Van waterval naar San Cristobal

De belangrijkste benodigdheid in de bus is vandaag de plastic zak. We hebben een lange reisdag voor de boeg over een weg die ons hoog de bergen in leidt, via ontelbare haarspeldbochten. Onderweg zullen we gelukkig stoppen bij twee watervallen om de verveling te doorbreken en de evenwichtsorganen te laten bedaren.

Dan blijkt dat niet alleen de bochten voor de nodige spanning gaan zorgen. In de weg zijn hier en daar gaten naar de afgrond geslagen, waarvan we alleen maar blij kunnen zijn dat ze er al lagen vóórdat wij erlangs reden. Voor ons rijden steeds veel te zwaar beladen vrachtwagens die dus in hun één stapvoets de berg oprijden. Dit leidt tot interessante inhaalmanoeuvres die gelukkig steeds nét goed gaan. Als het een tijdje te rustig is geweest stuiten we op een wegblokkade. In de berm staan mensen met een zak aan een stok om geld in aan te nemen bij wijze van tolweg. De chauffeur herkent deze mensen als zwendelaars en geeft extra gas om de barricade te doorbreken. Hij weet wel hoe je een dagje in de bus zitten leuk kunt maken.

De eerste tussenstop maken we bij de waterval Misol-Ha, een redelijk hoge waterval die bestaat uit drie delen, waar je ook achterlangs kunt lopen. Aan de voet hiervan wordt door sommigen al hevig geowld. We gaan op weg naar de volgende waterval: Agua Azul. Omdat het flink geregend heeft is het water minder azuur dan de naam doet vermoeden. Ondanks dat het water erg koud is, nemen verschillende mensen een ´duik´ in het veertig centimeter diepe zwemgedeelte. Opmerkelijk is, dat de badmeesters niet zoals bij ons gewoon fluitjes hebben, maar dubbelloops jachtgeweren.

Langs het water staan veel standjes waar we een half gevulde empanada eten. Dat Mexicaanse eten komt me trouwens na vijf dag al behoorlijk de strot uit. Ik had me daar erg op verheugd, maar Mexicaans in Nederland is echt veel lekkerder dan die droge bonentortilla´s die je hier elke dag maar weer voorgeschoteld krijgt. Robin vult aan dat hij er in Nederland niet van aan de schijt raakt. Als we op een bankje gaan zitten om rustig wat te lezen, komen er om de twaalf seconden kinderen langs om zooi te verkopen. No gracias accepteren ze niet, ze blijven si, si, si zeggen. We gaan over op plan B: negeren. Dat werkt gelukkig beter.

Na een lange reis door de bergen en over zo´n 429 verkeersdrempels komen we eindelijk aan in San Cristobal de las Casas. Tot grote schrik van enige groepsgenoten in een hotel zonder wifi. Gelukkig is de Tour de France al afgelopen. Hoewel de groep klaagt dat het hier koud is, vind ik de temperatuur voor het eerst deze reis aangenaam. Gelukkig eten we ook eindelijk iets lekkers: broccolisoep en lasagna con carne. Er is nog even wat gedoe omtrent de excursies van morgen, omdat dat allemaal nogal slecht geregeld is, maar uiteindelijk staat toch vast dat ik morgen door de Sumiderokloof zal gaan varen.

Planken in Palenque

Vandaag staan er nieuwe tempelruïnes op het programma, en wel die van Palenque. Deze onderscheiden zich van Chichén Itzá en Uxmal, doordat deze overwoekerd zijn door jungle. Kleine tip voor degenen die nog na mij komen: hou je camera in je tas tot je bij de tempels staat. Bij de ingang moet je 30 euro extra betalen als ze zien dat je een camera bij je hebt. 75 euro voor een videocamera. Je krijgt daar verder geen bewijs van en er wordt niet gecontroleerd, dus in het complex kun je alles gewoon tevoorschijn halen.

De gids die ons hier rondleidt vertelt alleen maar dingen die de gidsen in de voorgaande complexen ons ook al hebben verteld. Robin en ik lopen dus snel verder de site op om gebouwen te gaan bezichtigen en te fotograferen. Als we ons wat later weer bij de groep voegen, kan de gids alleen maar praten over het feit dat hij meerdere vrouwen mag hebben en wij lekker niet. In plaats van informatie over de ruïnes leert hij ons op welke plekken op deze site hij allemaal kinderen heeft verwekt en bij welke vrouw. Als ook hij later de plaatselijke rotzooiverkoper probeert te stimuleren door te vertellen wat al zijn troep met de Maya´s te maken heeft, maken we ons definitief los van hem.

