Het kamp - Part II

Vrijdagmorgen beginnen we na het ontbijt met een wandeling. We gaan op zoek naar een waterval die in de buurt moet liggen. Al snel komen we bij een flinke stroomversnelling, en de kleine kinderen roepen al snel uit Oeeeee! Cascade! Gelukkig zijn ze hier al tevreden mee, want de grote verwachte waterval blijft uit. Afgelopen lente is er zo veel smeltwater uit de bergen naar beneden gekomen, dat er in het gebied veel vernield is. Ook de waterval is op die manier aan zijn einde gekomen.

Omdat de kleinsten moe zijn en het erg heet is, draaien we op een gegeven moment om. Joep probeert, in zijn rol van gisteravond, nog even over het water te lopen, maar dat mislukt. Waarschijnlijk gewoon een kwestie van concentratie. Teleurgesteld lopen we terug naar het kampterrein.

Na de lunch is het tijd voor het middagdutje van de kinderen. Onze leerlingen maken van de gelegenheid gebruik om het riviertje te gaan verkennen en lopen erdoorheen. Wouter is de enige die helemaal onder water durft. Als ze terugkomen, daagt hij mij uit om morgen ook mee onder water te gaan. Natuurlijk zeg ik koelbloedig ja, maar ik zie daar nu al tegenop. Ik heb dan wel in de Noordelijke IJszee gezwommen, maar om nu te zeggen dat dat een aangename ervaring was... Na het middagdutje is het tijd voor het ballonnenfestijn! Dat dachten we tenminste. Er worden regels bedacht die vervolgens op vier verschillende manieren door iedereen worden uitgelegd, en niemand snapt er nog iets van. Het enige wat iedereen wil is natuurlijk gewoon gooien. Dat gebeurt uiteindelijk ook, maar er zijn zo weinig ballonnen, dat dat niet erg lang duurt. Bogdan drukt er een paar achterover om Ramona en Lori op een onverwacht moment nat te maken. Als Tom de tuinslang aansluit, is het waterfeest alsnog compleet.

Na het diner is er eerst de dagelijkse evaluatie met het hele team: wij en de Roemeense staf. Daarin is zo weinig te bespreken dat het al snel omslaat in een klapspelletje met z´n allen. Daarna krijgen we dansles. Dat hadden we gistermorgen ook, maar toen ben ik het gewoon vergeten te vertellen. Enthousiast begin ik mee te doen, maar de instructrice beweegt zo ongelooflijk uit de maat dat ik daar ook snel weer mee ophoud. Met Sophie, Joep en Amber speel ik wat potjes Ligretto, een kaartspel dat hier nogal populair is. Het is een soort aftreksel van Skip-Bo, en gaat alleen wat sneller dan dat spel en valsspelen door je tegenstanders is absoluut niet te controleren.

Als de kinderen slapen, bouwen we een kampvuurtje. Dat wil zeggen: we doen een leuke poging, want al het hout is nat en we vinden alleen twee aanstekers die bijna leeg zijn. Gelukkig wandelt er op het terrein een soort conciërge rond. Hij wil natuurlijk graag helpen om het vuur aan te maken, zodat we nog even met z´n allen lekker warm kunnen napraten.

Pipi? Noe, kaka!

Woensdag beginnen we aan een busreis van tien uur naar Sibiu, waar we een week op kamp gaan met de straatkinderen. In de bus kijken we achtereenvolgens Ice Age I, Ice Age II en Ice Age III. Omdat we daarna nog steeds niet op onze bestemming zijn, kijken we Ice Age III twee keer achter elkaar. Bij een wegrestaurant mogen we de kinderen zelfs tegen betaling niet laten plassen. Na een dreigement dit te zullen schrijven aan een krant, laten we alle kinderen gewoon achter het restaurant plassen.

We trekken steeds verder de bergen in. Die bergen worden ook steeds hoger en mooier en ze omsluiten grote meren en een snelstromende bergrivier. Na het aanschouwen van wat live straatprostitutie, passeren we een dorpje. Hier worden we geconfronteerd met een bijzondere groep tegenliggers. Een voor een komen tientallen koeien ons tegemoet. De koeien weten de weg naar huis zelf en lopen dus zonder begeleiding door de straten. Tegen half negen arriveren we eindelijk op het kampterrein, waar we gelukkig meteen aan tafel kunnen. Na het eten richten we de kamers in. De kinderen gaan slapen en wij gaan nog wat buiten zitten. Silvie gaat wel alvast naar bed en ligt als enige op die kamer te slapen. Joep wil haar laten schrikken en zegt tegen de muur op te lopen naar het raam van de eerste verdieping om daar op te slaan. Hij neemt een aanloop en... loopt inderdaad tegen de muur op.

