Water en vuur
We schrijven 15 april 2011. In mijn hoofd spookt al maanden rond dat ik nog een achterstallig verhaal heb af te werken over mijn laatste buitenlandse reis. Hopelijk verkeert u allen niet al maanden in de veronderstelling dat ik ergens in Portugal vermist ben geraakt. Ik ben al sinds mijn (helaas alweer dertigste) verjaardag in den lande. Maar waar waren we ook alweer gebleven?
Net als wij wil ook Maja, het Poolse meisje uit het hostel terug naar Porto. Ze moppert voortdurend over haar geldgebrek. Aangezien Roxy en ik nogal goed zijn in hints bieden we haar een lift aan met onze huurauto. De terugreis gaat voorspoedig en zo'n drie uur later staan we weer in Porto en de tol hebben we deze keer maar wél keurig betaald. We nemen afscheid van Maja en zoeken ons hostel op, waar Roxy en ik ons lekker aan elkaar beginnen te ergeren. Zij wil Porto uit, ik wil in Porto blijven. Om de sfeer niet te verpesten, besluiten we de dag erna elk afzonderlijk op pad te gaan. Roxy gaat met met mijn wandelgids per trein op weg en ik blijf in Porto om te geocachen en delen te bezichtigen waar we nog niet zijn geweest.
Als we voor Roxy op zoek zijn naar geschikt openbaar vervoer worden we aangesproken door een zwerver. Hij merkt dat we een beetje huiverig zijn om met hem in gesprek te gaan, maar hij blijft ons inpeperen dat hij a good boy is. Because hij believet in god. Hij blijft daarbij op het kruisje om zijn hals wijzen. We raken in gesprek en hij helpt ons. Hij leidt ons naar een busstation. We geven hem vijf euro om hem te bedanken en worden door iedereen in het busstation vuil aangekeken. Precies de blikken die ik in Roemenië altijd zie als 'de gewone bevolking' ziet dat wij normaal omgaan met de zwerfkinderen...
Het cachen brengt me deze keer bij een kerk met daarachter een imposante begraafplaats. Mijn zus zou zich hier uren hebben kunnen uitleven met haar begrafenisondernemers-achtergrond. Ook ik breng hier geruime tijd door. Vreemd hoe je kunt genieten op zo'n plek waar de dood centraal staat. Dan begint het te regenen. Zo hard te regenen dat ik ga schuilen. Het regenen stopt niet en schuilen kan ook niet eeuwig blijven duren. Daarbij had ik Roxy beloofd om port voor haar te kopen aan de andere kant van de rivier. Ik begeef me dus maar naar de brug en binnen een halve minuut ben ik doorweekt. De portverkopers zijn duidelijk blij met me als ik als wandelende lekkage hun huizen betreed. Gelukkig was ik al van plan een dure fles port voor mezelf te kopen, want daar voelde ik me nu verplicht toe.
Terug in het hostel spring ik snel onder een warme douche. Als ik daarmee klaar ben, kom ik op het lumineuze idee om mijn drijfnatte T-shirt te drogen en ik hang het over de warmtelamp in de badkamer. In de slaapkamer neem ik 'Een nagelaten bekentenis' erbij. Niet veel later ruik ik een vreemd luchtje. Na twee weken rondtrekken is dat niet zo gek, dus ik ben niet meteen gealarmeerd. Als er ook rook uit de badkamer komt, besef ik dat mijn shirt wel eens in de fik zou kunnen staan. Als ik op de plaats delict aankom, blijkt die laatste inval een geniale te zijn geweest: de vlammen slaan uit mijn shirt, Ik blus het en probeer het nog aan te trekken, maar het valt uit elkaar.
Roxy is inmiddels ook weer in Porto aangekomen. Nog een keer gaan we terug naar het intieme restaurantje waar we al een paar keer eerder waren. We worden begroet als oude vrienden en krijgen gratis port en whisky. We nemen na het eten uitgebreid afscheid en de eigenaar wenst ons een goede reis.
We pakken onze spulletjes in. We gaan vroeg slapen omdat we morgen een vroege vlucht hebben. Dat plan mislukt echter, omdat ik jarig ben. Door het tijdsverschil slaat mijn telefoon om 23:00 op hol, door de binnenstromende sms'jes. Ik ben zo slim om te zeggen dat ik pas over een uur jarig ben, waardoor dit tafereel zich rond middernacht herhaalt. Ondanks alle goede bedoelingen baal ik flink en kom ik niet meer in slaap tot de volgende ochtend. Voor de zekerheid controleren we nog een keer of Roxy haar rijbewijs, paspoort, bankpasjes en vliegticket heeft. We vliegen met Ryan Air, dus aandacht voor mijn verjaardag zal er niet bij zijn in het vliegtuig. Na twee uurtjes landen we veilig in Eindhoven, waar we door Roxy's ouders worden opgewacht.
