Ratelgat

Onze Afrikaanse reisbegeleidster Anna heeft ´s ochtends een lekker ontbijt voor ons gemaakt. Van onze gevleugelde nachtelijke vrienden lijkt geen spoor meer te bekennen te zijn, maar als je goed kijkt, zie je hier en daar een verstopte pinguïn in de bosjes. Ismael, , onze andere begeleider, laat ons zien hoe je de tenten moet afbreken, zodat we dat de rest van de reis alleen kunnen. Het motto bij alles is: ´Listen very carefully, I shall say this only once!´

Vandaag vervolgen we onze weg naar Namaqualand, de westkust van Zuid-Afrika, die bekend staat om zijn prachtige bloemen. Omdat het nog winter is, zien we daar helaas maar heel weinig van. Hier en daar groeit een klein bloemetje. De rit verloopt voorspoedig. Hier en daar stoppen we bij een tankstation voor een plaspauze. We volgen een tijdlang de Olifantsrivier, tot we bij een dam uitkomen, waar Anna voor ons de lunch klaarmaakt. Veel sla, dus ik hou het bij een boterham.

Na lange tijd de hoofdweg gevolgd te hebben, slaat chauffeur Ismael plotseling af, het niets in. We beginnen aan een soort Camel Trophy, waarbij de truck alle kanten op schudt. Verder en verder raken we verwijderd van de bewoonde wereld en offroad bereiken we uiteindelijk Ratelgat, een oud bosjesmannendorp. In de authentieke rieten hutjes die hier staan, gaan wij de nacht doorbrengen. Dit is nog veel mooier dan kamperen in tenten!

Een bij de Khoisan-stam horende gids leidt ons rond door de omgeving. In het begin vertelt hij alleen over de verschillende plantjes die hier groeien, maar langzaam naderen de bergen in de omgeving. Na een korte klim bereiken we een grot waarin we rotsschilderingen zullen aantreffen. Het blijkt niet meer te zijn dan wat handafdrukken, waarvoor je bij sommige nog de nodige fantasie nodig hebt, maar iets verderop zijn duidelijk tekeningen van dansende mensfiguren te ontdekken op de rotswanden. Plotseling horen we gegil achter ons. Met ons bezoekje hebben we een plaatselijke bijenzwerm kwaad gemaakt. Diverse mensen van ons gezelschap worden aangevallen. De bijen richten zich vooral op het haar en graven zich daar in om daarna te steken. De gids vindt dat we door moeten lopen omdat hij denkt dat we de geesten van zijn voorouders boos hebben gemaakt en dat ze daarom deze ´wachters´ op ons af hebben gestuurd.

Wat verderop komen we bij een oude bron. Hier en daar raapt de gids een opvallende steen op om ons ´historische werktuigen´ te laten zien. Hij leert ons dat de stenen gebruikt zijn als hamer of als houweel. We verdenken hem ervan maar wat te verzinnen, dus wij beginnen ook stenen op te rapen die volgens ons gebruikt zijn als stoomstrijkijzer en krultang. Als dank voor onze aandacht voor zijn volk zingt de gids voor ons enkele liedjes, wat Afrikaanse en een oud-Nederlands liedje. Daarna is het bijna donker en rukken de bijen weer op, dus moeten we maken dat we terugkomen op ons kampeerterrein. Daar zit Anna al klaar met het eten, dus we kunnen meteen aan tafel. Rijst met saus, groenteprutje, een stuk vlees en alles heerlijk gekruid. Gezamenlijk eten we in een grote kring in de keukenhut, waarna Ismael ons vraagt kort te vertellen wie we zijn en waarom we in Afrika zitten. We leren elkaar zo wat beter kennen en blijven nog een tijdje hangen in de keuken. De Khoisangids zoekt mij op om te vertellen dat hij ervan schrok dat er zich een leraar Nederlands in de groep bevond. Als hij dat eerder geweten had, zou hij het Nederlandse liedje niet hebben durven zingen. We raken in gesprek en hij schakelt halverwege over op het Afrikaans. Ik praat terug in het Nederlands en zonder al te veel moeite hebben we een leuk gesprek over zijn liefde voor het Afrikaans/Nederlands.

Kaap de Goede Hoop en onverwacht spectaculaire pinguïns

Om acht uur ´s ochtends zitten we aan het ontbijt. Een uitgebreid ontbijt met eieren, spek en worstjes. Waarschijnlijk is dit de laatste keer, dus ik neem het ervan. De ober die ons bedient noemt al het eten ´lekker-prima-heerlijk´ en vertelt ons dat hij houdt van Nederland. Tussendoor roept hij ook voortdurend: ´Sneijder-Robben´, en wéér moet het gesprek, net als gisteravond, over voetbal gaan. Hoe vaak ik ook voor aanvang van deze reis niet gehoord heb dat ik wel een beetje laat was om nu nog naar Zuid-Afrika te reizen... Ik zal het vanaf nu alleen nog melden als het onderwerp WK Voetbal een dag niet aan de orde komt!

Gisteren ben ik nog een interessant stuk Afrikanenlogica vergeten te vermelden. Het viel me al op in het vliegtuig van South African Airlines, maar ook gisteren in het restaurant zag ik dat ze hier geen cola light kennen. Iemand die cola bestelt, krijgt 0,33 liter en iemand die cola light bestelt, krijgt 0,2 liter gewone cola!