Het blijft donderdag niet bij die brokken. Achtereenvolgens wordt bijna iedereen van onze groep uitgeschakeld. Daniëlle voetbalt, ondanks herhaaldelijk waarschuwen, op haar blote voeten, trapt op een steen en haar hele voet ligt open. Joep krijgt vanzelf hoofdpijn, wat waarschijnlijk een restant is van de klap van gisteren. Rick valt op zijn elleboog waar daarna een gat in zit, Wouter schaaft zijn hele been open in een val en Silvie wordt door een overdreven service van Dragos bij het volleyballen van de baan afgekegeld. De dokter van het kampterrein heeft het vandaag maar druk met ons.

We voetballen, volleyen, kaarten en proberen hagedissen te vangen. Rick vangt er een bij de staart. De hagedis laat de staart los en het ding ligt nog geruime tijd in Ricks hand te kronkelen. Natuurlijk spelen we ook het bekende kamp-beukspel zare zare vrai hostazj (of zoiets) en allerlei andere spelletjes.

We zien dat de kinderen hier niet gewend zijn aan sanitaire voorzieningen. Costi staat keurig in de toiletpot te plassen, maar doet dat wel vanaf anderhalve meter afstand. Als hij gaat douchen, heeft hij alle shampoo al gebruikt voor het water loopt en zijn kleren uit zijn. Later op de avond zit Elvis op het toilet, maar Costi wil naar binnen om zijn tanden te poetsen. Ik zeg tegen Costi in mijn beste Roemeens waarom hij niet naar de badkamer kan: Noe, Elvis pipi! De deur zwaait open en Elvis staat met zijn broek op zijn enkels in de deuropening: Noe! Kaka!

Met veel moeite krijgen we de kinderen in bed. We maken een kampvuurtje waar we met de Nederlanders en Dragos nog een tijdje bij gaan zitten. Rick en Dragos raken met elkaar in gesprek over het geloof. Het blijkt precies hetzelfde gesprek te zijn als ik vorig jaar met Dragos heb gehad. Hij kan niet eens geloven dat er mensen bestaan die niet in god geloven. Ik ben blij dat mij deze discussie dit jaar bespaard blijft. Tussen Joep en mij ontstaat ook een interessante dialoog. Met een slecht Limburgs accent spelen we dat ik god ben en hij Jezus. We improviseren een mooie sketch bij elkaar en krijgen zo de lachers op onze hand. Als we willen gaan slapen, komen we tot de conclusie dat het vuur te groot is om met z´n allen uit te plassen, dus putten we maar uit de rivier die langs het kampterrein loopt om het kampvuur te doven.

Tiramisu, the sequel

Dinsdagmorgen lig ik in bed te wachten op Wouters stoomboot. Deze keer is hij echter vergeten om het geluid van zijn telefoon aan te zetten, waardoor we, wat later dan de bedoeling was, gewekt worden door de rest van de groep. Na het ontbijt nemen we de Maxi Taxi naar een nieuwe dag in Casa Sami. Alle straatkinderen blijven vragen naar René en Erik en zijn zichtbaar teleurgesteld dat zij er niet bij zijn. Veel kinderen denken ook dat Joep René is, wat hem de bijnaam reneïncarnatie oplevert.

Vandaag worden de laatste dingen voor het kamp in orde gemaakt. ´s Ochtends zijn, zoals gebruikelijk, de straattieners in Casa Sami. Er ontstaat een enorm watergevecht. Daarbij wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de handen, omdat we maar één waterballon hebben. Een van de straattieners heeft echter een idee en komt even later met een condoom aanzetten. Hij hangt het condoom aan de kraan, laat er een litertje of tien inlopen en gebruikt dit vervolgens maar als ballon. Als je ziet hoeveel kinderen er in die arme gezinnen geboren worden, zouden ze die condooms beter voor andere dingen gebruiken.

Na het eten staan Alin en Alina aan de poort. Zij zijn de kinderen uit het vorige verhaal, die rozen moeten verkopen en niet meer naar Casa Sami mogen komen. Onze leerlingen gaan uit zichzelf koekjes kopen voor deze twee en zeggen hen dat ze de koekjes op moeten eten voor ze terug naar huis gaan. Ze schrokken. Dan komen de andere kinderen uit Casa Sami met ijsjes. We nemen Alin en Alina mee naar de winkel om ook voor hen ijsjes te kopen. We zijn inmiddels gewend aan de mensen die ons vuil aankijken omdat wij ons iets aantrekken van het lot van deze kinderen. De meeste Roemenen kijken trouwens nogal kwaad en ontevreden als je een gemiddelde Maxi Taxi observeert.