Eindelijk is het me gelukt deze reis ook in geschrift te voltooien! Eindelijk is het verhaal van Portugal rond. Ik denk dat dit laatste verhaal net zo samenhangend is als strandzand, maar dat controleer ik morgen nog wel een keer. Om er vervolgens niks aan te veranderen...
Theaters, Tchaikovsky en Tourist Traps
Vandaag is er dan toch tijd om aan die doelen te werken. We beginnen met een bezoek aan Alfama, de middeleeuwse wijk in Lissabon, voornamelijk bekend omdat daar de fadomuziek is ontstaan. De wijk bestaat uit een wirwar van straatjes, trapjes, steegjes, waarin je als buitenstaander onmogelijk je weg kunt vinden. Via de kathedraal, die als een soort toegangspoort tot de wijk fungeert, komen we bij Museo Teatro Romano. In dit museum zie je gedeelten van een Romeins amfitheater dat nu door opgravingen voor zo'n derde deel is blootgelegd. Slechts hier en daar is daadwerkelijk iets van een theater te herkennen in de losse stukjes zuil en zitplaats die door de ruimte verspreid liggen.
We willen onze wandeling vervolgen met een bezoekje aan het kasteel dat hoog boven de stad uittorent. Daar aangekomen vinden we het entreegeld te hoog. Eromheen lopen kost niets en de reisgidsen vertellen het verhaal ook wel. Nietsvermoedend wandelen we Alfama binnen en meteen verdwalen we. De straatjes gaan alle kanten op, dus onze zoektocht naar een fontein duurt lang. Als we de fontein uiteindelijk vinden, blijkt dat we er al langs gelopen waren, maar omdat hij het niet doet, hadden we hem niet eerder opgemerkt. Als tweede culturele activiteit van vandaag bezoeken we het fadomuseum. Ondanks dat ik de muziek vreselijk vind, is het museum erg mooi en leren we veel over de cultuur die erachter schuilgaat. Vooral een filmpje over het maken van de Portugese gitaar vind ik erg boeiend.
Na dit museum lunchen we. Nu is het in Portugal binnen overal koud, maar dit restaurant spant de kroon. Bibberend bestellen we een zeevruchten-rijstpannetje. Het eten is niet bijzonder lekker door de grote hoeveelheid koriander die is gebruikt, maar het is wel een goede workout, omdat we meer tijd kwijt zijn aan het openbreken van alle schaaldieren dan aan het eten zelf. Ons volgende uitstapje mislukt omdat het filmmuseum dat Roxy wil bezoeken gesloten is. Onderweg passeren we wel een theater waar die avond de Notenkraker gedanst zal worden door het Russisch staatsballet. De kaarten zijn duur, maar we besluiten er toch voor te gaan. Een theater verder zien we dat daar die avond de Portugese versie van de musical Anatevka staat. Ik krijg spijt van onze snelle aankoop, maar de keuze is al gemaakt: vanavond moeten we naar het ballet!
We keren terug naar het hostel. Enerzijds om op te frissen, anderzijds om mezelf in te lezen in het stuk. Aangezien er alleen maar gedanst gaat worden, is het wel handig om het verhaal te kennen. Goed voorbereid betreed ik even later dus het theater. Na tien minuten kan ik er al geen touw meer aan vastknopen en begint ook de vermoeidheid toe te slaan. Tijdens de eerste akte val ik vier keer in slaap, wat ook niet echt bevorderlijk is voor mijn begrip van het stuk. De tweede akte lukt het me wel om wakker te blijven, maar de belangrijkste les van vandaag is dat ballet niet aan mij besteed is...
Gelukkig hebben we een mooi restaurantje op het oog voor de avond. We wandelen een keldertje in bij een fadorestaurant. We bestellen en de voorstelling begint. Twee heren begeleiden op Portugese en Spaanse gitaar twee dames die fado blèren. Het komt neer op muziek van het kaliber Frans Bauer, maar dan met gevoel gezongen. Daar wordt het helaas niks mooier van. De prijzen liggen voor Portugal vrij hoog, wat we niet zo gek vinden in een zaak als deze, dus onze argwaan is nog niet gewekt. Als de ober zelf in fadogezang uitbarst en er niet meer bediend wordt, begint die argwaan alsnog te komen. Een half uur later staat ons eten voor onze neus. Mijn bestelling van lamskoteletten wordt voor me neergekwakt: twee hoopjes aardappelpuree en drie miserable stukjes vlees, waarvan meer dan de helft bestaat uit vet en botten. Dat deze tent (Coraçao do Alfama, ga er NIET heen!) een Tourist Trap is, blijkt bij ons vertrek nog eens: de live-fado staat gewoon per persoon op de rekening!