Het hoofddoel van vandaag is Kaap de Goede Hoop. Voor we daar aankomen, zullen we eerst een kolonie Afrikaanse pinguïns bezoeken. Buiten het hotel maken we kennis met onze eigen truck. Op wat bagageruimte boven je hoofd na, doet hij niks onder voor de truck van gisteren. Hij is lekker ruim van binnen en bevat zelfs een toeptafel voor klootzakken, ezelen, regenwormen en andere bezopen spelletjes. Redelijk comfortabel vervolgen we dus onze weg naar de pinguïns. Dat bezoekje vind ik nogal teleurstellend. Ik had wilde dieren verwacht, maar we belanden gewoon in een verkapte dierentuin, waar de beesten achter hekken elk hun eigen huisje hebben. Iets verderop, bij het strand, lijkt het er iets meer op, omdat de beesten hier vrij de zee in kunnen, maar het dierentuinidee blijft overheersen.

Onderweg naar de Kaap roept iemand ineens enthousiast: ´Daar! Een walvis!´ Iedereen is in rep en roer vanwege het eerste wilde dier dat we zien. De bus helt over naar links omdat iedereen naar de zee kijkt. Als we beter kijken, zien we dat het een boei is in de vorm van een walvissenstaart. Ik moet die Afrikanen nageven dat ze gevoel voor humor hebben!

We rijden door naar de Kaap waar we enkele uren de tijd krijgen om hem te verkennen. We trekken een sprintje naar boven om bij de vuurtoren van het uitzicht te genieten. We kijken uit over een oneindige watermassa: de plaats waar de Atlantische en de Indische Oceaan in elkaar overvloeien. Bovenop stormt het echter zo verschrikkelijk hard dat hoofddeksels en zelfs camera´s en horloges niet meer veilig zijn. Snel gaan we weer naar beneden, terwijl ik spijt krijg van het harde naar boven rennen. Beneden aangekomen maken we een korte lunchstop bij het restaurant op de parkeerplaats. Overal staan borden waarop staat dat je de bavianen niet mag voeren. Dat hadden we nog niet gekund al hadden we het graag gewild: de bavianen laten zich niet zien, of Zuid-Afrikanen zouden met ´baboon´ die vogel moeten bedoelen die brutaal de boterham uit mijn hand grist tijdens een goed uitgerekende duikvlucht.

Na de lunch is het tijd om als ware Vliegende Hollanders de Kaap te ronden: we beginnen aan het ´Kaap die Goeie Hoop Wandelpad´. Een ruig pad door de bergen brengt ons langs prachtige vergezichten over Kaap de Goede Hoop en de omringende bergen en zeeën. Het is een zware weg, maar de steile rotsformaties belonen het harde werken. Onderweg komen we ook struisvogels, mangoesten, impala´s, klipdassen en een antilope tegen. Na een wandeling van drie kwartier is het ons gelukt om de Kaap in de storm te ronden, waardoor het lot van Kapitein Van der Decken ons bespaard zal blijven: we hoeven niet te blijven dwalen tot het einde der tijden.

We keren terug naar Simon´s Town, waar we eerder die dag al doorheen zijn gereden. Voor het eerst slaan we onze tenten op om de nacht door te brengen. We dineren allemaal samen en eten pap met saus en vette koteletten met de structuur van kauwgom. Pap is een soort mamaliga, dus de saus is wel belangrijk om er enige smaak aan te geven. De echte verrassing komt na het eten. Als we in onze tent liggen, horen we plotseling vreemde geluiden. Het lijkt een soort ezelsgebalk, maar dan harder en agressiever. Tegelijk horen we dat er aan de tenten wordt getrokken. Leeuwen komen hier niet voor, dus voorzichtig stappen we één voor één de tent uit. We zijn omsingeld door wilde pinguïns, die hier blijkbaar toch leven! Door de agressieve geluiden vermoedden we dat ze aan het vechten zouden zijn, maar niets is minder waar! Het was... nou ja... zeg maar dat andere...

Eindelijk ogen!

Na een tussenstop van drie dagen in Nederland staat het volgende reisdoel alweer op het programma. Zoals altijd begin ik mijn reis zonder mezelf al te veel bekend te maken om ongestoord de mensen van wie ik vermoed dat ze tot mijn reisgezelschap zullen behoren te kunnen observeren.

Tijdens de vlucht van Schiphol naar Frankfurt komt er een man naast me zitten die alles filmt. Daarbij zegt hij als hij plaatsneemt: ´Ik zit hiero!´ Dat gecombineerd is voldoende reden voor mij om te hopen dat hij niet bij onze groep hoort. Ik zal nog tot Zuid-Afrika moeten wachten om erachter te komen dat die wens in elk geval uitkomt. Tijdens de tweede vlucht zit ik naast een man met minder armen dan gemiddeld. Gefascineerd bekijk ik hoe hij al die bakjes met vliegtuigvoedsel handig opent en naar binnen werkt met één hand. Zijn hoofdtelefoon opzetten kost duidelijk meer moeite, maar voor ik kan aanbieden hem te helpen, zit ook die op zijn plek.