We klimmen de hoogste piramide van dit complex op om te genieten van een prachtig uitzicht over de site. Bovenop valt me de fonetische gelijkenis in tussen Palenque en planken. Dat moet mooie foto´s gaan opleveren. Blij dat Palenque niet klinkt als swaffelen, planken Robin en ik ons vanaf dat moment een weg door het complex. Natuurlijk weten wij ook wel dat owlen tegenwoordig in is, maar wij zijn nu eenmaal niet bereid om tegemoet te komen aan de smaak van het grote publiek. ´s Middags aan het zwembad moeten we onze reisgenoten uit een eerdere generatie uitleggen wat planken en owlen is en meteen ontstaat er een weddenschap. De mooiste owlingfoto die in de rest van de vakantie nog wordt gemaakt, wint een fles tequila.

Omdat onze darminhouden nog steeds pruttelen, blijven we vandaag eten in het restaurant van het hotel. Wellicht is de kip cordon bleu niet de beste keuze tegen de diarree, maar ik ben nu eenmaal eigenwijs en laat mijn lijf niet de baas spelen als ik op vakantie ben. Wat vanzelf komt, gaat ook vanzelf weer weg! ´s Avonds in onze kamer vullen we de vierde vuilnisbak met toiletpapier. Morgen is het vast weer over...

Today´s diarrhea

Ook voor vandaag heb ik het traditionele ontbijt besteld. De man van de receptie verzekerde me gisteren dat dat hier wel heel bijzonder wordt klaargemaakt. Omdat ik bekend sta om mijn culinaire ontdekkingsreizen, ga ik daar natuurlijk voor. Als ik mijn bord krijg, zie ik dat ik precies hetzelfde eiergerecht als gisteren krijg, waar ze een pot erwtjes en worteltjes overheen hebben gekieperd. Het is niet vies, maar toch ook niet echt speciaal.

Voor we het tempelcomplex in Uxmal binnengaan, krijgen we een rondleiding door een Mayadorpje dat in de buurt ligt. Nou ja, rondleiding... een Maya met een cowboyhoed neemt ons, na een verhaal over de plaatselijke kapokboom, mee een souvenirshop in. Daar pakt hij alle souvenirs even vast en vertelt erbij wat ze met de Maya´s te maken hebben. ik heb het gevoel dat ik in een slechte Telsell-commercial ben beland. Als ik de tuin achter de winkel inloop, schieten alle aanwezige Maya´s ineens onder een overkapping en gaan daar heel hard zitten doen alsof ze al die troep zelf maken. Een vrouwtje zit bij een beschilderde schaal en kijkt lang wat ze zal gaan doen. Als ze in de gaten krijgt dat ik echt niet wegga voor ze laat zien dat het echt handwerk is, gaat ze willekeurige vierkantjes in de schaal zitten tekenen. Erg geloofwaardig is het niet.

De rondleiding gaat verder. We krijgen van alles te horen over de planten die in dit dorpje groeien en mogen even later een tortillafabriekje bekijken. Dit is wel erg leuk om te zien. Er staat een ingenieuze machine waar de bonenpulp in wordt gegooid. Vervolgens snijdt en bakt het apparaat de lapjes tot verse tortilla´s. Het is jammer dat er overal in deze fabriek een penetrante urinelucht hangt.

Eindelijk komt de rondleiding tot een einde en verplaatsen we ons naar het hoogtepunt van deze dag: het tempelcomplex van Uxmal. Dit complex vind ik nog een stuk mooier dan dat van Chichén Itzá, al was het maar omdat hier echt een hoge piramide staat, de piramide van de tovenaar. De Maya´s geloofden dat deze piramide in één nacht door een dwerg gebouwd is. We lopen door de verschillende tempels en mogen er hier en daar zelfs op klimmen. Na anderhalf uur worden we door de gids vrijgelaten in deze grote speeltuin. Het is echter zo heet dat Robin en ik in de schaduw gaan zitten waar we een Friese bloemist treffen die hetzelfde plan heeft opgevat. Ze niet benijdend kijken we vanaf een afstandje hoe de anderen klimmen naar de toppen van de tempels. Wij vermaken ons beneden ook uitstekend.

Tegen de middag verlaten we het complex om te gaan lunchen. Het wordt een interessante lunch, al was het maar omdat Robin onze groepsgenoten wijs aan het maken is dat hij in zijn vrije tijd aan erotisch volksdansen doet. We krijgen kip die is klaargesmoord in een vuurkuil. Dat dit niet de beste methode is, blijkt als ik mijn tanden zet in een flink stuk roze, rauw gevogelte. Dat voorspelt natuurlijk al waar ik naartoe wil met de titel van dit verhaal...