De kinderen worden vandaag iets vroeger naar huis gestuurd, omdat we morgen met iedereen op kamp gaan. Rick en Wouter poetsen de badkamer nog even, waarna we op weg gaan naar Mamaia. Daar nemen we plaats op het strand en even later ook in de koude zee. We zien in de zee van die grote bananen rondvaren en besluiten er ook een te huren. Rick blijft aan de kant om alles op beeld vast te leggen en met z´n negenen stuiven we de Zwarte Zee op. Al snel liggen we daar ook allemaal in en begint de zware opdracht om weer terug op dat ding te komen. Met wat hulp komen uiteindelijk ook Amber, Joep en ik erop en we schieten weer verder. We krijgen de truc door en meedeinend naar links en rechts trotseren we de zee. Na een vuile schijnbeweging vallen we er nog één keer af, maar de rest van de rit blijven we ongedeerd in het zadel.

We keren die avond terug naar La Balansoar, omdat het eten er goed was en omdat we daar gisteren zo veel lol hebben gehad. De ober herkent ons van het tiramisufestijn en brengt nu al een extra bak servetjes. Tom, Wouter, Rick en ik bestellen de vleestoren: zeven soorten vlees voor vier personen tot een imposante toren gestapeld. Op het plaatje dan. In werkelijkheid was het wat minder spectaculair maar toch erg lekker. In ons gesprek gebruiken we expres vaak het woord tiramisu en elke keer begint de ober te lachen. De rest van het personeel ziet het allemaal niet zo zitten en draait steeds de muziek een beetje harder om geen last van ons te hebben. Na het hoofdgerecht bestellen we een toetje. Wederom willen de meesten tiramisu. Deze keer wordt die keurig opgegeten. De ober brengt er alleen nog eentje extra. Tja. Wat moeten we daar dan mee? Na loting blijkt dat Wouter en Amber de sigaar zijn. We tellen tot drie en zij wrijven elkaars gezichten in met de overgebleven tiramisu. Meteen is de ober weer behulpzaam met servetjes. We bestellen nog een cocktail om een gezellige avond af te sluiten. Daarna kruipen we vroeg ons bed in, om te slapen nu het nog kan...

Doopfeest in Constanta

Maandagmorgen word ik wakker van een vreemd geluid. Het lijkt wel een soort stoomboot. Ik kleed me aan en wil buiten poolshoogte gaan nemen. Als ik in de keuken sta, lijkt het geluid gewoon uit onze kamer te komen. In onze kamer teruggekomen, vind ik de stoomboot: het is de wekker van Wouter waar hij zelf doorheen ligt te slapen.

We hebben een betere methode gevonden om de kakkerlakken te bestrijden: we leggen ze nu gewoon op hun rug, waardoor ze niks meer kunnen. Verspreid door ons hele huis liggen de beestjes te wachten tot we ze volgende week weer bevrijden. Tijdens het ontbijt introduceert Sophie het melkshotje, waardoor we er voor vandaag weer tegenaan kunnen.

Vandaag worden we meteen op iets bijzonders getrakteerd. Een van de allerjongste kinderen, het broertje van Ionela, wordt vandaag gedoopt. We weten niet wat ons overkomt! We komen binnen in een prachtige kerk, vol met schilderingen en zeer gedetailleerd houtsnijwerk. Terwijl we wachten wordt de doopvont gevuld met gewoon bronwater uit flessen.

We hebben het gevoel dat er iets groots staat te gebeuren. We verwachten eigenlijk elk moment showmuziek, en een pastoor die naar beneden komt over een showtrap die tevoorschijn komt doordat het houtsnijwerk uit elkaar schuift. In afwachting daarvan vragen we ons af waarom er zo veel camera´s zijn in de kerk. Een onbekende vrouw vraagt mij wat wij hier doen. Als ik haar kort vertel wat onze taak is, trekt ze me naar buiten. Voor de kerk word ik voor een camera gegooid en maak ik mijn debuut op de Roemeense televisie. In een interview mag ik vertellen wat onze motivatie is om in Roemenië zwerfkinderen te komen helpen.

De camera´s blijken een documentaire te maken over de doop van een straatkind. Het hele festijn is gefinancierd door het Rode Kruis. En dat zullen we weten ook. De moeder van de baby wordt meteen aan de kant gezet. Een Rode-Kruisvrijwilligster pakt het kind af en speelt vanaf dan moeder. Helemaal opgedirkt voor het festijn wordt zij omgeven door andere mensen die het kind helemaal niet kennen. Het geeft erg het gevoel dat al deze mensen hier alleen maar staan om voor de camera te laten zien dat zij het geld bijeen hebben gebracht om dit kind te dopen.

Dan gebeurt eindelijk waarop we wachtten: met een knal beginnen de kroonluchters te branden. De showtrap blijft uit, maar de pastoor komt zingend uit zijn kleedkamer, vergezeld van vier backing vocals. Hij blijft maar zingen en zegent ondertussen het bronwater met zijn handen en met zijn neus. De Rode-Kruisvrouw heeft het kind nog steeds vast en de moeder is in geen velden of wegen te bekennen. Het kind laat zijn ongenoegen hierover blijken door aan één stuk door te huilen.

