Buurman op reis

Playa del Carmen

De laatste paar dagen van deze reis moeten we slijten in Playa del Carmen, het toppunt van massatoerisme, te herkennen aan de Nederlanders, de Amerikanen en de prijzen. Erger dan deze drukte is de kleffe en allesverzengende hitte die geen vezel drooghoudt. Je één minuut buiten je hotelkamer met airco bewegen is voldoende om de zweetstralen je kleding te doen doorweken. Er is een zwembad bij ons hotel en we zitten op loopafstand van de Caribische Zee, maar in beide opties verbrand je levend.

De eerste avond besluiten Ric en ik dat we eindelijk kreeft gaan eten. Dat willen we allebei de hele reis al. Nu we aan zee zitten, moet dat ergens te vinden zijn. Inderdaad staat het op elke kaart, dus de keuze is groot. Zo komen we uiteindelijk met een gezelschap van negen personen in een chique tent terecht. De ober drapeert de servetten over onze schoten, waarna we onze eerste drankjes bestellen. Sommigen houden het nog even netjes, sommigen openen de avond, die in een ordinair drinkgelag zal eindigen, met een cocktail.

De kreeften worden besteld en steeds meer mensen stappen over op de cocktails. Zelf waag ik me ook aan een mix van Blue Curacao, Malibu en sinaasappelsap, Robin slaat de tweede achterover en bestelt tequila. De ober komt met een verzegelde fles aanzetten, waaraan je kunt zien dat hij erg duur is en informeert of die tequila goed genoeg is. ´Weet je wat, doe er maar vijf!´ Niemand wil eigenlijk tequila, maar we slaan de shots toch maar achterover. Meteen bestelt Robin er nog vier bij. ´En pak er zelf ook één!´ Dat laat de ober zich geen twee keer zeggen. Na het eten ziet Robin een Irish coffee wel zitten, maar wil hij toch zijn Franse genen niet verwaarlozen. ´Heeft u ook Grand Marnier?´ Natuurlijk hebben ze die. ´Doe er dan maar één bij de koffie en één zo.´ Als ook die erinzit, vragen we maar om de rekening. Die bedraagt zo´n 350 euro, waarvan er 100 door Robin afgerekend mogen worden. 55 euro daarvan alleen al voor de tequila, 12,50 voor de Grand Marnier. Zijn eigen portemonnee is niet toereikend, dus vul ik het maar aan met de inhoud van de mijne. Bij de pinautomaat buiten het restaurant herinnert hij zich gelukkig zijn pincode nog, zodat mijn voorraadje pesos ook weer is aangevuld. De kreeft was erg lekker trouwens.

Op straat besluiten Robin en ik om niet meer mee te gaan op stap, maar terug te gaan naar het hotel. In Robins woorden: we moeten nog milaria gaan slikken´. Onderweg probeert hij Joost een aantal keer te bellen en ook ´s nachts in bed doet hij verwoede pogingen om hem met de hoteltelefoon te pakken te krijgen. Tevergeefs, maar dat vindt Joost vast niet erg.

De rest van onze tijd in Playa del Carmen is niet de moeite waard om er iets over te vertellen. We besteden die voornamelijk in het zwembad, in onze kamer, de Subway of andere geairconditioneerde locaties. Woensdag om vijf uur ´s middags vertrekken we per bus (met airco!) naar het vliegveld van Cancun, waar we te horen krijgen dat de wind goed staat en onze vlucht waarschijnlijk een uur korter duurt dan gepland. Nog steeds negen uur af te tellen dus. Drie en een half zijn er nu voorbij, nog vijf en een half te gaan. In Nederland is het nu zeven uur 's morgens, maar voor mij twaalf uur 's nachts en slapen in een vliegtuig kan ik niet. Zeker niet in zo'n krap rotvliegtuig van ArkeFly. Daarom werk ik dit maar alvast boven de Atlantische Oceaan uit.

Daarmee is mijn verhalenreeks over Mexico, Guatemala, El Salvador, Honduras en Belize ten einde. Alles bij elkaar toch wel weer een hoop. Boekmateriaal? Eigenlijk wel, maar ik heb er de tijd niet voor, dus het zal wel blijven bij wat er nu is en wat verdere uitwerking op http://www.reisbijbel.nl

Tot in de herfstvakantie!