De eerste halte in Zuid-Afrika is Johannesburg. In de rij voor de douane wordt me onvriendelijk gesommeerd mijn bril af te zetten. Dan mag ik op zoek naar een vrij loket. Een voor een ga ik ze blind allemaal af om te controleren of er iemand aan de balie zit. Waarom dit nodig is, is me niet duidelijk geworden. Op Schiphol is nadrukkelijk gezegd dat de bagage zou zijn doorgelabeld naar Kaapstad. Als ik echter al bijna door de security heen ben voor de volgende vlucht word ik tegengehouden door een grondpersoneelmannetje. Hij vertelt me dat ik mijn bagage had moeten ophalen in de ruimte waar ik nu niet meer naartoe kan. Voor de nodige steekpenningen wil hij me wel brengen. Met de man met het juiste pasje ontdek ik alle geheime gangen van het vliegveld van Johannesburg, tot ik weer in de bagagehal sta. Daar staat de gezagvoerder van Lufthansa al klaar met mijn bagage. Met de opmerking dat hij mijn schoenen mooi vindt, overhandigt hij me mijn spullen. Het grondpersoneelmannetje begeleidt me terug naar de security voor de volgende vlucht. Als ik hem vijf euro wil geven, klaagt hij dat hij daarvan niet eens de commissie kan betalen. Als ik het geld weer weg wil stoppen, bedenkt hij zich en neemt hij het toch snel aan. De vlucht naar Kaapstad kan eindelijk beginnen.

En daar staat een geweldige truck te wachten. Met een Camel-trophy gevoel bestijgen we de truck, om binnen meteen te horen dat dit niet de truck is waarmee wij de woestijnen gaan bedwingen. Hij is slechts geleend om ons naar ons hotel te brengen, omdat de originele in de garage staat. Dat is dus nog even afwachten.

Nadat we onze spullen gedropt hebben in het hotel, vertrekken we met z´n zessen naar het Waterfront, de haven met uitzicht op de Tafelberg. We zijn helaas te laat voor een excursie naar Robbeneiland. Wel zien we het gebouw dat in twee maanden tijd het bekendste gebouw van Afrika is geworden: het voetbalstadion. Ook al is dat WK voorbij, nog steeds domineert de vuvuzela het Zuid-Afrikaanse straatbeeld.

Dan begint ons eerste gezamenlijke etentje. De kaart ziet er op het eerste oog niet erg bijzonder uit. Iemand bestelt speciaal Afrikaans bier. Na een half uur krijgt hij een uitgeholde bowlingbal met een laagje stijfsel erin, waarvan het de bedoeling is dat hij wordt doorgegeven. Iedereen moet er een slokje van nemen. Het is niet te zuipen.

Zelf bestel ik impala en springbok om mijn exotische-diersoortenlijstje te kunnen uitbreiden. Iemand anders bestelt de geheimzinnige ´smiley´. Deze geluksvogel krijgt even later een gebakken schapenkop opgediend! Jaloers zit ik mijn gerookte springbok weg te werken. Tot het moment waarop iemand opgelaten uitroept dat er nog een oog in dat schaap zit. Als niemand zich aandient, ben ik natuurlijk bereid daarbij te helpen! Ik snij het oog los uit de kas en eet het op. Helaas verbetert je zicht niet van het eten van een schapenoog.

Tijdens het eten speelt een marimbaband gezellige Afrikaanse muziek, terwijl drie danseressen op de voorgrond staan te dansen op die muziek. Het dinerende publiek wordt zo nu en dan erbij getrokken om mee te doen. Een gezellige avond dus én drie nieuwe culinaire experimenten, waarvan één zeer spectaculair! Eindelijk een oog! Wie weet wat deze reis nog meer in petto gaat hebben op dit gebied!

Wat gebeurde er na de tiramisu?

Midden in de nacht word ik wakker. Ik voel me niet goed en besef dat het een traditie begint te worden dat ik ziek word op de laatste dag van een reis. Ik trek een sprintje naar het toilet waar de tiramisu in diverse vloeibare entiteiten en langs diverse kanalen mijn lichaam verlaat. Op zich wil ik jullie best allemaal sparen en de vieze praatjes voor me houden, ik ben de kwaadste niet. Het probleem dat zich dan echter zou voordoen, is dat ik vandaag niks overhoud om over te schrijven.

De volgende ochtend voel ik me gelukkig beter, maar word ik door Annekee naar hun kamer geroepen. Daar ligt Charlotte te creperen van de buikpijn. Vandaag is ons afscheid van Casa Sami en omdat niemand dat wil missen, wordt Charlotte gedrogeerd met Lily´s paardenmiddel.

In Casa Sami nemen we in een evaluerend gesprek de afgelopen weken door en we zijn erg blij met het verloop van alles. Alle twijfel van vorig jaar blijft weg en we besluiten het project komend jaar voort te zetten. Van de staf van Casa Sami krijgen we een klok met een foto van alle kinderen erop als afscheidscadeau. Hopelijk krijgt die een mooi plekje in de receptie van onze school. Van Ellen krijg ik een boek mee naar Nederland om Roemeens te leren, zodat ik me volgend jaar beter kan redden in Constanta.