Het grote moment is daar. De pastoor pakt het kind onder de okseltjes en begint de baby te soppen in de doopvont. Na het kind enkele keren onder water geduwd te hebben, geeft hij het terug aan de Rode-Kruisvrouw. Dan gaan ze samen rondjes dansen om de doopvont: de vrouw, haar dochter, de burgemeester, de pastoor en een meisje dat vrijwilliger is bij het Rode Kruis. De pastoor neemt de baby daarna mee naar zijn kleedkamer, waar verder niemand mag komen. Natuurlijk beginnen al snel de grappen over priesters en kleine jongetjes...

Na het doopfeest gaan we naar Casa Sami, waar de leerlingen voor het eerst kennis maken met de straatkinderen. Natuurlijk staan Alex en Burley, de druktemakers vooraan om zich voor te stellen. We eten de voor mij inmiddels bekende aardappelsoep, waarna we naamkaartjes gaan knutselen, zodat de kinderen onze namen makkelijk kunnen leren. Zelf proberen ze daar zo goed mogelijk bij te helpen, maar als Erdal Eradl op zijn eigen kaartje schrijft, heeft hij al snel de bijnaam Eraddel voor zichzelf veroorzaakt.

Later in de middag gaan we weer naar Mamaia. We lopen langs het strand en door de zee, op weg naar de boulevard. Daar gaan we op zoek naar een restaurant. We komen uit bij La Balansoar, jawel, het bekende etablissement met de schommelbanken! Ja, die met die ober die op Jan Smit lijkt. Al snel staat Alina aan onze tafel. Dit arme kind moet van haar ouders rozen verkopen in Mamaia. Van haar vader mag ze niet meer in Casa Sami komen. Ze vraagt of we meegaan op kamp, om ons vervolgens teleurgesteld te vertellen dat zij niet meemag. Omdat we weten dat rozen kopen haar niet helpt, kopen we niets, ook al is dat moeilijk voor ons gevoel van medelijden. Ondanks deze domper op de avond eten we hier prima, en bestellen nog toetjes. Ongeveer de helft van ons bestelt tiramisu. Tom en Daniëlle smeren de toetjes totaal in elkaars gezichten uit, in plaats van ze op te eten. De obers weten niet of ze nu moeten lachen of niet, maar stiekem vinden ze het erg leuk en komen ze extra servetjes brengen. Na nog een lange serie bezoeken aan winkeltjes gaan we, secuur alle clowns ontwijkend terug naar de Maxi Taxi om daarmee huiswaarts te keren.

Aankomst in Constanta

Zoals elk jaar begint onze reis officieel op het vliegveld Keulen-Bonn. Aan de incheckbalie blijkt dat German Wings onze bagageaanvraag verkeerd heeft verwerkt, waardoor we 200 euro moeten bijbetalen om onze spullen mee te mogen nemen. Na dit eerste pijnlijke verlies gaan we, traditioneel, naar de Starbucks om ons te goed te doen aan frappucino´s. Voor we het vliegtuig ingaan, bezoeken we allemaal nog snel het toilet. Op het herentoilet treffen we een bijzondere automaat aan, waar je niet alleen condooms uit kunt halen, maar ook diverse sextoys voor de vrouw, zoals orientalischer Lustfingers en Toyboys.

In het vliegtuig genieten we van Silvies vliegangst, die haar hoogtepunt bereikt als het vliegtuig met een harde klap de grond raakt. Zelf zit ik tot die tijd een reistijdschrift te lezen, waarin een pagina staat met een reclame met schaars tot niet geklede dames. Er wordt gesuggereerd dat ik een Playboy lees met de kaft van een reistijdschrift om Ramona te misleiden.

Dan komt de tweede tegenvaller. In Roemenië is het rotweer! Het regent hard en voortdurend. Niks geen verwachte 34 graden... vijftien hooguit! Ellen staat zoals gewoonlijk klaar om ons te ontvangen. Snel laden we onze bagage in de bussen en we vertrekken naar Constanta. We maken een jongens- en een meisjesbus. In de meisjesbus is het rustig en slaapt iedereen, in de jongensbus overheerst de hilariteit, met name door Marins pogingen om Nederlands te praten. Er komt niet veel meer uit dan klootzak, diarree en dikke lul en hij bezweert ons dat we hem ons leven lang zullen onthouden: You will remember me forever! Met name Rick bevestigt dit steeds.

Met Ellen praat ik uitgebreid bij over Casa Sami en de kinderen die er komen. Er is weer veel veranderd. Er zijn nieuwe kinderen en andere zijn, voor mij onverwacht, verdwenen. We spreken het programma door. Omdat Casa Sami in het weekend tegenwoordig helemaal dicht is, hebben we zondag helemaal vrij om te acclimatiseren. Dat betekent dit jaar alleen maar dat we moeten leren leven met hondenweer. Tussen neus en lippen door wijst Ellen ons op de hoertjes die langs de weg tippelen, terwijl ze zich warmen aan grote benzinevuren.