Belize

Onze bus bereikt een enorme wasstraat. Dit blijkt de grens naar Belize te zijn. Ons wordt verzocht alle bagage voor inspectie uit de bus te halen. De laatste Guatemalteekse quetzals die ik nog overheb deponeer ik in het bedelbakje van de plaatselijke grensgehandicapte. Na het in ontvangst nemen van de definitieve uitreisstempel van Guatemala moeten we in de rij naar Belize. Nadat mijn paspoort is gecontroleerd, kom ik in een soort quiz terecht. Drie van de vier vragen goed beantwoorden betekent vrije toegang tot het land. Of ik ooit eerder in Belize ben geweest. Nee. Waar ik naartoe ga in Belize. San Ignacio. Waarom ik naar Belize wil. Toerisme. Of ik landbouwproducten uit Guatemala bij me heb. Aangezien ik zeker weet dat ik de eerste drie vragen goed heb beantwoord, durf ik bij deze te liegen en luidt mijn antwoord nee, wetende dat ik een grote zak verse pistachenoten bij me heb. De quizmaster keurt mijn antwoorden goed en zonder verdere controle bagage mag ik alles de bus weer instouwen.

Het bezoek aan Belize heeft twee doelen. Natuurlijk kiezen argeloze klanten van een reisorganisatie sneller voor een reis als er makkelijk een extra stempel in je paspoort kan komen. Daarnaast heeft Belize een bijzondere en unieke activiteit: cavetubing. Meteen na aankomst in het hotel vertrekken we dan ook met de bus naar de rivier waarin we dit gaan doen.

We krijgen allemaal een opgeblazen vrachtwagenbinnenband, een zwemvest en een hoofdlamp, waarna we drie kwartier door de jungle gaan wandelen naar het startpunt. Voor de gemiddelde toerist is het leuk om aapjes te kijken in het oerwoud, maar de apen in dit bos moeten zich toch ook wel te barsten lachen om de debielen die hier met hun bandjes door het bos hossen.

Het grote moment is daar! We ploffen op onze banden de rivier in en daar... staat het water stil. In plaats van ontspannen door de rivier te drijven, moet je flink bijzetten door met je armen te roeien. Het is een gave ervaring om door de onderaardse rivier te drijven, maar je moet zelf zo hard werken en loopt zo vaak vast aan de grond dat de lol er een beetje afgaat. Daarbij blijven de beloofde ´rapids´ uit en duurt het anderhalf uur korter dan beloofd. Al met al een heel leuke ervaring, maar zeker niet de 55 dollar waard die we hiervoor hebben moeten neertellen.

Terug in ons hotel treffen we in onze kamer een vloerkleed van rode mieren aan, die iets hebben aangetroffen in onze tassen. Ze zitten overal op en onder. De eenvoudigste optie is naar de receptie gaan om een andere kamer te vragen. Ik hou niet van de makkelijke doorsnee-oplossing en kies voor mijn eigen methode. Ik leg de pistachenoten buiten waarna ik met behulp van mijn slippers een massaslachting aanricht. Het tapijt van mieren is er nog steeds, maar beweegt niet meer zo heftig als voorheen. Natuurlijk komen er gewoon nieuwe voor in de plaats, maar na drie keer tekeergaan heb ik de hele kolonie uitgeroeid en kunnen we rustig gaan slapen, om ons op te maken voor de laatste etappe van deze reis: Playa del Carmen.

Pak die rust!

Flores is een eiland in een meer, waarop onze volgende halte zich bevindt. Na een lange en plakkerige busreis komen we aan in een hotel met een heerlijk koel zwembad. Er ontstaat wat onenigheid omdat het grootste deel van de groep morgen gratis naar Tikal mag, terwijl enkele mensen, waaronder wij, gewoon moeten betalen omdat ze niet in de juiste periode geboekt hebben in verband met een of andere kortingsactie. Wederom blijkt het amateurisme van Baobab. Dit soort dingen verwerk je vooraf in de rekening, zonder verschillende behandelingen tijdens de reis te veroorzaken.

De volgende morgen vertrekken we al om vijf uur naar Tikal. Het complex is enorm en we willen er graag voor het heetste moment van de dag weer weg zijn. Het staat wederom vol met Mayatempels. Hoewel de stenenmoeheid aardig begint toe te slaan, is ook dit uitstapje weer de moeite waard: we hebben duidelijk het allermooiste complex tot het laatste bewaard. Deze tempels zijn de hoogste die we tot nu toe hebben gezien en liggen midden in een dicht oerwoud, waarin de apen vrolijk rondslingeren.