Dan is het moment van het echte afscheid aangebroken. Knuffelend groeten we de kinderen voor de laatste keer. Iedereen vecht tegen zijn tranen, tot het moment waarop René in huilen uitbarst. Ondanks dat iedereen hierna snel volgt, levert dit een hilarisch moment op. Bogdan, de grote vriendelijke reus uit Casa Sami, de man die zijn stem nooit laat horen en bijna alles goedkeurt door een hoofdknik en wat schouderophalen, tikt René aan en zegt: ´Don´t cry René, be a man!´

De hele week verheugen we ons al op het zwembadfestijn waarmee we deze reis zouden gaan afsluiten. Het grote glijbanenpark wacht op ons. Charlotte en Lily blijven echter achter in ons huisje, omdat het met Charlotte nog steeds niet goed gaat. Nadat wij enkele banen geprobeerd hebben, komt Erik met het bericht dat hij zich niet goed voelt. Enkele ogenblikken later kwakt ook hij zijn maaginhoud over de tegels van het zwembad. Omdat wij erg benieuwd zijn waar we allemaal zo ziek van zijn, staan we er in een kringetje omheen te analyseren. Opvallend zijn vooral de stukjes nectarine die hij een uur daarvoor heeft gegeten. Dat kan de oorzaak niet zijn. We verlaten het zwmbad en komen buiten Lily en Charlotte tegen. Zij voelde zich ineens weer goed, maar zit nu weer op de grond. Lily moet haar best doen te voorkomen dat men een ambulance belt. Je bent immers liever een dagje langer ziek, dan dat je naar die gevangenis moet die ze hier ziekenhuis noemen. Ook om geen ongewenste medicijnen opgedrongen te krijgen, zorgen we dat we snel allemaal weer in ons huisje zitten.

Als we daar aankomen, beginnen ook Annekee en Tessa over te geven. De uitslag van Nienke heeft zich inmiddels via Annekees elleboog uitgebreid naar mijn voeten. Bijna iedereen die nog niet genoemd is, heeft last van diarree. Ons verblijf is veranderd in een ziekenboeg en we besluiten om voor het eten dan maar de zoveelste keer naar de McDonalds te gaan. Het is wel vette troep, maar we kunnen er in elk geval van opaan dat we daar geen voedselvergiftiging op zullen lopen. Bij terugkomst gaan de meesten vroeg naar bed. Enkele die-hards blijven op omdat Nienke om twaalf uur jarig zal zijn. We zouden dat eigenlijk in de Zwarte Zee vieren, maar door alle zieken kan dat helaas niet. Ook Lars wil bij de verjaardag zijn, maar zoekt vroegtijdig zijn bed op. Hij vraagt ons hem wakker te maken op het grote moment.

Om half twaalf duik ik de keuken in om een taart te fabriceren uit de schamele middelen die ik hier tot mijn beschikking heb. Michelle heeft de opdracht Nienke buiten te houden, dus ik kan rustig even knutselen. Wonder boven wonder wordt het nog best een aardige taart met een mooie 16 van chocoladebolletjes erop. Om twaalf uur vieren we een klein feestje. We proberen Lars erbij te halen, maar op onze boodschap dat Nienke jarig is, heeft hij in zijn slaap slechts één antwoord voor ons klaar: ´Wat een bullshit!´ Iets hardhandiger trekken we hem zijn bed uit, zodat hij mee kan zingen voor Nienke. Als hij weer naar bed is, besluiten we hem vanaf dan elk half uur wakker te maken en te doen alsof het de eerste keer is. De taart zetten we in de koelkast, zodat we daar de volgende ochtend met zijn allen van kunnen proeven.

Die volgende ochtend gaan we voor een laatste keer naar Mamaia om souvenirs te kopen. Lily en ik nemen nog een laatste shaworma voor we terugkeren naar ons huisje. Daar komt om kwart over twee de bus om ons naar het vliegveld te brengen. We komen daar veel te vroeg aan, waardoor we nog lang moeten wachten. In de rij voor het inchecken oefenen we wat we aan Roemeens geleerd hebben. Om ons heen zien we verwonderde gezichten als wij staan te brabbelen. We proberen ons in te denken hoe het zou zijn als buitenlanders op Schiphol dit in het Nederlands zouden doen. We begrijpen meteen de reacties van mensen om ons heen. Enkele leerlingen schakelen over op ´ammapula´ (dikke lul), wat reacties als ´That´s not a nice word´ uitlokt.

Via een vreselijk benauwde en vooral te kleine ruimte verlaten we het vliegveld om met hetzelfde vliegtuig als op de heenweg Roemenië te verlaten. Via Keulen rijden we terug naar school om midden in de nacht onze leerlingen met hun ouders te herenigen. We hebben weer een mooi stukje herinnering geschreven voor onszelf en voor de arme kinderen van Constanta.

Ik sluit hetzelfde af als vorig jaar: iedereen die dit weblog alleen volgde om de verhalen over Roemenië te lezen, raad ik nu aan zich af te melden aangezien er in de loop van de komende week de eerste verhalen over mijn reis naar zuidelijk Afrika te vinden zijn. Iedereen die daar wel in geïnteresseerd is, staat het natuurlijk vrij om geabonneerd te blijven op deze site!