Nieuwjaarsdag in Belรฉm
Volgens een goede traditie hebben Roxy en ik ons aan het einde van 2010 tien doelen gesteld waarvan er minimaal vijf in 2011 verwezenlijkt dienen te worden. Naast dingen als 50 boeken lezen en 15 km aaneengesloten hardlopen, staat daar ook het doel op om minimaal 50 culturele activiteiten te ondernemen in 2011. Vandaag zien wij onze kans schoon om al enkele musea te bezoeken om dat doel te bereiken. We besluiten te gaan wandelen in Belém, de buurt van Lissabon waar het zeevaartverleden van de stad goed terug te zien is.
We onderschatten de wandeling van het centrum naar Belém en slenteren lange tijd door oninteressante achterbuurten om tegen twee uur 's middags pas aan te komen. We nuttigen een drankje in de oude loodsen die zijn omgebouwd tot restaurantjes en lopen over de boulevard naar de uiterste zuidwestpunt van de stad. Onderweg passeren we verschillende mooie monumenten en musea, maar natuurlijk blijken deze allemaal gesloten op Nieuwjaarsdag. Vandaag kunnen we dus niet aan onze doelen werken. Gelukkig heb ik wel een mooie foto kunnen maken, waarop je ineens een goede indruk krijgt van het Jezusbeeld aan de overkant van de Taag en de grote tolbrug die ernaartoe voert.
Op het verste punt van onze wandeling zien we de Torre de Belém: een prachtig gebouw in manuelstijl, vol opzichtige tierelantijntjes, waarmee destijds de Portugese roem op zee werd herdacht. De toren straalt vandaag iets onheilspellends uit door de grillige bewolking in de lucht erachter. We wandelen terug door het park, bezichtigen het Hiëronymietenklooster, waarna we eindelijk aankomen bij het punt waar Roxy al vanaf het begin naar verlangt: de confeitaria Pastéis de Belém. Dit is een oude gebakszaak die als enige de originele Belémtaartjes verkoopt. Buiten staat een rij tot aan het klooster, dus ik voel er weinig voor om daar voor een gebakje plaats in te nemen. Roxy als echte zoetekauw sluit wel aan, dus ik neem mij voor wat te eten te halen bij de nabijgelegen Mac. Daar zijn de rijen nog langer, dus vlucht ik snel het parkje achter de Mac in om daar gewoon wat rond te wandelen. Als we elkaar weer ontmoeten op de afgesproken plek en ik een hapje proef van het gebakje, blijkt het niets meer te zijn een gehypet niemendalletje.
Het begint donker te worden en we moeten nog helemaal terug naar het centrum. We zien dat we op de kaart van Lissabon zo'n twee kaartlengtes buiten de kaart terecht zijn gekomen, maar bikkels als we zijn, negeren we alle mogelijkheden van openbaar vervoer. Te voet gaan we in de richting van een goede sushitent. We willen allebei al de hele week sushi en nu is ons toevallig een goed restaurant aanbevolen. Twee uur en wat versleten voetzolen later storten we ons gebroken op de krukken van deze fijne zaak. Onze bestellingen worden ter plekke vers klaargemaakt, terwijl wij genieten van een kopje Japanse soep. Deze is erg zout, wat zeer welkom is na vandaag. De sushi is inderdaad erg goed en goedkoop. Als we het kleine restaurantje verlaten, hebben we erg goed gegeten, maar verrekken we wel nog steeds van de honger: sushi vult voor geen meter. We duiken dus een broodjeszaak binnen en bestellen wat baguetjes om onze maag mee te vullen in het hostel.
Oud en nieuw in Lissabon
´s Ochtends vertrekken we al vroeg. Als we onze bagage gepakt hebben, en Roxy de voorraadkast heeft geplunderd, vertrekken we richting de hoofdstad. Over de weg daarheen is weinig interessants te vertellen, dus ineens staan we nu op het vliegveld van Lissabon. De auto zetten we daar neer omdat ik er weinig voor voel om dat ding mee te nemen het centrum in. Een taxi brengt ons naar ons hostel midden op één van de centrale pleinen van de stad. We vinden het hostel zo leuk dat we er meteen een extra nacht boeken. Daarna duiken we de stad in om theaters te zoeken en wat inkopen te doen voor de komende dagen.