Het motto van vandaag is ´Pak die rust´. Eigenlijk is dat al de hele reis het thema, maar vandaag werken we het tot in de puntjes uit. Het vindt zijn oorsprong in het wapen van het Friese gilde voor bloemisten. Terwijl de hele groep braaf achter de gids aanwandelt, besluiten wij vandaag lekker achterop te gaan lopen en in ons eigen tempo elk bankje in de schaduw te benutten. Zo krijgen we foto´s van alle tempels zonder mensen erop en kunnen we genieten van grote overwoekerde binnenplaatsen waar alleen wij vieren zitten.

Op het centrale plein heeft onze reisleider ineens een vogelspin op zijn arm. Groepsgenoten nemen hem over om zichzelf op die manier te laten vereeuwigen. Ik vind het gehannes met dat beestje, dat steeds op de grond valt, maar zielig. Dan kun je ze beter in één keer dood maken en opeten! Terwijl iedereen zich vergaapt aan de spin, gaat er een stapeltje geld naar de eigenaar.

We verwachten veel van tempel IV. Het is met ruim 120 meter de hoogste piramide van allemaal. Als we aan de voet ervan staan, blijkt dat hij helemaal niet zo mooi is gerestaureerd als de tempels I en II. We mogen hem wel beklimmen, dus we beginnen aan de onderneming in de nu toch alweer brandende zon. Bijna boven staan we oog in oog met een dinerend brulapengezinnetje, dat nog geen meter van ons verwijderd in een boom hangt. Het is een prachtig gezicht hoe zelfs de baby´tjes zich met hun staart weten vast te houden aan de takken om niet uit de hoge bomen te vallen. Na dit oponthoud bereiken we de top van de piramide en hebben we een fenomenaal uitzicht over de jungle, met overal de daarboven uittorenende piramides.

Even is de rust voorbij als we midden in een apengevecht belanden. We horen een gekrijs van jewelste en zien apen die elkaar belagen en met stokken gooien naar elkaar en naar ons. Ondanks de vliegende takken staan we allemaal met onze camera´s in de aanslag om er mooie beelden van te maken. Ze zijn veel te wild om mooi vast te leggen, maar het geluid staat er in elk geval op.

Als we weer in het hotel zijn, zie ik iets heel vreemds. Een van mijn vrouwelijke reisgenoten heeft, om te verhullen dat ze daar niet zo goed bedeeld is, blijkbaar extra schuimrubber in haar bikini. Als je dat niet weet, is het heel raar om iemand ineens haar borsten te zien uitknijpen na het zwemmen. Als je dat wel weet ook. Met open mond van verbazing zie ik wat er gebeurt, waarna ik de blik vang van Ric, wiens mond zich in dezelfde positie bevindt. Aan elkaars blikken zien we dat we hetzelfde denken: ´Jij vindt het dus ook heel gek wat je daar net zag...´

De avond besteden we in een grill- en steakhouse aan het water. Omdat het op reisjes van Robin en mij een belangrijke traditie is, gaan we hier voor de spareribs. Niet onbeperkt, maar toch een halve kilo, natuurlijk geflankeerd door onaangeroerde tortilla´s. Als het geheel ineens wordt opgeluisterd door een superslecht muziekgroepje dat we met z´n allen kunnen afkraken is het feestje ook vandaag weer compleet. Morgen kunnen we met een gerust hart door naar een nieuw land: Belize.

Echte jongetjes in de jungle

Met een veel snellere motorboot dan op het Atitlanmeer schieten we over het water naar de Tijax ecolodge. Het is een verzameling houten hutten in een stuk regenwoud dat aan zijn lot wordt overgelaten. Dat is verder ook de enige ecogedachte hier, want we hebben gewoon een flink zwembad en ons boshutje heeft een schuifpui en airconditioning. Voor het eerst zijn er wat stekende insecten, maar verder is het heerlijk om met een cocktail in het zwembad te drijven, terwijl we de maan prachtig door de bomen zien schijnen.