In ons huisje bij Mamma Mia bespreken we kort het programma van de komende twee weken. Voor we daarna kunnen gaan slapen, moeten we het huisje ontdoen van kakkerlakken, die hier nogal wat rondkruipen. Uiteindelijk besluiten we ze gewoon uit het raam naar beneden te gooien, want dat is de snelste manier om van ze af te komen. Dat Amber, Sophie en Ramona beneden slapen, is natuurlijk bijzaak. Omdat het onze enige mogelijkheid wordt voor de komende weken, slapen we zondagmorgen lekker uit. Zondag is het vreselijk weer. Bij de boodschappen voor het ontbijt zijn we in één keer door ons dagbudget heen omdat Silvie geen genoegen neemt met de overheerlijke Finetti, maar per se een pot geïmporteerde chocoladepasta wil hebben. Tot half drie zitten we in ons huisje. Dan zijn we het zat om binnen te zitten. Daniëlle heeft er zo´n genoeg van dat ze haar benen met haar eigen bloed aan het versieren is. Een opengekrabde muggenbult verandert in een ster die haar hele onderbeen beslaat. We vertrekken maar en lopen in de stromende regen naar het winkelcentrum in de buurt. We verspreiden in twee groepen: de jongens en de meisjes. Tom loopt elke kledingwinkel binnen die hij kan vinden. Als hij van de rest geen of slechte hulp krijgt, verzucht hij dat hij liever met de meiden had meegewild. Gelukkig komen we ze snel tegen en kunnen we Tom overdragen aan het andere team. De andere jongens vertrekken naar de McDonalds. Daar valt ons op dat alle meisjes oorbellen dragen, ook die van één of jonger. We vermoeden dat dat is omdat niet te zien is of het jongens of meisjes zijn. Als we naar buiten kijken, zien we zelfs een waterbalanzer, maar de functie van die man snappen we niet.

Op de afgesproken tijd staan we weer bij de ingang. Tom heeft duidelijk meer gehad aan de dames dan aan ons, want hij komt met zo´n zeven tassen het winkelcentrum uit. We wandelen terug naar ons huisje. Het is opvallend hoeveel huisjesslakken hier over straat rondkruipen. Natuurlijk komen ze naar boven door het vieze weer, maar het lijkt een ware plaag hier. Voor ons huisje nemen we de Maxi Taxi naar Mamaia om even te gaan kijken in het uitgaansgebied. Het kost even moeite om Silvie te overtuigen, maar uiteindelijk kruipen we met z´n allen in de kabelbaan. We zweven hoog boven de hotels en het zwemparadijs, met in het westen het meer van Constanta en in het oosten de Zwarte Zee.

Daarna lopen we over de boulevard op zoek naar een restaurant. Het wordt een grillrestaurant (voor de kenners: dat met die lekkere brownies!). We krijgen knoflookbrood met meer knoflook dan brood en daarna is Silvies friet koud. We moeten in de loop van de avond zo´n 38 keer horen dat koude friet niet lekker is. Gelukkig is ze dat al snel weer vergeten als ze daarna tot ergernis van elke winkelier in alle winkels binnenloopt en daar alles past om het daarna weer terug te hangen.

Terug in ons huisje beginnen Sophie, Wouter, Ramona, Amber en Rick met een potje Monopoly. De rest stapt over op slechte grappen over Witte Tonnie, Natte Henkie, het Ottomaanse rijk (ja, daar kun je grappen over maken!) en Downiëlle. Rond een uur of twaalf gaan we slapen, zodat we morgen uitgerust aan onze echte eerste dag in Casa Sami kunnen beginnen.

I survived Auschwitz and all I got was this lousy T-shirt...

Beware of pickpockets
Snackcorners met alles van pizza´s tot kinderbueno
Enorme toiletcomplexen à 1 zloty per keer
Winkels vol boeken en dvd´s


Waarschijnlijk zijn dit niet de eerste dingen waaraan je denkt bij Auschwitz, maar toch is dit de hedendaagse realiteit: been there, done that, got the T-shirt. Mensenmassa´s drommen in lange rijen door het kamp om een beeld te krijgen van wat hier in het verleden is gebeurd. Opdat wij niet vergeten. Wie zijn geschiedenis niet kent en onthoudt, is gedoemd het zelf mee te maken.

My Lai, de tunnels in Cu Chi, Het huis van Anne Frank, the Killing Fields, ik heb me al vaker ´schuldig´ gemaakt aan het bezoeken van dergelijke morbide attracties. Je zou zulke bezoekjes verwerpelijk kunnen vinden, maar ik denk dat het wel degelijk iets toevoegt aan wie je bent als je onder ogen ziet wat er op de wereld allemaal gebeurt en gebeurd is.