De chauffeur van onze bus weet ook voor de nodige sensatie te zorgen. Hij staat de dames van onze groep een beetje te imponeren door met zijn zakmes te spelen. Als hij probeert een gevonden vrucht door te snijden, neemt hij zijn halve duim mee. Snel vlucht hij de keuken in om verzorgd te worden, terwijl hij op de plaats van het incident een bloedbad achterlaat. Als hij weer in staat is om een bus te besturen vertrekken we. Onze reisleider laat echter in alle consternatie zijn tas met onder andere onze fooienpot liggen, waardoor we halverwege nog een keer terug mogen.

Na een lange dag komen we aan in Campeche, zoals bijna alle plaatsen die we aandoen, werelderfgoed volgens Unesco. Waarom snappen we niet zo goed, want zo bijzonder is het niet. Na een korte stadswandeling belanden we bij een Cubaans restaurant, waar we genieten van een heerlijke maaltijd. Het genieten slaat echter snel om. De rauwe kip wreekt zich en samen met diverse andere groepsgenoten, waaronder Robin, vluchten we naar het hotel, alwaar we een nacht ingaan vol interessante geluiden. Morgen heet mijn beste vriend Loperamide.

In de guacamole van het leven

De dag begint goed met een bord met tortilla´s, eieren en tomatensaus. Ik koos natuurlijk voor een traditioneel ontbijt, zonder te weten wat ik bestelde, maar daar heb ik nu helemaal geen spijt van. Na het ontbijt stappen we in de bus naar Ik Kil, een cenote. Cenotes zijn oorspronkelijk ondergrondse bronnen, die vroeger door de maya´s werden gebruikt om hun water vandaan te halen en om mensen in te offeren. Nu is het een prachtig natuurlijk zwembad, omgeven door een hoge en perfect ronde junglewand.

We duiken vanaf de hoogste ´duikplank´ de cenote in en zwemmen tussen de ontelbare zwarte vissen die in het heerlijk koele water zitten. Vanuit het water reiken boomwortels tot de hemel. We zijn hier aangekomen voor openingstijd en toch binnengelaten, waardoor we de enigen zijn diein dit, anders drukbezochte paradijsje rondzwemmen.

Na ons bezoek aan de cenote rijden we door naar Chichén Itzá. Ook hier komen we in alle vroegte aan, zodat we bijna de enigen zijn op de site en we veel foto´s kunnen maken zonder mensen erop. Chichén Itzá is een oude Mayastad vol ruïnes waar we door onze Nederlandse gids een mengsel van archeologische informatie en mythen krijgen voorgeschoteld. Op het terrein zijn onder andere een soort sterrenwacht, een sportveld, diverse offerplaatsen en nog een cenote waarin de resten van 250 mensen, voornamelijk jongetjes van een jaar of zeven, zijn teruggevonden. Het meest maakt echter de piramide midden op de site indruk op mij. Niet eens vanwege zijn grootte, want die valt zoals altijd met monumenten waar ik naar uitkijk tegen, maar door alle geniale symboliek die erin zit verwerkt. De piramide is bijvoorbeeld exact zo gebouwd dat het zonlicht op de twee dagen in het jaar dat dag en nacht even lang zijn een optische illusie op het bouwwerk vormt, waarin een goddelijke slang naar beneden kruipt. Daar kunnen onze kerken met hun kruisbeeldjes nog een puntje aan zuigen!

We lunchen in de buurt van Chichén Itzá. Als we de eerste gang van het buffet geplukt hebben, wordt de muziek ineens veel harder gezet. Vanuit het niets verschijnen zes Mexicano´s die een soort Urker klompendans beginnen op te voeren. Het enige wat het bijzonder maakt, is dat ze allemaal een fles of een vol dienblad op hun hoofd laten balanceren tijdens hun dansje. Ook al heeft niemand hierom gevraagd, uiteraard treffen we bij het verlaten van het restaurant iemand aan met een bord met de tekst: pourboire pour les danseurs!