We kunnen niet gemakkelijk weg uit deze lodge, dus eten we met z´n allen in het bijbehorende restaurant, waarna we de verjaardag van een groepslid vieren. Dat feestje zet zich voort in de bar van de lodge, waar nog de nodige cocktails genuttigd worden. Langzaam druipen sommigen richting hun slaapkamer, maar ik heb zin om nog even op de steiger aan het water te gaan zitten. Daar tref ik warempel een Friese bloemist aan die op hetzelfde idee kwam, omdat hij ook geen zin had in een monoloog over de uitspraak van merknamen van schoonheidsproducten. Ik laat twee biertjes aanrukken en we genieten van de avond aan het water.

De volgende morgen is er een excursie naar Livingston, een dorp met negervolk, zoals onze reisleider het uitstapje aanprijst. Ik ben niet zo van de dorpjes, dus ik ga met een select gezelschap de jungletour doen. Die werd aangeprezen met hanging bridges en birdwatching. Vol goede moed wachten we op onze gids, een klein oud mannetje met bestaarde ogen. Hij leidt ons het bos in, waar inderdaad de hangende bruggen zijn. Hoger dan anderhalve meter worden ze echter niet. De gids vertelt bij elke boom een verhaal, waar de in de tour aanwezige Duitsers vol aandacht naar luisteren. De zuurpruimmoeder en -dochter in elk geval, want pa interesseert het duidelijk net zo veel als ons. Zelfs als er apen boven ons hoofd door de takken schieten en wij enthousiast roepen wat we zien, gaat de gids stoïcijns door met zijn verhaal over planten en bomen, terwijl de zure Duitsers ons een dodelijke blik toewerpen.

Het hoogtepunt van de wandeling volgt wanneer we een klein paadje inslaan, waar de gids, verrassend genoeg, een verhaal begint te vertellen over een plantje. Hoog in de boom hangt een liaan tot op de grond en ik neem uitgebreid de tijd om te testen hoe stevig die dingen zijn. De liaan komt echter al snel los en valt, als in een tekenfilm, helemaal naar beneden. Het heeft een enorm slapstickeffect en alle Nederlanders barsten in lachen uit. De gids heeft niks gezien en vertelt vrolijk verder over de functie van het hout van de boom naast het eerdergenoemde plantje.

We komen op een rubberplantage aan. Na uitleg over de bomen, klimmen we op een toren, zonder veiligheidsranden. Ik overweeg snel weer naar beneden te gaan en daar te gaan liggen planken, maar vermoed dat dat niet door iedereen gewaardeerd zal worden. Ik laat het maar achterwege. Beneden lijken we in een vuurgevecht te belanden. De vruchten van de rubberbomen klappen onder druk uit elkaar wat een leuk effect geeft. De grond ligt bezaaid met de vruchten, maar de Duitse vrouw breekt een stuk van een boom af om een vrucht in haar tas te kunnen stoppen. Zo begaan met de plantjes is zij dus ook niet.

Eindelijk komt de tour tot een hoogtepunt waarop niet meer hadden durven hopen. De laatste twee hangbruggen hangen vijftien meter boven de grond, zijn erg wankel en hebben niet meer dan een staalkabel op schouderhoogte om je aan vast te houden. Een riviertje met krokodillen zou dit spannende avontuur afgemaakt hebben, maar dat is er helaas niet. We wandelen terug naar de lodge en geven de gids een beleefdheidsfooi, wat de intensief naar het verhaal van de man luisterende Duitsers achterwege laten.

Als het grootste deel van de groep terug is uit Livingston nemen we de speedboot weer naar de overkant van het water om op weg te gaan naar het laatste grote Mayatempelcomplex van deze reis: Tikal.

Honduras

In Midden-Amerika mogen bussen om de een of andere reden nooit doorrijden tot aan het hotel. In Honduras moeten we zo ver van het hotel af parkeren dat we in pick-uptrucks moeten stappen om het centrum te bereiken. Dat is een attractie op zich. Op het randje van de achterbak balancerend hobbelen we over de kinderkopjes de steile wegen omhoog. Kregen we in Pacaya nog eigen-risicowaarschuwingen, hier mogen alle gevaarlijke acties gewoon op verantwoording van de organisatie.

Omdat we maar één nacht in Honduras blijven en wij toch een berg wasgoed hebben, beginnen Robin en ik ons verblijf in dit land met een handwasje. We mogen gebruik maken van de droogzolder omdat de was daar door de hitte snel droogt. Na een korte siësta lopen we naar een restaurantje waar we heerlijk eten. Natuurlijk wel weer met een mandje vol tortilla´s in plaats van brood. Tussendoor vindt Robin eindelijk nog een paar slippers, waar hij al een week naar op zoek was, omdat zijn oude zijn gesneuveld in Mérida.