Terwijl Roxy boodschappen doet in een supermarkt waar de wachtrijen Russisch aandoen, probeer ik al een korte rondwandeling door de stad te maken. Een blootvoetse zwerver klampt me aan voor geld, terwijl hij in de ene hand een fles drank heeft en in de andere hand een sigaret. Uiteraard geef ik hem niks, wat een goede keuze blijkt als ik hetzelfde sujet even later op Airmaxen langs zie komen wandelen. Iets verderop word ik aangesproken door een veel minder onguur ogend type. Hij houdt iets in zijn hand en vraagt me of ik geïnteresseerd ben in wiet. Dat is iets wat hier heel veel gebeurt: een hoop mensen proberen je op straat alle soorten drugs te verkopen. Ik vertel de man dat ik uit Nederland kom, dus dat ik thuis beter spul kan krijgen en nog legaal ook. Hij druipt af. Na een bezoek aan een souvenirswinkel en een postkantoor, zie ik dat Roxy de supermarkt uitkomt. We gaan terug naar het hostel, waar we deelnemen aan het oudjaarsdiner. Mensen van allerlei nationaliteiten delen met ons het eten en we leren veel leuke mensen kennen. We trekken voornamelijk op met een Chinese, twee Grieken, een Amerikaan, een Poolse en een Finse. Later voegen zich nog twee Hongaren bij ons. Het eten is goed en het is erg gezellig. Tegen elf uur beginnen de sms´jes met nieuwjaarswensen binnen te komen. Hier is het een uur vroeger dan in Nederland, dus wij zijn zover helemaal nog niet. We gaan met z´n allen naar buiten en trekken naar het grootste plein van Lissabon. Duizenden mensen zijn hier bijeengekomen om het nieuwe jaar in te luiden.
Het plein is aan drie kanten omringd door mooie oude gebouwen en aan de vierde zijde stroomt de Taag. Drie minuten voor twaalf stopt de band op het podium met spelen en begint het aftellen. Exact om twaalf uur barst het beste vuurwerk los wat ik ooit heb gezien. Vanaf het water en vanaf alle gebouwen om ons heen schieten symmetrische vuurbogen over ons heen, alle kanten op. Nederland zou z´n monumenten nooit gebruiken voor dit soort gelegenheden, maar hier zijn ze er blijkbaar niet zo zuinig op. Minutenlang gaat het voort en iedereen vergeet zelfs om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen door het prachtige schouwspel. Dat volgt na het vuurwerk, waarna de mensen in lange drommen door de straten van Lissabon trekken. Wij keren terug naar het hostel om daar verder te vieren met het personeel en de andere gasten.
Hopelijk staat het ontbijt er morgen wat langer dan gebruikelijk, zodat we tijd kunnen nemen om uit te slapen alvorens we Lissabon cultureel gaan ontdekken...
De (voorlopig!) laatste dag in Porto
Na het opstaan checken we uit en vervolgen we onze reis naar het volgende hostel. Gelukkig is het WineHostel vlakbij, dus we hoeven niet al te ver te slepen met onze bagage. Als we hebben ingecheckt, willen we naar het Nederlands consulaat om Roxy´s paspoortzaken te regelen, maar eerst moeten we terug naar het vorige hostel, omdat zij daar haar toiletgerei heeft laten liggen. We vinden alleen de shampoo nog terug, dus we zullen vandaag nog een winkeltje extra moeten bezoeken.
Vandaag is het consulaat wel geopend. We worden hartelijk ontvangen door een (Portugese??) vrouw in een kamer met een pot tulpen in de open haard, een boek van Jip and Janneke op tafel en dat alles onder het toeziend oog van een portret van Koningin Beatrix aan de muur. De consul is zeer vriendelijk en behulpzaam. Ze helpt ons door de formulieren heen, belt een fotograaf om de pasfoto´s voor een vervangend paspoort te laten maken en neemt contact op met de verschillende andere instanties. Uit haar toon blijkt geen enkele irritatie, slechts medeleven met de problemen van een toerist. Omdat er nog geen politieverklaring is, moeten we eerst op en neer naar de tourist police om aangifte te doen van de verdwijning van het paspoort. Je komt door reizen met Roxy elk jaar weer op plekken terecht waar je anders nooit zou komen...
Bij de politie weten ze ons te vertellen dat er in hun systeem een paspoort staat dat ´lijkt op dat van Roxy´. Ze moeten uitzoeken of het inderdaad hetzelfde is. Daarom moeten we later die dag terugkomen. Tijd om naar de overkant van de rivier te vluchten dus! We hebben nog zeker elf porthuizen onbezocht gelaten, dus we hebben een inhaalslag te maken.