Een week in één verhaal

Op zaterdag start het programma. Voor de kinderen betekent dat na het ontbijt bijbelstudie. Wij mogen gelukkig kiezen of we daarbij willen zijn of niet, dus ik sla even over. Ik ga met Ellen, Lily, Bogdan en de beheerder van het kampterrein naar de nabijgelegen stad om geld op te nemen en nog wat spullen in te slaan. Ineens wordt ons duidelijk waarom Ellen ons altijd aanraadt niet zelf te rijden in Roemenië: de beheerder aan het stuur heeft er duidelijk geen boodschap aan dat hij zijn wagen vol heeft met andere mensen. Rechts inhalend en eenrichtingsverkeer negerend scheuren we over de wegen. Het hoogtepunt van deze dodemansrit is een inhaalmanoeuve die er bijna voor zorgt dat onze leerlingen alleen terugkunnen. Op een gewone doorgaande weg schiet de terreinbeheerder de linkerbaan op om drie auto´s in te halen terwijl er gewoon een vrachtwagen aankomt op de linkerbaan. Ellen slaat een kruisteken en roept uit dat ze haar kleinkinderen nog wil zien opgroeien. Net voor we hem zouden raken, weet de coureur de rechterbaan weer te vinden.

We passeren zo´n vijftig banken voor we stoppen om te pinnen. Dan slaan we een paar badjes in voor in de tuin om toch nog een beetje te kunnen ´zwemmen´. We rijden naar een supermarkt voor frisdrank. Ook nu rijden we er tientallen voorbij voor we bij de supermarkt belanden die de beheerder goed genoeg vindt. We besluiten aanlenglimonade te kopen, maar ze hebben maar dertien flessen. Ellen wil er twaalf nemen om ongelukken te voorkomen, maar ik weet haar ervan te overtuigen gewoon voor dertien te gaan. Gelukkig betekent dat niks, want we komen na een nieuwe spannende rit aan op het kampterrein waar iedereen klaar zit voor flessenmeppertje. Deze hardhandige variant op krantenmeppertje bleek vorig jaar een succesformule voor urenlang plezier te zijn. Daarom hebben we hem in het programma voor dit jaar gehouden.

Verder zijn eigenlijk alle kampdagen hetzelfde ingericht. ´s Ochtends na het ontbijt worden de kamers geïnspecteerd en van punten voorzien. Vervolgens gaan de kinderen naar bijbelles. De meesten van ons zitten daar niet op te wachten, zodat we deze gelegenheid nemen om een uurtje vrij te nemen. Het programma zit zo vol dat we bijna geen moment voor onszelf hebben. Na de bijbelles doen we spelletjes met de kinderen, die bijna altijd op ongelukken uitlopen. Zeker ons waterballonnengevecht levert de nodige rode plekken en zelfs schrammen op. De eerste complete maaltijd dient zich aan om een uur, waarna iedereen verplicht moet gaan slapen. Natuurlijk werkt dit niet en René en ik zijn voornamelijk twee uur bezig met Burly, Adi en Ionuts in bed te krijgen en te houden.

Eigenlijk komen alle dagen van het kamp op hetzelfde neer. Vandaar dat ik er gewoon één lang verhaal over schrijf. Het eten is bijvoorbeeld samen te vatten in twee woorden: zuur of smaakloos. Er is geen dag dat ik de zoutpot niet royaal gebruik en alle groenten die we krijgen zijn zo verschrikkelijk zuur dat je ze niet in je mond kunt stoppen zonder je gezicht te verkrampen: de augurken zijn zuur, wat nog niet zo gek is, maar ook de tomaten zijn zuur en bovendien groen! Als we aangeven bij de kok dat we dat met de beste bedoelingen niet wegkrijgen, trakteert zij ons de rest van de week op zure, bruine bloemkool. Door de gerechten zelf vallen we van de ene verbazing in de andere. Het hoogtepunt vormt spaghetti met kaas en poedersuiker als nagerecht.

Dagelijks discussiëren we met de kinderen over uiteenlopende onderwerpen. We bespreken bijvoorbeeld met ze wat vriendschap betekent en wat ze later willen worden. Ze blijken dezelfde dromen te hebben als Nederlandse kinderen: zangeressen, dokters, politie-agenten en formule-1-coureurs. We zijn diep geroerd als we de liefste wens horen van Djelan, een buitengewoon agressief jongetje van zes: hij wil een fles bier voor zijn vader, want dan slaat die hem tenminste niet...

De samenwerking tussen de Nederlanders en de Roemenen verloopt dit jaar gelukkig vele malen beter dan het afgelopen jaar. We overleggen alles samen en spelen samen met de kinderen. Het cultuurverschil blijft er echter wel voor zorgen dat we van de ene in de andere verbazing vallen. Met name hun in onze ogen overdreven voorzichtigheid met de gezondheid doet ons soms achteroverslaan. Als het water in de badjes bijvoorbeeld te koud is, mogen de kinderen er niet in, uit angst voor een verkoudheid, ook al is het buiten dertig graden. Deze voorzichtigheid is wel te verklaren door middel van het feit dat de Roemeense staf hier hoofdelijk verantwoordelijk is voor de gezondheid van de kinderen met een gevangenisstraf als mogelijk resultaat. Als er eenmaal iemand ziek is, wordt er nogal snel naar de medicijnen gegrepen. Paracetamol wordt hier gezien als hét middel tegen verkoudheid, diarree, braken en alle andere kwaaltjes die je zou kunnen oplopen. Als ook dat middel niet blijkt te werken word je naar Dokter Kwakzalver gestuurd. Op het kampterrein woont namelijk een soort kruidenheks, die zich dokter laat noemen. Als Nienke zich met uitslag bij haar meldt, loopt de ´dokter´ enkele rondjes om haar heen en blijft peinzend zuchten. Als wij vertellen wat wij vermoeden, zegt ze dat we wel eens gelijk zouden kunnen hebben, waarna we de tip krijgen haar in te smeren met knoflook. We zoeken contact met Nederland, van waaruit we gelukkig betere oplossingen krijgen.