De volgende tussenstop is Izamal. Op weg naar het centrum treffen we hier en daar al wat okergele huisjes aan, die ons voorbereiden op wat komen gaat. Ook Izamal was vroeger een Mayastad, maar deze is door de Spanjaarden volledig vernield. Uit de oorspronkelijke stenen hebben zij hier een groot klooster opgebouwd en dat helemaal oker geschilderd. Binnen treffen we een serie Jody Bernallen aan in pijen die in processie door de kerk wandelen. In de bezichtiging levert dat eerst nogal wat oponthoud op, omdat ik respectvol wacht tot ze voorbij zijn, maar als ik zie dat ze zichzelf niet al te serieus nemen en ze gebaren dat we er gewoon doorheen mogen breken, gaat het allemaal wat sneller. We wandelen nog langs het beeld van Johannes Paulus II, dat herinneringen aan Krakau oproept. We speculeren een beetje over de betekenis van het Spaans op de sokkel. Er staat Ik heb je moeder ... Natuurlijk komen er veel suggesties, maar uiteindelijk blijkt het onbekende voltooid deelwoord gewoon aanschouwd te betekenen.

´s Avonds eten we in een restaurantje waar een singer-songwriter zit op te treden. Hij lijkt sprekend op Chriet Titulaer en leeft zich helemaal in in zijn liedjes, waarmee hij weinig succes oogst. Eigenlijk klapt alleen Robin voortdurend. Het Mexicaanse bier vloeit rijkelijk, waardoor Robin op een gegeven moment op de man afstapt om Volare aan te vragen. Het zit helaas niet in zijn repertoire. Robins tweede poging is Guantanamera, waarmee hij meer geluk heeft. Chriet zet hem in, terwijl bij ons de bierkraan open blijft staan. Om de bebaarde zanger te bedanken zetten we daarna met z´n allen een Nederlandse klassieker in, een toppertje van Heddy Lester. Omdat we willen dat hij het wel kan verstaan, passen we het nummer aan naar het Mexicaans, waardoor 25 aangeschoten Nederlanders In de guacamole van het leven inzetten. En daarin draai je allemaal je eigen nacho mee. Het bleef nog lang onrustig in Mérida...

Tot een betere titel me invalt: Mexico 1

Thuis had ik al gezien dat we met een erg grote groep reizen en dat we vliegen met ArkeFly. Tot dan toe klonk het alleen als een prijsvechter, maar nu ik erin zit, blijkt het dat ook te zijn. Het is niks meer dan een ordinaire RyanAir-achtige maatschappij, waar je moet betalen voor je drank. Net heb ik de enige maaltijd van de vlucht gekregen. We hebben nog acht uur te gaan tot onze tussenlanding op Cuba en als we meer willen in de tussentijd, moeten we bijbetalen! Daar komt nog eens bij dat we er bij aankomst op het vliegveld achterkwamen dat onze tickets niet eens geboekt waren! Na veel rompslomp is dat uiteindelijk opgelost. Het spijt me, Djoser, dat ik een jaar een uitstapje maar naar een andere operator, maar volgende keer kom ik gegarandeerd weer terug: Baobab heeft voor mij nu al afgedaan.

Die maaltijd van zojuist was een vegetarische, omdat het echte eten op was. Volgens de stewardess is dat omdat economy class geen keuze heeft in maaltijden. Voor mij zit echter iedereen van zijn saté te smullen: we zitten dus gewoon te ver naar achteren in deze kist. Naast me zit een rijkeluiszoontje dat aan zijn accent te zeggen net is ontsnapt uit Kinderen voor kinderen. Bekakt meldt hij de stewardess dat hij vegetarisch eten ´krijgt´, op een toon alsof dat hier vanzelfsprekend is. De rest van de vlucht zit hij voortdurend mee te trommelen en luchtgitaren met de muziek die hij op zijn oren heeft staan. Hij heeft gelukkig een reisgids van Cuba in zijn handen, dus hij zal zo wel uit gaan stappen.Hopelijk kijkt hij ook niet te veel naar links, aangezien ik dit verhaal live zit te schrijven.

Na een tussenlanding op Cuba (dat streept lekker weg op mijn landenlijstje) komen we aan in Cancun. Op dat moment heb ik tien uur niet gegeten. Buiten het vliegveld kan ik zo snel maar één winkeltje vinden. Het assortiment is erg klein, dus ik moet mijn honger stillen met een rol koekjes. Alle Nederlanders uit het vliegtuig bestormen de winkel om water te halen. De eigenaars hebben dat in de gaten en voeren vanaf dat moment een prijsstijging in per minuut. De laatsten in de rij betalen ruim vier keer zo veel voor hun water dan de eersten.