We wandelen Calem binnen. We krijgen daar een heldere uitleg door de kelders, die voorzien is van allerlei zinloze snufjes om het voor toeristen interessanter te maken. Zo hangt er een enorme diaprojector die streepjes licht op de muur projecteert om aan te geven hoe hoog het water gestaan heeft tijdens de verschillende overstromingen van de stad. Na de rondleiding is er een proefsessie, waarin we twee flinke glazen te verwerken krijgen, een witte en een ruby. Dit is de eerste witte die erg lekker is. Tot nu toe waren vooral de ruby´s en de tawny´s erg goed. Een rondwandeling door de winkel maakt me duidelijk dat ik hier nog wat inkopen kom doen voor ik terugga naar Nederland.
We vervolgen onze weg naar Vasconcellos. Hier krijgen we slechts een kort wandelingetje door de kelders, waarin we toch weer veel nieuwe dingen leren over port. Overal pik je iets nieuws op. We bevinden al snel in het proeflokaal, waar we vier verschillende wijnen te proberen krijgen. Als we daar een fles van kopen, dan hoeven we niet te betalen voor de rondleiding. Roxy wil hier wel een fles van hebben, maar omdat het te veel gesleep is naar Lissabon, komen we daarvoor later terug.
Dan gaan we naar Taylor´s. Eindelijk weer eens een gratis wijnhuis. Hier beginnen we met proeven. Op de kaart treffen we een leuk flesje aan van 2435 euro. We mogen daar helaas niet gratis van proeven. Na de proeverij krijgen we een keldertour met uitleg in het Spaans. Ik volg er dus weinig van, maar begrijp in elk geval dat dit het enige bedrijf is, waar de druiven nog traditioneel met de voeten worden geplet. Die informatie doet me weer twijfelen. Eigenlijk is het veel leuker om díe port te kopen dan om de machinaal geplette Calemwijn te nemen.
Als we voor de tweede keer deze dag bij de politie binnenwandelen hebben ze goed nieuws voor ons: Roxy´s paspoort is terecht. Het ligt bij de politie op de luchthaven van Porto. We mogen het direct op gaan halen. Aangezien we allebei veel te veel ´geproefd´ hebben, rijden we er maar niet meer heen en laten we de politie van hier doorgeven dat we het gaan ophalen als we terugkeren uit Lissabon. Zelfs nu reageert de consul enthousiast over de tijding. Geen greintje onbehagen ontsiert haar toon als ze vertelt hoe blij ze is dat het paspoort terecht is.
De avond besteden we in een restaurant om de hoek van het hostel en in het hostel zelf, waar we wat afleveringen van Southpark online bekijken.
Bedevaart II
In ons nieuwe hostel slapen we met z´n achten op een kamer. Eén van die acht is een verschrikkelijke snurker. Aangezien ik dat zelf niet ben, lig ik lang wakker. ´s Ochtends blijkt het ontbijt net zo karig te zijn als in het vorige hostel. Jam is blijkbaar erg traditioneel in Portugal.
Onze dag begint met een telefoontje naar het Nederlands consulaat, waardoor we meteen gerust worden gesteld: alles in verband met het nieuwe paspoort wordt geregeld. We stappen dus in onze huurauto en vertrekken naar Braga: het Rome van Portugal. Mooie heiligdommen en het religieuze machtscentrum van het land. Op weg erheen valt de regen met bakken uit de lucht, wat rijden op een vreemde weg in een vreemde auto nog veel vervelender maakt. Extra bijkomstigheid is dat Portugezen hun auto overal maar gewoon stilzetten op de weg, met de alarmlichten aan. Niemand die zich er iets van aantrekt of er een gevaarlijke situatie ontstaat.
We parkeren de auto in een garage in het centrum en beginnen onze tien kilometer lange pelgrimsroute erheen. Onderweg bezoeken we de kathedraal van Braga en de McDonalds voor een sanitaire stop. De wandeling door de stad is minder imposant dan we hadden verwacht, maar als de klim begint verandert dat. We moeten 385 meter stijgen om bij de verschillende heiligdommen te komen. Onderweg worden we door diverse honden aangevallen, maar aangezien ik harder blaf dan zij, druipen ze allemaal af. De wegen worden steeds steiler, en hijgend bereiken we de poort naar de eerste grote kerk: Bom Jesus. Om bij de kerk te komen moeten we nog 100 meter trappenlopen, van kapel naar kapel. In de kapellen zijn de staties van de kruisweg van Christus uitgebeeld met behulp van hyperrealistische beelden. De laatste treden zijn versierd met beelden van heiligen, fonteinen die de zintuigen en de drie goddelijke deugden verbeelden. Het uitzicht is prachtig en de kerk op de berg ook. Binnen koop ik het inmiddels traditioneel geworden cadeautje voor mijn nichtje (sorry Monique, er staat ´Jezus´ op het cadeautje, maar het was typisch voor de streek en het enige geschikte voor een baby :-P), waarna onze pelgrimage zich voortzet.