Daarnaast heb ik nog een tweede reden om dit kamp te willen bezoeken. Al sinds ik De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch gelezen heb, ben ik bezig met het bezoeken van alle belangrijke plaatsen in dat boek. In de voetsporen van Max Delius die op zoek is naar zijn vader. Een week geleden was ik in dat kader in Kamp Westerbork in Drenthe. Nu sta ik in Auschwitz. Daarmee heb ik een reis gemaakt die vóór mij maar weinig mensen hebben overleefd.

We beginnen in Auschwitz I en passeren de beroemde poort met ´Arbeit macht frei´ erboven. Die tekst is de enige replica in het kamp, verder is alles nog in de originele staat. Vorige week in Westerbork viel me nog op hoe respectloos mensen daar rondwandelen. Daarvan is hier gelukkig geen sprake meer. Niemand schreeuwt en iedereen houdt gewoon z´n kleren aan. Het regent dan ook. De hele dag. Dat maakt de beleving van deze plek intenser dan het zomerzonnetje dat in Westerbork hing. We wandelen langs de cellen van de gevangenen, muren vol foto´s van de kaalgeschoren joden en Roma en vitrines vol brillen, scheerkwasten, speelgoed en andere afgenomen zaken. Het luguberste joodse restant ligt aan het einde: bergen vol met mensenhaar, afgeschoren en bedoeld voor de verkoop aan textielfabrieken. Het meeste indruk op mij maakt de kamer waar stapels koffers liggen van mensen die hoopten hier werk te kunnen vinden...

Een deur leidt ons naar een ondergronds gewelf. We bevinden ons in een soort grote betonnen bunker. Er hangen nergens meer douchekoppen, maar de sfeer die er hangt maakt alles meteen duidelijk: we zijn in de gaskamer. Niemand maakt hier nog foto´s, op een Amerikaan na die zelf toch ook het gevoel heeft dat dat eigenlijk niet kan, gezien hij de camera onder zijn kleren houdt en goed rondkijkt of niemand hem ziet. De volgende deur brengt ons in het crematorium, waar vier grote ovens staan. Acht mensen per uur konden hier worden verbrand, waarna de as overal in het kamp werd uitgestrooid.

We staan weer bij de ingang. We waren daarstraks al niet helemaal tevreden over de organisatie van de touroperator, maar hier blijkt dat nogmaals. De groep die ze meegenomen hebben is veel te groot en ze hebben de grootste moeite om iedereen die erbij hoort samen te krijgen voor het transport naar de volgende locatie. Uiteindelijk stappen we in de busjes die ons brengen tot bij de beroemde poort van Auschwitz II - Birkenau. Hier is ons een rondleiding van drie kwartier beloofd.

We bezoeken twee barakken. De eerste is een sanitaire barak. Het is niet meer dan een lange betonnen bank met gaten erin waar je je behoefte in moest doen. Voor gevangenen was dit de veiligste barak om te verblijven, omdat ss´ers hier niet naar binnen durfden, vanwege de stank en ziektes. We vervolgen onze weg naar een woonbarak. Het is een oude paardenstal, waarin op de plaats van één paard zestien mensen verbleven. We leren dat Auschwitz wel bekend staat als het vernietigingskamp waar de meeste mensen het leven lieten, maar dat de omstandigheden in andere concentratiekampen vaak nóg slechter waren. Mensen die vanuit hier gedeporteerd werden naar, bijvoorbeeld, Mauthausen, smeekten vaak om terug te mogen naar Auschwitz.

Na vijftien minuten smeert onze gids hem, zonder verdere informatie. Behoorlijk ontstemd over deze gang van zaken leid ik mezelf maar rond in het volgende half uur. Helemaal in je eentje door zo´n kamp struinen is ook weer een aparte gewaarwording. Hans koopt in de tussentijd Duitse stripboeken over het kampleven in Auschwitz: goed lesmateriaal voor Duits én geschiedenis!

We nemen de bus terug naar Krakow. Iedereen is nat, dus de ramen beslaan snel. Er is wel airconditioning maar daar wordt weinig mee gedaan. Op het dashboard staat een mandje met daarbij een briefje: thank you for tips. Ik schrijf een briefje met daarop de tekst: 1. Don´t take more tourists than you can handle; 2. Use your airconditioning; 3. Don´t promise 45-minute tours that only take 15 minutes. Deze tips laat ik achter in het mandje.

We frissen ons even op in het hotel, maar dat verlaten we snel weer, want we rammelen van de honger. Sinds het ontbijt hebben we niet meer gegeten. Dat is de reden dat we het traditionele Poolse restaurant maar overslaan: we zijn moe en hebben behoefte aan eten waarvan we weten dat het goed is. We kiezen een Italiaans restaurant. Dat blijkt een goede keuze te zijn! Het eten is ontzettend goed. Als we alles ophebben, lopen we terug naar het hotel om onze tassen in te pakken. Morgen vertrekken we laat in de morgen terug naar Nederland.