De volgende morgen bezoeken we de hoofdattractie, de reden dat we dit land even aandoen: de tempels van Copan, een prachtig Mayacomplex. Het lijkt wel of ze steeds mooier worden naarmate de reis vordert. Deze tempels doen me zelfs erg denken aan Ta Prohm in Ankor Wat. In de brandende hitte klauteren we over de leuk opgestapelde oude stenen, terwijl de prachtig gekleurde grote papegaaien ons om de oren vliegen. Nadat we het complex uitgebreid bekeken hebben, gaan we het museum nog in, waar we indrukwekkend beeldhouwwerk voorgeschoteld krijgen. Normaal ben ik niet zo van de musea bij dit soort parken, maar dit museum is echt een must bij een bezoek aan Copan.

We verlaten Honduras om weer terug te gaan naar Guatemala. Daar lunchen we in een enorme vreetschuur waar ze zo schrikken van 24 klanten in één keer dat ze de friet maar half gaar uit het vet halen om het tempo bij te kunnen benen. We stappen weer in de bus en proberen te vertrekken. We horen een harde knal. Ik kijk uit het raam en kijk in de ogen van Victor, de chauffeur, die ook niet snapt wat er gebeurd is. Daarom geeft hij maar weer gas. Een nieuwe knal volgt en gaat nu ook gepaard met het gevoel of er een klein kind verpletterd wordt tussen de wielen. Nu gaat Victor toch maar eens controleren wat er gebeurd is. Het door hem zelf getimmerde krukje dat we als opstapje gebruiken om de bus in te komen heeft een ware metamorfose ondergaan: het is nu twintigdelig! Diepbedroefd over dit tragische verlies neemt onze chauffeur weer plaats achter het stuur om ons naar de ecolodge in de jungle te brengen. In het dorpje Rio Dulce stappen we over op een boot die ons naar een volgend avontuur brengt.

El Salvador

Voor ik begin aan het verhaal over El Salvador geef ik even twee belangrijke stukjes basisinformatie over dit interessante land! Ten eerste: El Salvador heeft met 600.000 vuurwapens in dit kleine staatje de hoogste vuurwapendichtheid van Midden-Amerika. Dat zie je ook overal. Bij tankstations wordt bijvoorbeeld niet over uw en onze eigendommen gewaakt met videocamera´s, maar met uzi´s. Ten tweede: El Salvador heeft tot nu toe het dunste toiletpapier dat ik ooit heb gezien. Met de variërende, doch nu weer zeer dunne toestand van onze ontlasting, heeft dat inmiddels alweer heel wat bruine vingers opgeleverd.

Tot zover wat belangrijk is om te weten. We slapen in een groep kleine huisjes gelegen in een soort Gaudiaans Guellpark. In de tuin staan overal kleurig bij elkaar gemozaïekte dieren. Omdat het vandaag maandag is, is alles gesloten, waardoor we alle excursies van twee dagen in één dag moeten proppen. (Wederom) slecht geregeld door Baobab. We vertrekken op onze excursiedag al vroeg naar Joya de Ceren, een Mayadorp dat bewaard is gebleven doordat de plaatselijke vulkaan alles overspoeld heeft met lava. Ons wordt een soort Pompeï beloofd, maar we krijgen alleen maar een verzameling oude stenen waar we alles over te horen krijgen door een Spaanse gids die maar half wordt vertaald. Werelderfgoed is dus niet altijd een garantie voor interessante uitstapjes.

De tweede stop van vandaag is het nevelwoud Cerro Verde National Park. Dit zou een daglange excursie zijn, die wordt gereduceerd tot een hardloopwedstrijd van een kwartier. Bij aankomst verandert het nevelwoud in een regenwoud en valt het water opnieuw met bakken uit de lucht. We wachten een minuut of tien tot het minder wordt en gaan naar de ingang van het oerwoud. De ingang wordt gemarkeerd met een deur, wat de sarcastische instelling die we vandaag toch al hebben versterkt. In sneltreinvaart rennen we door het bos, waar alle mooie vergezichten aan het oog onttrokken zijn door dichte mist. Vijftien minuten en één uitleg van de gids later bereiken we de achterdeur en de bus. Als we wegrijden trekt de hemel weer helemaal open.