Ondanks dat we doodop zijn van de vervelende vlucht, nemen we nog de bus naar Valladolid. Cancun is een grote toeristische plaats vol luxe resorts en daar zitten we niet op te wachten. Een prachtig verlichte kerk in Latijns-Amerikaanse stijl kondigt aan dat we onze eerste bestemming bereikt hebben. We gooien onze spullen in onze kamer, pinnen en rennen het eerste het beste restaurant binnen. Nou ja... we slaan de Domino´s pizza over. De taco´s smaken goed, alleen jammer dat tijdens het eten iedereen over de Tour de France praat, en daar nog verstand van schijnt / denkt te hebben ook. Na het eten keren we terug naar het hotel, waar we na 24 uur wakker zijn eindelijk kunnen gaan slapen.

Een Maxi Taxi is nooit te vol

Op de laatste dag dat we in Roemenië zijn, staat het bezoek aan de arme gezinnen op het programma. Allereerst passeren we een arme hond: aan de andere kant van een hek staat een loops teefje en de hond probeert uit alle macht door een veel te klein gat in het hek te kruipen. Dit levert mooi foto- en filmmateriaal op!

We beginnen in wat Ellen het Centerparcs-straatje noemt. Hier wonen o.a. de familie Ciriac (Adi en Ionuts) en Alex en Alexandra. Bij Ciriac is niemand thuis, dus we kunnen alleen een blik werpen op het smerige toilet dat we achterom kunnen bereiken. We vervolgen onze wandeling met een bezoek aan het gezin van Erdal. Daarvoor moeten we onder pijpleidingen doorkruipen langs een afgrond. Zo komen we bij veel van de kinderen met wie we op kamp zijn geweest. Ik zie dat het bij de leerlingen meer indruk maakt dan andere jaren, omdat we dit bezoek nu ná het kamp doen, terwijl we het er anders altijd vóór hebben gedaan.

Onderweg worden we nog aangesproken door een Roemeen, die zich afvraagt waarom we deze ´zigeuners´ helpen. Volgens hem zijn zij het namelijk die over tien jaar naar West-Europa komen om ons te bestelen. Het is hun schuld dat Roemenen in heel Europa de naam hebben te stelen en op te lichten. Het geeft een goed beeld van hoe de Roemeense bevolking omgaat met mensen op straat.

Dan volgt het zware moment waar we allemaal tegenaan hikken: het afscheid van de kinderen die in de buurt van Casa Sami wonen. Veel kinderen komen niet opdagen, omdat ze geen afscheid willen nemen, maar de overgebleven kinderen trekken alsnog voldoende tranen uit de afscheidnemende Nederlanders.

Nog twee huisbezoeken staan op het programma. Het is bij gezinnen waar ik zelf ook nog nooit was geweest, die wat verder weg wonen. Met name het bezoek aan Roxana en Razvan maakt veel indruk. Bij het binnenlopen van hun ´huis´ kreeg ik het gevoel of ik het varkenshok bij de buren van mijn oma vroeger binnenwandelde. Als toilet vind je niet meer dan een gat in de grond met een triplex wandje eromheen. We zijn hier bij de armste gezinnen die door de stichting worden geholpen. Ook hier nemen we definitief afscheid.

We wandelen naar het casino, de enige bezienswaardigheid die Constanta te bieden heeft. De wandeling is alleen zo veel langer dan aangekondigd, dat we doodop zijn als we aankomen. We genieten even van het uitzicht en nemen een taxi naar huis. Daar frissen we ons op, waarna we de Maxi Taxi nemen naar Mamaia. De Maxi Taxi zit, zoals gebruikelijk, weer bomvol. In Mamaia eten we bij de grillbar van de eerste avond. Natuurlijk worden we al snel weer geconfronteerd met Alina. Ze komt op ons afgerend en vliegt Ramona in de armen. Haar valt op dat Alina op kapotte slippertjes loopt. Tom en Ramona nemen haar mee naar de kledingwinkeltjes en steken haar helemaal in het nieuw. Om te voorkomen dat moeder moeilijk gaat doen, kopen ze ook meteen vijf rozen van haar, zodat het niet ten koste is gegaan van haar ´werktijd´.

´s Avonds willen we teruggaan naar ons huisje. De enige Maxi Taxi die langskomt zit al helemaal vol. Toch stopt hij en worden we met vijftien mensen binnengelaten. Op, onder en over elkaar worden we naar huis vervoerd, terwijl de chauffeur iemand belt om trots te zeggen dat hij meer dan dertig mensen in zijn busje heeft. Wij zorgen voor wat feestvreugde door het narwallied door de bus te galmen, maar de aanwezige Roemenen imiteren daarop ritssluitingen over hun monden...