Wieliczka Zoutmijnen

Vandaag staat in het teken van ons bezoek aan de zoutmijnen van Wieliczka. Dat betekent dat wij in drie dagen drie sites bezoeken die op de werelderfgoedlijst van Unesco zijn terug te vinden: de binnenstad van Krakow, de mijnen en het kamp.

De keuze bij het ontbijt is groot. Veel verschillende groenten liggen op ons te wachten. Als ik de champignons proef, krijg ik een Roemenië-deja-vu: alle groenten blijken zuur te smaken. Gelukkig zijn er ook gewoon broodjes en gekookte eieren. Zelfs de melk smaakt goed, wat in het buitenland altijd nog maar afwachten is. Helaas zijn de glaasjes waar je de melk in kunt doen zo klein, dat ze beter benoemd kunnen worden met het woord ´slokjes´.

Elf uur worden we volgens onze papieren opgehaald voor de excursie naar de mijnen. Stipt om vijf voor elf staan we klaar. Elf uur niks. Tien over elf niks. Ik ga wat foto´s maken van een synagoge in de buurt. Tien voor half twaalf niks. Op het moment dat ik naar de hotellobby loop om te bellen, komt het busje natuurlijk aangereden. Als we daarin zitten, worden wevan harte welkom geheten op de Auschwitz-tour. Gelukkig reageert de hele bus verbaasd, en heeft de chauffeur zich gewoonvergist.

Na een korte rit arriveren we in Wieliczka. We moeten even wachten, omdat de ingang maar klein is, maar uiteindelijk mogen we erin. Met de trap dalen we af in deze 327 meter diepe mijn. 50 houten trappen leiden ons de diepte in. Het is zo´n trap met een gleuf in het midden (zo een waar we vroeger op de middelbare school de tassen van bruggers in lieten vallen), dus als je naar beneden kijkt en je ziet hoe ver je nog moet, begint het een beetje te duizelen.

De mijn is helemaal uitgehakt uit de zoutrotsen. Soms waan ik me in De vliegende Hollander. De mijngang in de wachtrij van die attractie vertoont veel gelijkenis met deze passages. Hier en daar zijn ook beelden uit het zout gehakt. In elke kamer vertelt onze gids interessante informatie over de mijn. Ze meldt ons tussen neus en lippen door dat het verboden is om aan de standbeelden te likken, maar dat we vrij zijn om verder te likken aan elke muur die we willen, als we er zeker van willen zijn dat de muren, plafonds en vloeren daadwerkelijk uit zout bestaan. In het begin aarzelen de meeste bezoekers een beetje, maar als ik (natuurlijk!) het voortouw neem, staan al snel veel mensen aan de muren te likken.

De gids heeft gelukkig een herkenbare structuur in haar verhalen. Elke blokje informatie eindigt met een zouteloze grap, waardoor we weten dat we weer verder moeten lopen. Zo moeten we de legende rondom het ontstaan van deze mijn volgens haar met een korreltje zout nemen. We passeren zoutmeren, liftinstallaties, uitgehakte receptiezalen en zelfs kapellen, waarvan de St. Kinga kapel de grootste en indrukwekkendste is. Daar mocht ik geen foto´s maken, dus die moet je maar even googelen. Ook hier is weer een beeld van Johannes Paulus II uitgehakt en zelfs Het laatste avondmaal van Leonardo DaVinci is hier helemaal uit het zout gebeiteld.

Voor de laatste attractie in de mijn moeten we in de rij aansluiten. Hier wordt de gelijkenis met De vliegende Hollander helemaal sterk. De wachttijd is ruim een half uur, en je staat tussen luidruchtige Amerikanen en hevig tongende Italianen, maar dan krijg je ook wat! Met tien mensen tegelijk stappen we in een ouderwetse mijnwerkerslift. Dicht op elkaar gepakt schuiven we in de metalen constructie omhoog. Claustrofobie kun je hier niet gebruiken, wat diverse vrouwen om mij heen vrij duidelijk maken. Ze schreeuwen het uit en de tranen staan in hun ogen als we boven zijn. Ik vond het een geweldige ervaring.

Terug in Krakow zoeken we wat caches, waarna we terechtkomen bij een sushitent. We eten fantastische sushi, waarna we nog een uitgebreide wandeling maken door de buitenwijken. Die wandeling levert weinig caches meer op. De enige cache die we nog vinden zit verborgen in een holle boom, omhuld door een vieze ouwe sok. Aangekomen in ons hotel, nuttigen we nog een blikje Zywiec, het traditionele Poolse pils, waarna het tijd is voor onze verdiende nachtrust. Op het moment dat ik dit schrijf, is het al laat op de volgende avond en heb ik dus al een hele dag in Auschwitz rondgezworven. Hoe ik dat ga vertalen naar een verhaal? Geen idee... zodra me een juiste vorm invalt om die indrukken te beschrijven, lees je het hier!