Nog één programmaonderdeel te gaan vandaag: Tazumal. Dit zijn weer Mayatampels, maar veel kleiner en minder indrukwekkend dan de sites die we al gezien hebben. Ook al is de hoofdtempel van dit kleine complex best wel mooi, we zijn inmiddels zo melig dat we hem na een rondje eromheen links laten liggen en uitgebreid foto´s gaan maken van de plaatselijke hagedis. Het beest zit hoog in een boom en werd daar ontdekt door een toevallig aanwezige Friese bloemist, die ons erop wees.

Na deze enerverende dag zitten we nog lange tijd in de bar om toch nog iets van vandaag te maken. Dat lukt ons aardig, tot de nachtportier graag wil gaan slapen en we naar onze hut worden gestuurd.

De volgende dag kost het ons de nodige moeite om in Honduras te komen. Eerst worden we hardhandig klemgereden door de politie. Onze buschauffeur krijgt een bekeuring voor het niet verlenen van voorrang, terwijl hij door groen van rechts kwam op een voorrangsweg. Na dit incident worden onze paspoorten ingenomen aan de grenspost en krijgen we die pas terug na veel praten. Het onoverkomelijke probleem: ze kennen hier geen tussenvoegsels, dus iedereen die ´van´ tussen zijn voor- en achternaam heeft staan, heeft een probleem. Als ook dat allemaal is opgelost staan we, met de stomste stempel die ik ooit in mijn paspoort kreeg, in Honduras.

Pacaya

Vandaag hebben we een volledige dag in Antigua. Het eerste gedeelte daarvan besteden we aan het beklimmen van de Pacaya-vulkaan. Van tevoren is ons heel duidelijk gemaakt dat we in verband met uitbarstingsgevaar en mogelijke giftige dampen helemaal zelf verantwoordelijk zijn voor deze risicovolle onderneming. Waarschuwingen slaan we in de wind en we stappen in de bus naar de voet van deze actieve vulkaan.

We lopen in een rustig tempo naar boven over steile wegen, die bedekt zijn met zwart lavagruis. We worden op de hielen gezeten door Guatemalteekjes op paarden die ons om de tien meter vragen of we niet toch te paard verder willen gaan. Tegen een leuke betaling natuurlijk. Ze volgen ons bewust op de voet om ons op te jagen en zo sneller te vermoeien. Ik heb mezelf al voorgenomen hoe dan ook te voet boven te komen, of het nou op conditie is of op wilskracht.

Halverwege wordt het nog zwaarder omdat de laag gruis op de grond steeds dikker wordt. Bergop betekent dit dat elke drie stappen naar boven corresponderen met twee stappen wegzakken in de grond. Er is wel een leuning, maar die is van prikkeldraad. Eigenlijk ben ik de uitputting al nabij, dus ik schakel over op standje wilskracht. Gelukkig is het uitzicht prachtig, ondanks de dikke bewolking die rondom de andere vulkanen in de omgeving hangt.

We naderen de top, waar de wegen gelukkig harder en minder steil worden. Hier en daar komt stoom door spleten in de grond en langs de weg liggen diepe holten waar ondraaglijke hitte uitkomt. Een ander groepje dat de beklimming aanging, zit hier gezellig marshmallows te roosteren. We eindigen bij een grot die ontstaan is bij de laatste uitbarsting van de Pacaya, ongeveer een jaar geleden. We gaan de grot in. Het is er erg heet en we beseffen dat we bij een nieuwe uitbarsting goed de sigaar zijn in deze warme holte.

Natuurlijk wordt er ook op deze bijzondere plek uitgebreid geplankt en geowld. We zijn er echter achtergekomen dat ook owlen alweer uit is en dat we tegenwoordig moeten batten. Hier zijn echter geen balken waaraan we dat kunnen doen, dus zetten we de afdaling weer in. We zijn inmiddels ruimschoots boven de wolken. Bij de klim naar beneden start er een wedren tegen de bewolking, die ons op de hielen zit. In ras tempo komen ook de wolken naar beneden, maar het lukt ons net om ze voor te blijven en op tijd de bus in te komen om terug te rijden naar Antigua.

In Antigua eten we (eindelijk!) geweldige biefstukken en na een goede nachtrust in onze balzaal zetten we de volgende ochtend koers naar het volgende land: El Salvador. Na een stortbui van een half uur (we hebben in een half uur meer regen gezien dan jullie afgelopen twee weken) en een bijna-aanrijding met een koe, die plotseling de weg oversteekt, verandert de verticale blauw-wit-blauwe vlag in de horizontale variant daarvan en kunnen we een nieuw stempeltje in ons paspoort laten zetten.