Over de weg terug naar Nederland heb ik niet al te veel meer te vertellen, alleen dat ik diep respect heb voor Joep die, omdat hij weigert iets weg te gooien voor de security op het vliegveld, anderhalve liter cola kan atten! Bij 33 graden stappen we in het vliegtuig, waar we bij 15 graden en harde regen weer uitkomen.

Ik ben erg trots op de groep leerlingen die iets fantastisch voor elkaar gekregen hebben: niet alleen hebben ze de kinderen van Constanta een geweldige tijd bezorgd, maar ook hebben ze de staf van Casa Sami ervan weten te overtuigen dat ze een geweldig team zijn!

Dan natuurlijk nog even de standaardboodschap: als je hier alleen maar was om de verhalen over de Roemeniëreis te volgen, dan kun je beter de e-mailnotificaties uitzetten nu. Dit was het laatste verhaal over Roemenië 2011 en morgen vertrek ik naar Midden-Amerika van waaruit ik ook verhalen zal schrijven. Bedankt voor het volgen!

Terug in Constanta

Woensdag mogen we een dagje ontspannen in Aqua Magic, het grote zwem- en glijbanenparadijs. Nadat we alle glijbanen hebben uitgeprobeerd, gaan we naar een stuk open zwembad met een bar erin. In dat bad kijken we hoe ver we kunnen gaan zonder dat de 75 badmeesters die ons omringen gaan fluiten. Niet erg ver dus. Regelmatig worden we teruggefloten om de kleine vergrijpjes die we plegen, zoals het op elkaar leggen van twee zwembanden. Amber gaat echt te ver als ze een personeelslid per ongeluk nat spettert in het voorbijlopen. Haar wordt de toegang tot de kleedkamers ontzegd.

In de bar in het water treffen we Tom die daar al een tijdje zit te proeven. We nemen allemaal een drankje, waarna we nog een paar keer van de glijbanen gaan. Tegen sluitingstijd beklimmen we een podium waarop we het van Silvie geleerde kampdansje uitvoeren. Binnen de kortste keren hebben we zo´n veertig toeschouwers en krijgen we een staande ovatie.

Wederom eten we bij La Balansoar. Omdat het eten er goed was, één ober vriendelijk, en omdat we daar zeker zijn van een bezoekje van Alina. Gelukkig komt ze inderdaad langs en is ze erg blij ons te zien. En gelukkig spreken wij slecht Roemeens, zodat we niet tegen haar kunnen zeggen dat het kamp zo geweldig was. Ik had stiekem extra eten meegenomen in mijn tas, dus nodigen we haar aan tafel uit en we laten haar mee-eten. De leuke ober is er deze keer niet en de rest van het personeel is erg chagrijnig. We krijgen schamele porties eten en Ramona´s zalm is zelfs zwart. Als we daarover klagen, reageren ze nogal onvriendelijk: ´You´re not gonna pay, or what?´ Het is duidelijk: geen toetjes, geen cocktails en geen fooi hier. We betalen en verhuizen een deurtje verder.

Donderdag gaan we op pad met de oudere straatjongens. Net als vorig jaar gaan we met de bus naar Cheile Dobrogei. Voor ons bezoek aan dit geologische monument gaan we naar de Real om inkopen te doen voor een grote barbecue. Stapels vlees worden ingeslagen, met name de typisch Roemeense carne de mici omdat we weten dat de jongens (en Dragos!) daar gek op zijn. Carne de mici is eigenlijk de Roemeense variant van de frikandel: het is een gehaktrolletje, waaraan je proeft en voelt dat er ook allerlei ander vleesafval doorheengedraaid wordt.

De barbecue wordt aangestoken. Terwijl we aan de slag gaan om alles voor te bereiden wordt er al flink gevoetbald en gevolleybald. Een jongen heeft twee geweren bij zich waarmee iedereen schietles krijgt. Het zijn van die ´Belgische´ speelgoedgeweren. Ze vallen in de categorie speelgoed, maar onvoorzichtigheid kan iemand goed verwonden of verblinden. Wij mikken op bekertjes, maar de jongens ook gewoon op elkaar. Als één ervan op de plaatselijke zwerfhonden begint te schieten, neemt Ellen de geweren in. De eigenaar is daarover zo verbolgen dat hij de rest van de dag niet meer aanspreekbaar is.