Krakow

Het is VIER uur ´s nachts als er op de deur wordt geklopt. Het is lang geleden dat ik zo vroeg moest opstaan om op reis te gaan. Hans en ik laden onze spullen over tot één tas en vertrekken naar Dortmund, waar onze vlucht naar Katowice wacht. Na enige vertraging en een korte vlucht in een rammelende kist, die ik voornamelijk slapend doorbreng, landen we hard in land nummer 31 op mijn lijstje: Polen. Het klinkt niet meteen als een heel spannend vakantieland, maar ik wilde heel graag een keer naar Auschwitz. Vandaar deze wellicht een beetje vreemde keuze.

We maken van de gelegenheid gebruik om ook maar meteen de binnenstad van Krakow te bezichtigen en een bezoek te brengen aan de wereldberoemde zoutmijnen in Wieliczka. Eerst moeten we nog twee uur met de bus om in Krakow aan te komen. Bellen achter het stuur is blijkbaar niet strafbaar, of niet gevaarlijk in Polen, want de chauffeur van ons busje heeft gemiddeld genomen meer zijn telefoon in zijn handen dan zijn stuur. Op sommige momenten gebruikt hij er zelfs twee tegelijk, terwijl hij ook nog een bakkie bedient. We vroegen ons af waarom hij die telefoons nog in zijn zak stopte op de momenten dat hij ze níet gebruikte...

Onze spullen dumpen we in ons hotel, waarna we op zoek gaan naar iets te eten in Krakow. We komen uit bij een afhaalwok, waar we snel een Aziatische maaltijd naar binnen werken. Gelukkig heb ik in Vietnam goed leren eten met chopsticks, want gewoon bestek ligt er niet. Tijdens onze wandeling zoeken we ook naar restaurants waar we de komende avondmaaltijden zullen nuttigen. We komen tot een Mexicaan, een sushirestaurant en, natuurlijk, een traditioneel Pools restaurant. Doorgaans zijn juist dát de toeristentrekkers, maar wellicht dat we daar nog vreemde dingen voorgeschoteld kunnen krijgen. Op nieuwe diersoorten heb ik mijn hoop vooralsnog niet gevestigd.

In het centrum van Krakow is het feest. Niet mijn soort feest, maar veel mensen zullen het een feest noemen. De oude paus, Johannes Paulus II, die ik zelf nog eens een zaligverklaring heb zien doen op het Sint-Pietersplein, is vandaag zalig verklaard in Rome. Daarom is de binnenstad van Krakow versierd met standbeelden en grote foto´s van JPII. Op het grote hoofdplein is zelfs een soort festival aan de gang. Een groot podium waarom muziek wordt gespeeld siert het plein en de hele achterwand van dat podium is bekleed met een foto van Karol Wojtila. Je moet als Pool maar iets hebben om trots op te zijn. Gelukkig is paus Adrianus VI al lang vergeten in Nederland!

´Ik zal proberen het te omschrijven: het is een beetje de cover van de Poolse Wehkampgids´. Zo maakte Youp van ´t Hek ooit duidelijk wat voor lelijke kleren een vrouw op de eerste rij aanhad. De suggestie dat Polen allemaal erg arm zijn, gaat zo´n twintig jaar later niet echt meer op. Opmerkelijk is dat hier alleen maar grote dure auto´s rondrijden en dat de gemiddelde Pool duidelijk genoeg te spenderen heeft. Waarschijnlijk hebben veel van deze mensen familieleden die in de Nederlandse land- en tuinbouw werken.

We vinden op het hoofdplein een cache. Gelukkig is Hans meteen enthousiast, zodat we verder op zoek gaan naar caches. Dat is vandaag helaas tevergeefs: alle pogingen mislukken dus gaan we maar iets anders zoeken: een restaurant. We besluiten vandaag voor Mexicaans te gaan. Aan tafel worden we bediend door Asia, een serveerster die zich uitgebreid komt voorstellen en meldt dat we voor alle problemen bij haar terechtkunnen... je kent het wel: allemaal trucs om de fooi zo hoog mogelijk te krijgen. Wat daarin ook bijdraagt, is dat alle serveersters erg cheap in een flamencojurk rondlopen die alleen onder- en bovenkant bedekt. De buik is geheel ontbloot. We bestellen de hele Mexicaanse zooi: fajitas, enchiladas, empanadas, guacamole, etc. Het eten is heerlijk, maar de vlammen slaan me uit mijn mond. Ik heb mezelf overschat en proef de rest van de week waarschijnlijk niks meer. Toch leggen we bij het verlaten tien euro fooi neer...