De Maya-brandstapel

Op weg naar Antigua pikken we halverwege onze sjamaan op. Het is een vrouwtje dat ons begeleidt naar de plek waar het allemaal gaat gebeuren. Het wordt een soort kruising tussen een healing en een hernieuwd contact met onze voorouders. De sjamaan draagt een grote zak met zich mee, waarvan de inhoud zich voorlopig nog niet prijs laat geven.

We arriveren bij een kerkje met een groot zwart plein ervoor. Het is zo zwart omdat het ritueel met een kampvuur gepaard gaat en er vinden nogal wat van die rituelen tegelijkertijd plaats en de grond wordt letterlijk erg heet onder onze voeten. De rubberen zolen van mijn schoenen zijn aan het einde van sessie lichtelijk van vorm veranderd.

De zak gaat open. Een hoop kleinere zakjes, wat flesjes, flinke bossen kruiden, kaarsen in zeven kleuren, houtskool en rieten pijpen komen tevoorschijn. Ik word aan het werk gezet met de rieten pijpen: er zitten poepkorrels in die uitgespreid moeten worden over de grond waar ons vuur gestookt gaat worden. Uit alle zakjes komen diverse kruiden en suiker die in het vuur worden gestrooid, samen met het houtskool en een hoop van de gekleurde kaarsen. In het zo ontstane vuurtje steekt de sjamaan een dikke sigaar aan.

Ze rookt de sigaar om de ceremonie te beginnen. Ze legt van alles uit over de Mayakalender en allerlei andere Mayasymboliek. Dan is het tijd voor onze inbreng. We krijgen allemaal een bos kruiden en moeten onszelf daarmee bekloppen. Op ons hoofd, in ons gezicht en zo langzaam naar beneden toe. Als we aan de ´sex organs´ toe zijn helpt ze ook een handje door degenen terecht te wijzen die te hoog kloppen. Als we klaar zijn met deze lichte vorm van zelfkastijding, moeten we 95% alcohol uit de flesjes over onze bosjes heen schenken. Daarna moeten we het kloppen herhalen.

Een groepslid is ziek en krijgt van de sjamaan de speciale behandeling. Het vrouwtje rost haar van boven naar beneden af met de kruiden en houdt daarna een fles met water in het vuur. Vervolgens begint ze de zieke te bespugen met het water uit de fles. Lachen inhouden is onmogelijk. Ze moet zo veel mogelijk in de genezende rook van het vuur gaan staan en mag zich een dag niet douchen. Hopelijk helpt het niet te veel, want nu ze zich niet lekker voelt, zit ze tenminste niet élke minuut van de dag te praten...

We gaan gezamenlijk verder. We moeten onze bosjes bij het vuur neerleggen en allemaal een kaars van elke kleur in het vuur gooien. In een grote kring moeten we elkaars handen vasthouden. De sjamaan doet alsof ze in trance raakt, en begint haar voorouders aan te roepen. Ook de bomen en de wind komen aan de beurt om hun aandeel te leveren in onze genezing. Ze belooft ons dat we ons zeer ontspannen zullen voelen na dit spelletje. Als ze na een kwartier uitgepreveld is, moeten we om beurten iedereen in de groep twee keer omhelzen: één keer om te geven en één keer om te ontvangen. Als we daarmee klaar zijn, moeten we 80 euro afrekenen. Ook wij krijgen het advies minimaal een dag niet te douchen om de helende rook op ons in te laten werken.

Na een bezoekje aan de kerk, waar heilige Herman wordt aanbeden, stappen we terug in de bus om onze weg te vervolgen naar Antigua, de voormalige hoofdstad van Guatemala. Vanwege de zware aardbevingen in dit gebied is tegenwoordig Guatemala City de hoofdstad van het land. Robin en ik hebben niet alleen eindelijk een keer geluk met de ligging van onze kamer, maar slapen de komende twee nachten ook in een soort balzaal met drie tweepersoonsbedden waar we nog met gemak tussendoor kunnen rolschaatsen. Als we dat zouden willen natuurlijk...

Volgende pagina »

Laatste reisverhalen

Alle reisverhalen

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Honduras

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: