongetjes kunt maken terug te rijden naar het vertrekpunt in Swakopmund.

Omdat er na de lange radiostilte al diverse ongeruste sms´jes binnenstromen, ga ik na een snelle fastfood-lunch naar het internetcafé. Dit is de eerste gelegenheid om mijn verhalen te gaan posten, waardoor er ineens vijf verhalen en alle foto´s uit Zuid-Afrika online kunnen. Na een uur zijn twitter, facebook, reismee, hotmail en gmail weer bijgewerkt en ga ik terug naar mijn kamer om wat te lezen en even bij te komen van de energie-vretende eerste week.

Van mensen uit ons gezelschap had ik de tip gekregen over een restaurant waar zebra geserveerd wordt. Mijn keuze voor vanavond is dus alweer snel bepaald. In museumrestaurant Die Kupferpfanne zoeken we een plekje uit. Het restaurant is net een huiskamer en het is helemaal ingericht met beelden en schilderijen. Net als we besteld hebben, komt een van mijn reisgenoten binnenwandelen. Hij wist van de zebra dus had hij ons hier al verwacht. Hij kwam mijn avond nog beter maken: hij had een townshiptour achter de rug en van daaruit een zak gebakken rupsen voor me meegenomen. De serveersters zien wat we hebben en komen glunderend om ons heen staan: ze vragen zich duidelijk af wat ik ermee zou gaan doen, aangezien ze mij nog niet zo goed kennen. Natuurlijk gaat de eerste rups onverschrokken mijn mond in. Direct besluit ik het bij één te laten, omdat hij niet echt lekker is. Gelukkig smaakt mijn hoofdgerecht beter: een trio van gemsbok, springbok en zebra. De zebra is niet echt bijzonder en lijkt ook qua smaak een beetje op paard.

Swakopmund

5:20 vertrekken we vandaag... midden in de nacht moeten we opstaan om de zonsopgang te gaan bekijken vanaf Dune 45, een van de hoogste zandduinen in de omgeving van Sesriem. Met alleen een snelle Ouma-beskuit als ontbijt stuiven we door de woestijn om als eerste toeristen daar aan te komen. Torenhoog rijst het duin voor ons op en de klim begint. Enthousiast ren ik het duin op, maar het zand is zacht. Het zand is zo zacht dat je voor elke drie stappen er twee terugzakt en tot aan je knieën in de berg staat. Als ik denk bijna boven te zijn, kijk ik terug en zie ik dat ik nog geen derde deel van de klim heb afgelegd. Mijn hart klopt in mijn keel en mijn longen lijken te ontploffen, maar ik geef mezelf niet gewonnen en ik ploeter verder. Op driekwart van het duin besef ik dat het halen van de top niet zal overleven. Mijn borstkas knalt bijna uit elkaar en ik daal weer af. Dit kan een zonsopgang niet waard zijn. Beneden aangekomen ga ik op een stoel zitten om weer lucht te krijgen. Het droge zand adem je bij elke stap in, waardoor dat nog geen makkelijke klus is. Gelukkig is de zonsopgang ook beneden gewoon mooi om te zien.

Na ons echte ontbijt rijden we door naar de Sossusvlei, een vruchtbare vallei in de woestijn. Daar start een rondleiding door een geweldige gids. Op blote voeten rent hij door de woestijn en als we hem eindelijk inhalen, legt hij ons in het Afrikaans uit over leven in de woestijn. Hij vertelt ons alles over de bosjesmannen en hoe je kunt overleven in de woestijn. Ook vangt hij een spin en een hagedis om te laten zien hoe makkelijk je hier aan eten kunt komen. Hoogtepunt van de rondleiding is de Hiddenvlei, een verborgen vallei waarin echt alles dood is. Een groot kalkplateau, waarop je geen enkele afstand meer kunt inschatten, staat vol met dode bomen. Voor sommigen is de plek misschien bekend omdat een deel van de film The cell hier is opgenomen. Onze gids noemt de Hiddenvlei op z´n Afrikaans: die moeiste moei. Als we na de rondleiding nog een tijdje met hem praten, blijkt hij een verzekeringsagent in ruste te zijn, die van zijn hobby zijn werk gemaakt heeft. Na dit gesprek brengt hij ons terug naar de hoofdweg. Als vee worden we in een pick-up gepropt en hobbelen en schokken we terug naar onze eigen truck. Die brengt ons terug naar het kampterrein voor de lunch en een zeer welkome douche.

Ons volgende reisdoel is Solitaire, een kleine nederzetting die uit niet meer bestaat dan een winkel, een bakkerijtje, een garage en een tankstation. Tegenwoordig is het alleen uitgebreid met een kampeerterrein. We eten een gebakje bij de bakkerij en zetten onze tenten weer op. Een poging om te gaan zwemmen blijft bij mij weer steken bij pootjebaden, omdat het water weer zo ontzettend koud is. Daarna is het tijd voor, alweer, voetbal. Een Afrikaans team daagt ons uit, waardoor de wedstrijd Djoser-Afrika wordt gespeeld. We verliezen met 3-2 en de meeste mannen van ons team raken flink geblesseerd. Met ijszakken versierd genieten we van de pasta die Anna voor ons heeft geproduceerd uit alle kliekjes van de afgelopen dagen. Na een fikse afwas en een wijntje bij het kampvuur is het weer tijd voor de slaapzak.

Na een week hard werken is het tijd voor wat ontspanning. Op woensdag vertrekken we in de richting van Swakopmund. Eerst moeten we daarvoor het Naukluft nationaal park doorkruisen. Terwijl de bus helemaal ruikt naar tijgerbalsem door alle voetbalslachtoffers passeren wij de steenbokskeerkring, waar we de eerste en enige bergzebra zien. Het beest staat op zo´n kilometer afstand, waardoor de verrekijker uitsluitsel moet geven of dit een zebra is of een paard. Mooie foto´s levert het dus niet op. We komen langs nog een canyon, die nog het meeste wegheeft van een maanlandschap, we zien kokerbomen en bomen die keurig in een lijn groeien omdat daar vroeger een rivier heeft gestroomd. Het landschap wordt steeds desolater en uiteindelijk zitten we midden in de pure woestijn zonder enige vegetatie. Ineens staan we echter in Walvisbaai. Dit havenplaatsje ligt direct aangrenzend aan de woestijn en we lunchen hier aan zee. Een kolonie prachtige flamingo's zoekt hier haar voedsel, de meeuwen storten zich met duikvluchten in zee om te vissen en hier en daar spelen zeehonden in het water.

Ook al is Namibië oorspronkelijk een Duitse kolonie geweest, de voertaal is bijna overal Afrikaans, dus ook hier kun je je weer gemakkelijk redden met Nederlands. In Swakopmund lijkt dat voor het eerst anders te zijn. Opschriften zijn in het Duits, alle restaurants hebben Duitse namen en serveren voornamelijk Bratwurst. Toch blijf je de mensen om je heen Afrikaans horen praten. In Swakopmund gaan we eerst langs een activiteitencentrum waar we voor morgen wat leuke dingen kunnen regelen. Het liefst zou ik gaan parachutespringen, maar daarvoor ben ik natuurlijk weer te zwaar. In plaats daarvan moet ik in Zambia toch echt maar die bungeesprong gaan maken. Ik kies voor quadracen in de woestijn voor morgen.

We slapen in een soort jeugdherberg met slaapzalen met vier of vijf bedden. Als deze kamers zijn ingeruimd, gaan we op zoek naar een goed restaurant. We belanden bij steakhouse en pizzeria Napolitana, waar ze goede pizza´s schijnen te hebben. Na een korte blik op de kaart en een blik op het bord van een van mijn reisgenotes is echter snel duidelijk dat de pizza´s aan mij voorbij zullen gaan vanavond: er staat gemsbokkenbiefstuk op de kaart! We zijn hier met een ontzettend bereisd gezelschap, dus in de lange wachttijd vliegen sterke etensverhalen uit alle landen over tafel, tot de serveerster eindelijk daar is met onze gerechten. De gemsbok smaakt prima en komt hoog in de lijst van lekkerste vleessoorten die ik ooit heb gegeten.

Sesriem

We schrikken als we horen dat we om vijf uur op moeten staan, hoewel dat eigenlijk wel meevalt: omdat we gisteren de klok hebben moeten verzetten, staan we gewoon op dezelfde tijd op als de andere dagen. Vandaag moeten we 670 kilometer afleggen over zandwegen, dus veel meer dan dat zit er vandaag niet in. Omdat we tegen zonsopgang de kampeerplaats verlaten, barst het van het wild. Overal springen de springbokken met hun vrolijke sprongen en hun witte kontjes het veld in. Tussendoor staan imposante gemsbokken te prijken met hun prachtige hoorns. We zoeken vandaag vooral naar de bergzebra´s die hier voorkomen. We zien allerhande antilopesoorten, eekhoorns en wilde ezels en paarden, maar helaas geen zebra´s.

Als we er vierhonderd kilometer op hebben zitten, is het tijd voor een lunchstop. Een van mijn reisgenoten zegt muziek te horen in de verte. Degene naast haar hoort het ineens ook, maar de rest hoort niks. Omdat degenen die muziek horen niet voor gek verklaard willen worden, gaan ze een rondje wandelen om te horen waar de muziek vandaan komt. Tevergeefs. Na het eten herhaalt zich dit ritueel, maar wederom kunnen ze de bron niet vinden. Uiteindelijk blijkt dat haar mp3-speler per ongeluk aanstaat in haar eigen broekzak.

Tot hier waren de wegen leeg. We zijn werkelijk geen auto tegengekomen. Als we Sesriem, ons doel voor vandaag naderen, wordt het echter met de minuut drukker. Voor het eerst komen we in een erg toeristisch gebied. Blijkbaar zijn de zandduinen die we morgen gaan bezoeken een grote attractie. Omdat we het kampeerterrein tijdig bereiken, maken we nog een extra uitstapje. Ook in de buurt van Sesriem is een canyon en in deze mogen we ook afdalen. We gaan naar beneden en bekijken de rotsformaties vanaf de onderkant. Ook na deze tocht genieten we van de zonsondergang boven de bergen. Deze is door de stofwinden weer helemaal anders van kleur, maar net zo mooi als gisteren.

Anna heeft vanavond spaghetti voor ons gemaakt. Het is eenvoudig maar lekker en na het eten mogen we lekker onderuit gaan zitten, omdat mijn groepje vandaag geen truck-, kook- of afwasdienst heeft. Gezellig zitten we met een wijntje na te tafelen als we de jakhalzen al om ons kamp horen wandelen. Ze ruiken ons eten en tonen interesse in onze kliekjes. We gooien de overgebleven spaghetti op niet al te grote afstand weg, om ze zo dichtbij mogelijk te laten komen, zodat we mooie foto´s kunnen maken. Helaas is het te donker. Nog de hele nacht sluipen de jakhalzen om onze tenten heen. Het advies was daarom: neem alles mee je tent in, anders zou je je schoenen wel eens in meerdere stukken kunnen terugvinden. Ismael slaat zijn eigen advies in de wind, omdat zijn schoenen, naar eigen zeggen, niet zo stinken als die van ons.

Fish River Canyon

In Ratelgat bezoeken we de volgende morgen nog een monument, waarna we afscheid nemen van de gids. Onze laatste halte in Zuid-Afrika is een kampeerterrein aan de Oranjerivier, die de grens vormt met Namibië. Het zal een behoorlijk lange rit worden, dus vandaag zitten we vooral op de weg.

Omdat er niet al te veel spannende dingen gebeuren vandaag, is het wel aardig even uit te wijden over de taal hier. Ik had al gezegd dat een gesprek in het Afrikaans goed te volgen is, maar het is zo ontzettend leuk om hier al dat Nederlands te zien en horen! In de winkel roept een bediende: ´Volgende asseblief!´ Een garage verkoopt ´knaldempers´ en alle bordjes zijn in zeer leesbaar ´gebroken Nederlands´. Ik zal bij de foto´s wat leuke voorbeelden uploaden.

Net voor de grensovergang naar Namibië slaan we linksaf, om te gaan kamperen aan de Zuid-Afrikaanse oever van de Oranjerivier. Na het opzetten van onze tenten snellen we naar de rivier om een stukje te kunnen zwemmen. Het water is erg koud, dus ik ga maar tot mijn knieën in het water en geniet van de zonsondergang die inmiddels heeft ingezet.

Het gezelschap verplaatst zich naar het kampvuur waar we genieten van ons avondeten. Als wij ermee klaar zijn, genieten de plaatselijke honden van de restjes. We richten onze blikken naar boven en zien een prachtig gevulde sterrenhemel. In dit gebied is nog geen lichtvervuiling, dus de hemel is zo veel prachtiger dan bij ons! Zelfs de Melkweg is hier helder te zien.

De volgende ochtend is het tijd voor de oversteek van de Oranjerivier en dus naar Namibië. Zonder erg veel moeilijkheden aan de grens mogen we het land betreden en onze horloges een uur terugzetten. We winnen een uur, wat ons de gelegenheid geeft een uur langer van alle nieuwe indrukken te genieten. Het landschap verandert snel van leeg naar stenen, naar lage struiken. Soms zijn er veel bergen, soms ontbreken ze volledig. Iedereen blijft natuurlijk ook turen naar bijzondere dieren, maar we zien nog steeds niet meer dan springbokken en struisvogels.

We komen aan op een prachtig kampeerterrein waar Ismael ons gedroogd koedoevlees laat proeven. Het is aan de scherpe kant door de kruiden, maar wel lekker en natuurlijk een nieuw dier op mijn lijstje! Met enkele mensen verplaatsen we ons naar het zwembad, maar ook deze duik laat ik aan mij voorbij gaan: dit water is nog veel kouder dan die rivier. Ik hou het bij pootjebaden, terwijl er een felgekleurde dwergpapegaai langs komt gevlogen. Als iedereen is uitgezwommen, hebben we nog een excursie op het programma staan vandaag: Fish River Canyon.

Ismael gooit ons anderhalve kilometer van het uitzichtpunt uit de truck, zodat we zelf langs de canyon kunnen wandelen in de richting van dat punt. Het uitzicht over de kloof is overweldigend en direct staat iedereen op uitstekende rotspunten om foto´s van zichzelf te laten maken. Het geeft een beetje een beeld van de rotspunten in de cartoons van Roadrunner die altijd afbreken als de coyote eropstaat. Aan het einde van de wandeling staat Ismael klaar met een verrassing. Op tafel staan drankjes klaar: een laagje groene pepermuntlikeur met daarbovenop een laagje amarula (nee, geen ammapulla), wat erg veel lijkt op Baileys. We mogen dit alleen opdrinken als we dat doen als een springbok. Ismael leert ons een dansje waarin we uitkijken voor leeuwen, luipaarden en krokodillen, we schudden met onze billen, bij wijze van staartje, en mogen het drankje dan ineens achteroverslaan. In de oorspronkelijke versie moet er gemoond worden in plaats van met de billen geschud, maar hier voelen de meeste mensen niks voor.

Terug op het kampeerterrein, krijgen we de lekkerste lamsbouten voorgeschoteld die ik ooit heb geproefd (nou ja, misschien een gedeelde eerste plaats met die in de Weinhexenkeller in Cochem). Als ik Anna vraag naar de marinade die ze gebruikt heeft, zegt ze dat het ´just a braai-marinade´ is. Eigenlijk heeft ze gewoon alle sauzen die ze had door elkaar gegooid en die op het vlees gesmeerd. Helaas is het echte recept dus niet meer te achterhalen.

Ik ga douchen in een zeer luxe badgebouw hier midden in de woestijn, en als ik terugkom wil ik nog een lekker Zuid-Afrikaans wijntje gaan drinken. Als ik in onze ´keuken´ aankom, is echter iedereen al naar zijn tent vertrokken, dus ga ik ook maar slapen.