Op het terrein hangt een slangetje uit de bergen, waaruit water rechtstreeks uit de bergen sijpelt. Dit water is zo te drinken en daarbij ook erg lekker. Met een stapel lege flessen maken we enkele keren de wandeling naar dit punt, omdat het water beter smaakt dan het meegenomen flessenwater. Tijdens die wandeling, maar ook tijdens de picknick zie je overal grondeekhoorns rondrennen. Dit gebied stikt ervan. Natuurlijk klinkt het verleidelijk er één te vangen en te slachten voor op de barbecue, maar ze blijven op veilige afstand. Als je in de buurt komt, verdwijnen ze snel in één van de ontelbare holletjes in het gras.

Het jaarlijkse kringgesprek gaat van start. Om de beurt vertelt iedereen wie hij of zij is en wat hem of haar bezighoudt. De straatjongens zijn zeer openhartig en geven antwoord op alle vragen die onze leerlingen stellen. Je merkt grote verschillen tussen jongens die echt nadenken over de toekomst en andere die denken dat ze helemaal geen toekomst hebben. Na het gesprek neemt één van de jongens me apart om me te bedanken dat we deze dag voor ze georganiseerd hebben. Hij is erg dankbaar, maar wil duidelijk niet dat de anderen zien dat hij me daarvoor komt bedanken.

´s Avonds in het appartement spelen we Set en een quiz, waarna de meesten hun bed opzoeken. Alleen Wouter, Joep, Amber en ik blijven over. We treffen Rick in bed aan, die ligt te slapen in een houding alsof hij ligt opgebaard. Daarover maken we een interessante videoreportage. Daarna gaat de hilariteit nog lang door in de keuken. Wat er allemaal is gebeurd, ga ik niet vertellen in het kader van: daar had je gewoon bij moeten zijn. De camera is al die tijd blijven draaien, dus gelukkig hebben we de beelden nog!

Het epische einde van de trilogie

De dagen op kamp zijn allemaal een beetje hetzelfde. Daarom zal ik, net als vorig jaar, de hoogtepunten van het hele kamp samenvatten. Te beginnen met het eten. Eindelijk staat de langverwachte mamaliga op het menu. Hij is smaaklozer dan ooit, maar met wat zout is de gele prut best naar binnen te schuiven. Alleen Ramona laat met haar gezichtsuitdrukking merken dat dit de eerste en de laatste keer geweest is dat ze dit gegeten heeft. Bijna bij elke maaltijd krijgen we een klef vacuümverpakt chocoladecroissantje als toetje. Elke afwisseling daarvan is natuurlijk welkom, maar wat later staan we versteld van een nagerecht dat we krijgen. Keer op keer verbazen we ons om de, in onze ogen, overbezorgde manier waarop er soms met de kinderen wordt omgegaan. Bij het minste schaafwondje wordt er naar medicijnen en zelfs injecties gegrepen. Maar we krijgen hier wel een reep chocolade met een vulling met een behoorlijk alcoholpercentage en jong en oud smullen hier vrolijk van mee.

Langs het kampterrein loopt een riviertje. De kinderen moeten tussen de middag verplicht anderhalf uur naar bed en wij maken van die gelegenheid gebruik om deze snelstromende en ijskoude rivier te trotseren. De eerste dagen blijft het bij oversteken, maar later baden we erin, wassen we ons in het water en Wouter en ik proberen een flink stuk stroomopwaarts te lopen met een stok om onszelf staande te houden.

Weer een dag later nemen we de kinderen mee op een wandeling door de omgeving. We lopen bergop op zoek naar een leuk plekje om te picknicken. Na anderhalf uur lopen vinden we er een aan de overkant van de rivier. Net als in het verleden maken we een menselijke ketting door het water om de kleinste kinderen naar de overkant te transporteren. Als alle dertig kinderen aan de overkant zijn aangekomen, ontdekken we dat het daar barst van de rode mieren, waardoor we de ketting in omgekeerde volgorde nog een keer in werking zetten. De kinderen gaan in het gras zitten, terwijl wij in het koude water een dam gaan bouwen. Die poging is zo succesvol dat we onbedoeld de loop van de rivier verleggen. We kruipen weer aan land om samen met de kinderen de door de kampbeheerder nagebrachte sandwiches op te eten.

Omdat we de de danslessen hier niet zo goed vinden, besluit Silvie om die over te nemen. Niet alleen hebben we nu een dansinstructrice die in de maat kan dansen, maar ook de kinderen zijn ineens razend enthousiast. Tot nu toe deden de kinderen maar wat, maar nu deden ze allemaal goed mee om het dansje zo goed mogelijk te leren. Daarna maken we er gewoon een grote disco van, en alle kinderen gaan helemaal uit hun dak.