Via wat vijvers, een heel klein dorpje en een lange steile bosweg klimmen we nog verder omhoog. Het laatste doel voor vandaag is Sameiro, een heiligdom voor Maria helemaal boven op de berg. De kerk op zich is best mooi, maar eromheen ligt een soort Sint-Pietersplein in communistische stijl: helemaal geconstrueerd uit betonblokken. Het uitzicht is hier wel nog mooier dan vanaf de Bom Jesus. Binnen vallen onze monden open van verbazing en alle mensen op hun knieën. Op willekeurige plekken in de kerk knielen mensen en ze beginnen spontaan een rozenkrans te bidden. Het rare is dat uitgerekend wíj vreemd worden aangekeken dat wij niet meedoen. Het geprevel van het volk heeft weinig zin, want als we buiten aankomen, regent het alweer flink. Roxy is haar nieuwe paraplu verloren, dus we spurten met capuchons op naar beneden. Bij Bom Jesus aangekomen, zijn we te moe om verder te lopen, dus nemen we de kabeltram naar beneden. Via een ingenieus systeem bereiken we de voet van de berg: over de berg rijden twee kabeltrams die elkaar naar boven en beneden trekken, doordat steeds de ene wordt gevuld met water, terwijl ze de andere laten leeglopen.
We besluiten de bus te nemen naar Braga. Bij de bushalte ontmoeten we een groepje Portugezen van wie de man graag zijn Spaans op ons wil oefenen. Vanuit het niets begint hij onverstaanbaar te brabbelen. Natuurlijk ziet Roxy haar kans schoon en ook zij oefent haar Spaans. De man begint koekjes uit te delen. Hij denkt dat ik verlegen ben, omdat ik geen tweede koekje neem, maar ze zijn eigenlijk gewoon niet zo heel lekker.
We rijden via de landelijke route terug naar Porto. Op de snelwegen moet je tol betalen en ik vermoed dat we op de heenweg een bekeuring hebben opgelopen omdat we dat feit genegeerd hebben. Voor ik uitgezocht heb hoe dat precies zit, neem ik dus de kleinere wegen. In Porto gooien we de auto in een relatief goedkope parkeergarage, waarna we ons naar de snor haasten: het restaurant waar we de eerste avond ook gegeten hebben. Daar eet ik een nieuwe streekspecialiteit: de franzescina. Er zijn waarschijnlijk weinig slechtere dingen die je kunt eten... het is een soort lasagna, die bestaat uit de volgende laagjes: een witte boterham, biefstuk, chorizo, ham, nog een soort vlees, witte boterham, kaas. De kaas is gesmolten onder de grill. Dit geheel wordt geserveerd met saus en frietjes. Het gerecht vult zo goed dat ik de goddelijke chocolademousse van dit tentje niet meer hoef, maar het is heerlijk! Die ga ik thuis een keer namaken! Nodig vooral jezelf uit!
Paspoorten, port en preparaten
Ik heb een kater. Blijkbaar gaan bier, port en whiskey niet samen. Met hoofdpijn verschijn ik aan het ontbijt, dat nog kariger is dan gistermorgen: negen potten jam sieren de tafel. Ertussen staat onopvallend één potje chocoladepasta. Weer droog brood dus, voor we hem smeren uit dit hostel. We vertrekken vandaag naar een ander omdat dit vol zit de komende nacht.
We dumpen onze spullen in Downtown, ons nieuwe hostel. Onze ochtendplanning valt meteen in het water, omdat Roxy beseft dat ze haar paspoort kwijt is. We maken evengoed een wandeling door de stad, alleen eindigt deze bij het Nederlands consulaat. Aan de buitenkant van het gebouw hangen twaalf bellen, zonder dat er bijstaat waar ze voor dienen. Eén voor één proberen we ze uit, maar geen van de bellen geeft resultaat. Roxy drukt nu alle bellen tegelijk in, maar we krijgen geen gehoor. We besluiten eerst maar wat te gaan lunchen. Na een heerlijke portie calamaris keren we terug naar het consulaat maar krijgen opnieuw nul op het rekest. We zullen het morgen opnieuw proberen. We zullen dan meteen een nieuwe paraplu kopen, omdat Roxy die nu ook is kwijtgeraakt.
We lopen weer naar ons favoriete deel van de stad: de andere kant van de rivier. Het eerste het beste porthuis heet Calem en we gaan naar binnen. Daar blijkt de toer pas te beginnen over drie kwartier. In die tijd kunnen we makkelijk nog een ander doen! We wandelen verder en gaan naar binnen bij Kopke, die beweert de oudste portproducent van Porto te zijn. Bij Kopke worden geen rondleidingen gegeven, maar alleen proeverijen georganiseerd. Daar hebben we natuurlijk geen probleem mee, en we bestellen een halfzoete witte port en een tawny 10 year old. Beide wijnen zijn heerlijk, zeker omdat ze worden geserveerd met een schaaltje Belgische chocolaatjes, die goed matchen met de port. We blijven langer hangen dan de bedoeling was en missen de rondleiding bij Calem. Gelukkig komen we na Lissabon nog terug in Porto! We gaan dus door met Croft´s. Croft´s beweert het oudste porthuis van Porto te zijn. In elk geval zijn ze het eerste porthuis dat gratis rondleidingen en proefsessies organiseert. Een vrolijke Portugese dame maakt ons wegwijs in de wijnkelders en zet ons een glaasje port voor om te proeven. Dit huis staat voor mij op één tot nu toe, al was het maar om de leuke dame die de rondleiding verzorgde.
De rest van de porthuizen bewaren we voor later deze week, omdat er nog iets anders op ons programma staat: de tentoonstelling Bodies is toevallig net in de stad. De geconserveerde mensenlichamen die ons een kijkje gunnen in onszelf staan opgesteld in de catacomben van een plaatselijk museum. Het begint met schedels en skeletten. Schedels zie je ook in het gemiddelde spookhuis en een echt skelet hebben we op mijn werk ook. Maar beetje bij beetje worden de skeletten aangekleed met spieren, zenuwen, organen; alles wordt zichtbaar gemaakt. We zijn vooral erg onder de indruk van de diverse preparaten in plakjes: dwarsdoorsneden van het hele lichaam, waarin de mensen gewoon nog zijn te herkennen (als je ze zou hebben gekend natuurlijk). Erg creepy is een serie lengtedoorsneden van een hoofd. Van voor naar achteren is er steeds een plakje van het gezicht afgesneden. Wat verderop vinden we de ´plakjesman´: een man die van onder naar boven helemaal in plakjes is gesneden. Alles wordt zo zeer zichtbaar gemaakt. Ook erg indrukwekkend zijn de foetusjes van zeven tot en met twintig weken die achtereenvolgens staan opgesteld en de ontwikkeling van week tot week prachtig laten zien.
We blijven veel langer in het museum dan we hadden ingepland, dus het is al half negen bij vertrek. In Portugal is dat dinertijd, dus we moeten een restaurant gaan zoeken. Roxy kan de keuze uit twee niet maken, dus gooien we een muntje op om het lot te laten beslissen. Om het lot te tarten nemen we de tegengestelde keuze dan afgesproken. Voor het eerst eten we niet zo lekker, waarmee bewezen is dat het lot niet getart dient te worden!
Twee glaasjes port, sjaaaaaaaaaalalalalala
Het ontbijt in het hostel is nogal karig. Je kunt je brood alleen beleggen met boter, jam en chocoladepasta. Zoet beleg eet ik niet, dus ik teer deze ochtend op droog brood. In de tussentijd vermaak ik me maar door te kijken naar de gast tegenover me die de motoriek van een vierjarige heeft in het hanteren van haar mes.
Vandaag beginnen we met een wandeling door de historische binnenstad. Vanaf het centraal station lopen via een heleboel kerken naar de benedenstad. Onderweg passeren we de universiteit waar volgens de spandoeken een tentoonstelling zou zijn van chirugische instrumenten door de eeuwen heen. We worden lekker gemaakt met een tekening van een dokter die de arm van een patiënt eraf staat te zagen. Bij navraag binnen blijkt die tentoonstelling gesloten te zijn en we worden een ruimte ingestuurd waar allerlei kristallen uitgestald staan. Wel aardig, maar niet waar we voor kwamen, dus na een snelle wandeling langs de vitrines bevinden we ons al snel weer in de hal van de universiteit. Daar worden we aangesproken door een oude man, die zijn hele talenkennis op ons uitprobeert. Uiteindelijk begint hij aan een hele monoloog in het Frans, waaruit wij in elk geval opmaken dat hij hier les heeft gegeven. Wij maken duidelijk dat wij een docent en een student zijn, maar ons Frans is zo goed, dat hij nu waarschijnlijk héél vreemde dingen van ons denkt.