Twee keer wandelen we de bergen in. Op een vreselijk onweer na, blijft ook tijdens het kamp het weer goed, dus in de brandende zon wandelen we met voldoende ´suc´ (Roemeens voor frisdrank) naar boven, één keer om een groot kruis en één keer om een mijn te bezichtigen. Bij het kruis blijkt een belangrijke, rijke inwoner van het dorp begraven te liggen en bij de mijn krijgen we onverwacht een korte rondleiding door een mijnwerker die net even boven de grond komt kijken. Het ziet er allemaal nogal aftands en gevaarlijk uit, waardoor al snel de vraag wordt gesteld hoeveel mensen hier in de loop van de tijd het leven hebben gelaten. De man beweert dat dat er in het ruim honderdjarig bestaan van de mijn slechts één was, wat wij maar moeilijk kunnen geloven.

Een van onze uitstapjes is een picknick in de plaatselijke speeltuin. Omdat wij onszelf hebben aangewend om in woorden die de kinderen zouden kunnen herkennen, terwijl dat niet de bedoeling is, de eerste letter te vervangen door een H, is het woord hiknik inmiddels een begrip geworden. Deze hiknik is een verrassing voor de kinderen, waardoor het één van de verboden woorden is. De bedoeling was om gezellig chips te eten en suc te drinken, maar de gehele speeltuin wordt min of meer geterroriseerd door onze kinderen. Alle speeltoestellen worden meteen ingenomen, waardoor er geen ruimte meer is voor de plaatselijke jeugd. Als we zien dat Alexandru en Burly op vrij hardhandige wijze tikkertje spelen met vreemde kinderen, maken we maar snel dat we op het kampterrein terugkomen.

Dragos leert ons in de loop van de week enkele leuke spellen, waarvan ik zare zare vre hostazj (min of meer fonetisch geschreven) het leukste vind. Het betekent zoiets als land, land, ik wil een soldaat en komt neer op een spel waarbij je met een aanloop moet proberen door twee anderen heen te beuken die proberen te tegen te houden met hun armen. Hostazj is voor ons een nogal moeilijk woord om uit te spreken, waardoor het bij ons meestal klinkt als moustache. De kinderen lachen elke keer als wij om een snor vragen in plaats van een soldaat.

Na de laatste kampdag pakken we de spullen in en stappen we in de bus. In een uur of vijf rijden we terug naar Casa Sami. Veel langer had de rit niet moeten duren, want de eerste kotsers hebben hun zakjes al gevuld. Wij gaan als een speer door naar Mamaia, om na een week Roemeense kost eindelijk weer normaal te eten. We gaan terug naar het restaurant waar we goede ervaringen hebben opgedaan. Helaas is ook hier de bediening ineens slecht. Ook het eten smaakt ons niet echt. Zelfs de gerechten die vorige week nog lekker waren, zijn nu smaakloos. Zelf heb ik een pizza die zó pittig is dat ik spontaan de hik krijg en de tranen me in de ogen schieten. Als iedereen denkt dat ik me aanstel, gaat de pizza rond en langzaam maar zeker verspreidt het vuur zich. Alleen Tessa eet de pizza rustig op zonder een rimpel in haar gezicht te vertonen. De rest heeft voorlopig zijn smaakpapillen uitgeschakeld. Op de overheerlijke brownies na, vormen de toetjes vandaag het dieptepunt. De meesten nemen gefrituurd ijs, wat de meesten ook laten staan. Charlotte en Erik nemen de tiramisu die vorige week erg goed was. Vandaag is hij echt vies, wat ook door de hele tafel getest en beaamd wordt. Dat het eten niet alleen vies is, blijkt morgen: dit blijkt een etentje dat we ons nog lang zullen heugen!

Aankomst op het kampterrein

Op vrijdag breekt het moment aan waarvoor we eigenlijk hier zijn gekomen. Acht uur moeten we in Casa Sami zijn omdat dan de bus zal vertrekken naar Monteoru, een plaatsje in de bergen waar we de komende week op kamp gaan met de kleintjes. De helft van ons lukt het om op tijd te zijn, maar de andere helft wordt geweigerd door de Maxi Taxi, waardoor we een kwartier te laat vertrekken. In de bus gedragen de Roemeense kinderen zich heel netjes, en wordt de rust alleen verbroken door de Nederlanders. Erik heeft de zwakke plek van Charlotte gevonden en eigenlijk is vanaf dat moment alleen het zeggen van koetjiekoetjie al genoeg om Charlotte ineen te doen krimpen. Daar heeft Alex een mooie foto van gemaakt, hopelijk krijg ik die nog om op deze site te zetten.