Na de disco wil ik naar bed gaan. Ik hoor nog wat gerommel in de kamer van Silvie en Daniëlle, dus ik wandel nog even binnen. Midden in de kamer staat Rick in zijn onderbroek en met een handdoek tot toga om zijn lijf geknoopt en haarspeldjes in zijn haar. Ik besluit te blijven om het verhaal hierachter boven water te krijgen, maar dat lukt niet meer. Omdat er inmiddels pus uit de wond aan de elleboog van Rick komt, vertellen we elkaar vervolgens nog lange tijd waar we allemaal ooit pus uit hebben gehad lopen.

Het gehele kamp staat in het teken van de liefdesperikelen. Adi is verliefd op Florentina, maar zij is verliefd op Gabi. Ze heeft daarin echter concurrentie van haar vier jaar oude zusje Roxana. Gelukkig vindt ze stiekem ook Rick leuk. Alexandra vindt Wouter leuk en Larisa Tom. Larisa loopt voortdurend iedereen aan elkaar te koppelen, maar elke keer dat je tegen haar zegt dat ze Tom leuk vindt, begint ze te huilen. Ze is zo´n kindje dat steeds andere kinderen pest, maar er niet tegen kan als je haar een koekje van eigen deeg geeft. Constantin is verliefd op Daniëlle en doet werkelijk alles om indruk op haar te maken. Tevergeefs. Dan hebben we nog Cosmin. Op wie hij verliefd is weten we niet, we weten alleen dat we hem betrapt hebben bij mannelijke bezigheden in de badkamer.

Net als Larisa is ook Costi een klein pestertje. Als iemand in de badkamer bezig is, rent hij altijd naar de knop om het licht uit te slaan. De lichtknop zit net iets te hoog voor hem, waardoor dit een grappig effect geeft: hij neemt een aanloop, springt omhoog en geeft een ram op de muur. Dit gaat zo door tot hij bij toeval de knop raakt. Als hij ´s avonds echter zelf aan de beurt is om te douchen, wilt hij niet en begint hij te huilen. Omdat hij alleen Roemeens spreekt, halen we Ellen erbij om te vertalen wat er aan de hand is. Dan blijkt dat hij niet dúrft te douchen, omdat hij bang is in het donker en denkt dat anderen nu ook bij hem het licht uit zullen maken.

Erdal en Geilan hebben deze keer ook hun kleine broertje Elvis meegenomen. Vorig jaar viel het duo op door hun agressieve en regelmatig gevaarlijke gedrag. Ze worden thuis mishandeld en dat zag je terug in hun gedrag. Dat was dit jaar gelukkig veel minder. Nog steeds uiten ze dreigementen over het ophangen van mensen, ze te martelen tot de dood en daarna een bom op hun huis te gooien, maar Erdal valt dit jaar met name op door de zangsolo die hij steeds laat horen. Hij steekt zijn linkerarm de lucht in, beweegt de vingers van zijn rechterhand over zijn navel, als had hij een gitaar in zijn handen, en schreeuwt uit: Oooooooo, neepwaatee! wat zoveel betekent als o, nichtje! Het feit dat Erdal met zijn rechteroog in zijn linkerbroekzak kan kijken maakt dit tafereel nog grappiger dan het al klinkt.

Op de laatste dag organiseren we serie estafettespelletjes, waarbij de kinderen bijvoorbeeld moeten zaklopen en kruiwagenlopen. We horen zo af en toe al wat gerommel, en als we net klaar zijn, barst een enorm onweer los. We vluchten naar de eetzaal en, na de lunch, naar de slaapkamers. Na het middagdutje is het gelukkig weer droog en beginnen we met de talentenjacht. De kinderen kunnen laten zien wat ze kunnen en we zijn onder andere getuige van een spectaculaire acrobatische dansact met Burley in de hoofdrol. Na dit programma-onderdeel krijgen alle kinderen een diploma. Ook wij krijgen van de Roemeense staf een diploma. Wouter en Rick voor beste leraar, Silvie beste dansinstructrice, Joep beste vogelimitator, Daniëlle speelt het beste mee met spelletjes, Tom is de charmantste danser, Sophie denkt altijd eerst aan de kinderen en dan pas aan zichzelf, Amber heeft het meeste geduld met de kinderen, Ramona heeft de beste stem en ik ben de meester-alle-dieren-eter.

We sluiten af met een groot kampvuur, waarbij de eerste tranen vallen. Dat belooft wat voor het echte afscheid van de kinderen aanstaande vrijdag...