De oude Franse professor gaat naar de security en geeft hem enkele bevelen. De bewaker haalt er meteen een suppoost bij. Na nog wat Frans gebazel neemt hij afscheid van ons en de suppoost neemt ons mee door de gangen van deze oude universiteit. Deur na deur wordt ontsloten en ineens bevinden we ons in een zaal vol opgezette dieren. De suppoost neemt een typische ´suppoostenhouding´ in en gebaart dat we mogen rondkijken. We geven onze ogen goed de kost: je kunt het zo gek niet bedenken of het staat hier opgezet of op sterk water. Na deze zaal vol vogels en herten, wordt een nieuwe deur voor ons opengemaakt. Midden in de nieuwe zaal prijkt het skelet van een blauwe vinvis naast dat van een olifant. Opgezette ijsberen, herten, stinkdieren en zelfs allerlei soorten vissen! Als we denken dat we zijn uitgekeken wijst de suppoost ons naar de tweede verdieping en onze wonderbaarlijke ontdekkingsreis gaat verder. Een dik uur later verlaten we de universiteit zonder ook maar enig idee te hebben, waaraan we deze rondleiding te danken hadden.
We wandelen verder van kerk naar kerk en merken op dat we voornamelijk omlaag lopen. Na wat smalle trappengangen staan we ineens aan de Douro, de rivier die Porto in tweeën deelt. We slenteren langs de kade, eten ergens een heerlijk broodje (wat vooral opvalt is hoe ongelooflijk goedkoop de restaurants hier zijn!), en naderen de mooie brug van Eiffel. Dan komen we aan een trap... tijd om 85 meter omhoog te gaan om via de steile treden de bovenstad weer te bereiken. Via de kathedraal, waarop we een zeer slinks verborgen pentagram ontdekken, belanden we weer bij het centraal station, waar onze reis begonnen was. Enthousiast beginnen we aan een tweede wandeling, waarin de andere oever van de rivier centraal staat. Het opmerkelijke van die oever is dat er overal in grote witte letters namen op de daken staan: hier liggen tientallen grote porthuizen. Allemaal organiseren ze rondleidingen en proeverijen. We houden de wandeling al snel voor gezien en duiken het porthuis Sandeman binnen. We treffen het: er begint net een Engelstalige rondleiding en we mogen mee. Een als zorro verklede vrouw (het logo van Sandeman is iemand met een zwarte hoed en cape) leidt ons rond en in in de wereld van het port maken (ja, ik weet dat dat een foutieve samentrekking was, maar als je het gewoon zeugma noemt, is het een stijlfiguur!). Na de interessante en leerzame rondleiding volgt het hoogtepunt: proeven! We krijgt witte en tawny port te proeven en meteen is ons besluit genomen: we gaan álle porthuizen met een bezoekje vereren in de loop van de komende dagen!
We verlaten Sandeman en lopen verder rivierafwaarts. Het begint langzaam te schemeren en er komt maar geen brug om de overkant weer te bereiken. Net als we willen omkeren om het hele stuk maar gewoon terug te lopen, merkt een vriendelijke schipper ons op. Hij begint breed te gebaren of we naar de overkant willen. Hij pikt ons op en zet ons veilig over aan de andere kant van de Douro. De wandeling terug naar het centrum kan beginnen.
Als we in het straatje zijn aangekomen waar het restaurant van gisteravond ligt, komt er uit een ander pand ineens een man naar buiten. Hij trekt ons bijna naar binnen en zet ons neer op de eerste verdieping aan het raam. Meteen ligt er een menukaart voor ons en we beseffen dat we in een soort restaurant zitten. De menukaart is al vrij snel vergezeld van kaas, worst, olijven, kroketten: de truc in Portugal, ze zetten de tafel vol met ´hapjes van het huis´, maar alles wat je proeft staat uiteindelijk wel op de rekening. Buiten deze ongein is het eten weer erg goed en goedkoop.
We keren terug naar het hostel, waar het personeel net op het punt staat om op stap te gaan. Ze vragen of we meegaan. Natuurlijk doen we dat! We komen in een zeer ongure tent terecht op de tweede verdieping van een afzichtelijk gebouw. Er wordt volop gerookt en gezopen en als wij ons boekje ´Hoe en wat in het Portugees´ tevoorschijn halen, zijn we het middelpunt van de kroeg. Nederlandse toeristen die Portugees proberen te praten en ook nog eens schunnige zinnetjes proberen te zeggen zijn erg interessant, blijkbaar. Na een tijdje verhuist het gezelschap naar een volgende kroeg. Wij nemen afscheid en keren terug naar het hostel.