Na een ontbijtpauze en ruim drie uur in de bus komen we aan op een mooi terrein dat nog het meeste wegheeft van een oud klooster. Het blijken oude villa´s te zijn die na het overlijden van de eigenaars zijn overgenomen door de staat. Nu staan ze hier nog onder de noemer ´historisch monument´ in verval te raken. Wij hebben mooie kamers met goede bedden, alleen het doortrekken van de toiletten wil niet in elke kamer even goed lukken.

Een voordeel van dit terrein is dat we, in tegenstelling tot vorig jaar, niet zelf hoeven te koken. We merken gelijk dat we hier dagelijks volgepropt zullen worden met een typisch Roemeens dagmenu: uitgebreid ontbijt, drie gangen in de middag en twee gangen in de avond. Het nagerecht van onze lunch bestaat vandaag uit een perzik die nog lang niet rijp is. De binnenkant is nog helemaal groen. Ik laat hem na één hapje liggen, maar ik zie dat de meesten hem al op hebben, omdat ze denken dat het gewoon een heel zure appel is.
Een wandeling over het terrein leert ons dat er geen zwembad is. Dat is een tegenvaller na vorig jaar, toen we uitgebreid konden zwemmen in de vreselijke hitte. We gaan dus een eindje het dorp in om te zien of daar een zwembad is. Dat vinden we al snel, maar het water in dat bad is zo verschrikkelijk smerig dat de poep in de hoeken drijft. Daar willen we zelfs de straatkinderen met de weerstand van een olifant niet in laten ronddobberen. We vinden ook een speeltuin, waar Dragos mij probeert te verleiden tot een ritje op de schommelbank. Hij kijkt daarbij zo verliefd dat ik deze kans maar even aan mij voorbij laat gaan. We verlaten de speeltuin met een missie: het vinden van een zwemgelegenheid. We lopen over een markt met opblaasbaar waterspeelgoed, maar het grootste badje is ongeveer een meter van doorsnee. Het riviertje dat we vervolgens vinden, blijkt de alternatieve riolering van een nabijgelegen camping te zijn, wat ook niet echt uitnodigt om erin te springen.

´s Avonds bij het diner is het al direct prijs: het typisch Roemeense gerecht mamaliga wordt opgediend. Ik weet hoe flauw deze maissmurrie is, dus ik ben benieuwd naar de gezichten. Het valt mee, maar de zure room en de kaas die erbij worden geserveerd zijn zo zuur dat het toch nog de nodige verwrongen gezichten oplevert. Het eigenlijke programma start morgen pas, dus na het avondeten is iedereen vrij om te doen wat hij of zij wil doen. Hoogtepunt van de avond wordt de worstelwedstrijd tussen Lars en Lily, waarbij de rest joelend om de ring heen zit. Het is niet bepaald een wedstrijd zoals die tussen René en Erik, en blijft onbeslist, ook al heeft Lily na de wedstrijd een pleister nodig.

In de meeste kamers is het tegen de nacht snel rustig. In de kamer van René en mij is dat een heel ander verhaal. Wij liggen gezellig bij Burly, die van geen uitrusten weet. Hij blijft door de kamer rennen, bellenblazen en probeert door het raam te ontsnappen. Uiteindelijk slepen we hem maar naar de kamer van Bogdan, omdat hij ze tenminste in hun eigen taal kan aanspreken en wij worden uitgelachen om elke poging die we daartoe doen.

Bananananana

Op donderdag gaan we opnieuw naar Casa Sami. Morgen gaan we op kamp en daarvoor moeten nog de nodige zaken voorbereid worden. We zetten alle spullen klaar, gaan boodschappen doen, kopen schoenen voor de kinderen en halen het magazijn leeg om de kinderen de komende dagen van kleren te kunnen voorzien.

Tussen de middag eten we spaghetti in het kantoortje, terwijl we de laatste zaken bespreken. Als iedereen daarna nog zijn e-mail heeft bekeken, maken we twee groepen. De helft wil namelijk naar het strand, de rest wil naar het winkelcentrum. Ik loop mee naar het winkelcentrum, dat ik al kende van vorig jaar. Op zoek naar cowboyhoeden struinen Erik en ik rechtstreeks naar de McDonalds om onder het genot van een cola te wachten tot de dames zijn uitgewinkeld. Onderweg komt er een kind langs op een bestuurbare dinosaurus. Precies op de afgesproken tijd zien we Lily de roltrap opkomen. Ze ziet ons, zwaait even, en neemt de roltrap terug naar beneden om weer in de kelder te verdwijnen.

We komen uiteindelijk samen op het strand, waar vandaag de interessantste dingen gebeuren. In de zee probeert Erik René te verrassen met een aanval in de rug. René (15 jaar) laat echter direct merken hier niet van gediend te zijn en laat Erik (18 jaar) alle hoeken van de Zwarte Zee zien. René is op dreef en terug op het strand gooit hij een slak in Michelles mond en scheldt hij iedereen die het maar horen wilt uit voor pikhaar. Terwijl Lars in zijn slaap zijn hele badlaken onderkwijlt, wordt Nienkes tas betast door een naakt, klein jongetje, waardoor Annekee enthousiast uitroept: ´Kijk eens wat een schattig piemeltje!´

Nadat René zijn angsten overwonnen heeft door zich met een elastiek een paar meter de lucht in te laten schieten, gaan we eindelijk allemaal de Roemeense shaworma uitproberen. We eten ons helemaal vol aan de wrap gevuld met friet, kip, saus en groenten. We besluiten nog de kabelbaan over Mamaia te nemen, en genieten van het uitzicht over Mamaia, het meer van Constanta en de Zwarte Zee. Als we over het zwemparadijs heengaan, besluiten we unaniem dat we daar op de laatste dag allemaal heen zullen gaan. Als we terugkeren bij het beginpunt keren we terug naar huis om onze spullen te pakken: morgen gaan we op kamp!

Het monster van Constanta

Het is inmiddels woensdag. We gaan vandaag op bezoek bij de arme gezinnen en maken een rit langs de plekken waar veel straatjongens hun dagen slijten. We beginnen onze tour bij de supermarkt om veel snoep en fruit in te slaan voor de arme kinderen.

We wandelen binnen bij Bobus en Burly waar net een stuk plafond naar beneden is gekomen door het noodweer van vorige week. Nadat we hier eten hebben uitgedeeld steken we in de hitte het spoor over. De voorspelde regen blijft tot nu toe uit en het is weer gewoon 35 graden en het zweet loopt langs onze lijven. We betreden het straatje dat Ellen het Centerparcs-laantje noemt. We bezoeken de familie Ciriac en het gezin van Alex, Alexandra en André. Hier laten we nog wat extra geld achter omdat ze nog geen sneetje brood meer op de plank hebben liggen. Tijd voor de moeilijker begaanbare wegen. Onder grote buizen door (te zien op de foto's) bereiken we de huizen die direct aan een afgrond staan. Het zandpad dat ernaast ligt, is nu mooi opgedroogd, maar als het regent kunnen deze mensen nergens heen, omdat het pad te glad is. Als afsluiting van het eerste deel wandelen we langs het huis waar wij vorig jaar ramen in hebben laten zetten, omdat er nooit licht binnenkwam. Ook hier delen we snoep uit, terwijl Charlotte met de hond en de kinderen speelt.

De weg gaat verder per bus. We rijden eerst naar het ziekenhuis, waar we fruit en frisdrank kopen voor wat straatjongens die hier een verblijf hebben geproduceerd van wat oude dekens en matrassen. We vervolgens onze weg naar Tomis 3, waar Eriks hart al sneller begint te kloppen. Vorig jaar ontmoetten we hier Jana, die smoorverliefd op hem werd. Helaas lopen we haar mis. Ze is hier de hele dag geweest, maar ineens was ze weg. Erik is zo teleurgesteld dat hij spontaan een bloedneus krijgt. Direct maakt hij nieuwe vrienden: uit een winkel komt een bakkersvrouw naar buiten gesneld om hem te helpen. Hij moet gaan zitten met een vinger in de lucht en krijgt een broodje. Wij snappen niet wat het nut van deze methode is, maar als hij even zijn vinger omlaag doet, beveelt de eerste de beste voorbijganger hem zijn vinger weer in de lucht te steken. Blijkbaar is dit een typisch Roemeense remedie tegen bloedneuzen. In de tussentijd zien wij voor het eerst een straatjongen met de beruchte lijmzak, wat net als vorig jaar, behoorlijk wat indruk maakt.

De laatste etappe is een kraakpand. Hier wonen enkele bekenden uit Keye Dobrega, die hier een gezellig kamertje hebben ingericht. De eigenaar van het huis weet ervan en ze hoeven er geen huur te betalen. Na dit laatste bezoekje vluchten we de verkoeling van het winkelcentrum in om een hapje te eten en even te relaxen. Na dit uitstapje vertrekken we naar Mamaia om de rest van de dag aan het strand te liggen. In de Zwarte Zee schrikken we ons dood: plotseling komt het monster van Constanta boven water. We willen vluchten, maar gelukkig komen we er net op tijd achter dat het Michelle is. Als Annekee gebeten wordt door een eng beest, vluchten we allemaal maar naar het strand om daar enge testjes te doen. Dat blijkt erbij te horen, want ook vorig jaar moesten we ons daar doorheen bijten.

We gaan eten bij de buren van het restaurant van gisteren (voor insiders: dat met die enorme brownies!) en eten deze avond wel erg goed. Helaas wordt het eten af en toe luidruchtig onderbroken door dansers die op keiharde muziek staan te schooien. Na hun dansjes komen ze de mannen uit onze groep verwennen met wat rokkengezwaai om de oren. Erik trapt erin en betaalt de dame. Gelukkig zegt hij deze keer geen dankjewel in plaats van alsjeblieft! (http://ruud81.reismee.nl/reisverhaal/27971/erger-je-niet-maar-verbaas-je/) Helaas komt er ook nog een clown opdagen die ons van het eten afhoudt, waardoor ik een tijdlang geestelijk afhaak.

Na een gezellig avondje keren we terug in ons huisje. Morgen gaan we in Casa Sami alles klaarzetten voor het kamp. Vrijdag zullen we vertrekken naar de bergen met de jonge kinderen. Een tijd lang zullen jullie niks horen, want waarschijnlijk hebben we daar geen beschikking over een internetverbinding!